Column

Alles in de kapsalon blijft onder ons

Midden in de kapsalon laat Usman zijn broek zakken. Vertwijfeling maakt zich van mij meester: ik ben niet gewend aan volwassen mannen die in het openbaar hun riem losmaken, een enorm wit overhemd uit de broek halen en intussen doorpraten of er niets aan de hand is. Dat ís er ook niet in de ogen van Usman. De overige klanten van de kapsalon denken er ook zo over. Als iemand zijn kleren wil herschikken moet hij dat zelf weten. Usman heeft er een lange dag in de taxi opzitten, laat hem. Bovendien kent iedereen hier Usman, zoon van een Turkse trambestuurder, telg van Oost, en Usman kent iedereen.

De taxirijder van ongeveer dertig komt hier niet alleen om van zijn overtollige haartjes te worden verlost. Hij bezoekt dit veredelde buurthuis in de Linnaeusstraat ook om te ontspannen tussen de vooral Turkse en Marokkaanse klanten.

Sommige Hollanders durven deze kapsalon vol jonge allochtone mannen niet in. Doen ze dat wel, dan gaat er een wereld voor ze open, want alles is hier anders.

Ik zit hier feitelijk in het hartje van de cultuur van de brommerrijders die mij met hun opgeschoren nekken en gebontkraagde capuchons van het fietspad duwen. Amsterdam is een nogal gesegmenteerde stad en dat manifesteert zich onder meer in de kloof tussen de Turken en Marokkanen op hun brommers en de Hollanders op hun fietsen. Die kloof slechten wij in de kapsalon in Oost.

Ik zit hier feitelijk in het hartje van de cultuur van de brommerrijders

Ik ben praktisch de enige klant voor wie een schaar nodig is, de meesten laten hun schedels hier volgens de laatste modevoorschriften opscheren met tondeuses. Onder het gezoem van al die apparaten en het gebonk van hiphop is Usman veel aan het woord. De taxichauffeur is dol op Istanbul, waar hij de volgende ochtend met zijn vrouw naartoe zal vliegen. Usman is nergens zo op zijn gemak als in die „vrijzinnige” metropool aan de Bosporus. De mensen zijn er „vrolijk en vriendelijk”, zij het momenteel na de aanslag op nachtclub Reina ook nerveus.

Maar wel mooi dat die aanslagpleger is opgepakt. Typerend voor het moderne, goed marcherende Turkije van Erdogan, vinden ze hier. Respect voor de grote leider!

Usman en zijn Westers ogende vrouw – die voor de gezelligheid is komen binnenvallen – zou je eerder in Club Reina dan in een moskee verwachten. Hoe langer ik naast ze zit, hoe dichterbij ze komen. Ze praten Nederlands tegen hun zoontje dat op de crèmekleurige vloer vol stekelhaartjes speelt. „We voeden hem tweetalig op”, zegt Usman, „maar zijn Nederlands moet vlekkeloos zijn, we zijn hier in Nederland.”

Tegen de kappers Mustafa en Shukru praat hij Turks, iedereen praat hier van alles door elkaar, niemand doet ergens moeilijk over. Dat is precies waarom de politie laatst vroeg of de kappers inlichtingen wilden geven over foute zaakjes die hier mogelijk worden besproken. Uiteraard gingen de kappers daar niet op in. Alles in de kapsalon blijft onder ons. Juist daarom kom ik er zo graag.

Auke Kok is schrijver en journalist.