Interview

Onder Nederlandse sporters bestaat nog veel verborgen leed

Seksuele intimidatie Seksuele intimidatie in de sport is lastig te onderzoeken. Eerder werden wel patronen ontdekt: een trainer met overwicht misbruikt de onwetende tiener.

Oud-wielrenster Petra de Bruin onthulde recent dat ze jarenlang seksueel is misbruikt. Foto ANP

Hoe reageert een zaal sportcoaches op een onderzoekster die hen komt voorlichten over seksuele intimidatie in de sport? Het antwoord is ironisch: intimiderend.

Hoewel Marianne Cense (51) deze trainingen in 2004 voor het laatst gaf, weet ze nog goed hoe coaches bij verschillende bonden reageerden. „Afstandelijk en wantrouwend”, zegt Cense, die ruim twintig jaar onderzoek doet naar seksualiteit en geweld en sinds tien jaar verbonden is aan kenniscentrum Rutgers. „Wie was ik om hen te vertellen hoe het zat? ‘Dus we mogen jou ook geen moppie noemen?’, zeiden ze. Ze waren koning in hun eigen koninkrijk. Zij bepaalden de grens en niet anderen. Gelukkig waren er ook coaches die zulk gedrag stellig afkeurden.”

In 1996 gaf NOC*NSF haar de opdracht onderzoek te doen naar seksuele intimidatie in de sport. Nu, twintig jaar na publicatie van haar rapport, wil de sportkoepel dit opnieuw doen. „En daar wil ik graag bij helpen”, zegt Cense. „Bij Rutgers staan we te popelen. Ik pleit voor kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Onderzoek naar het aantal slachtoffers, maar ook: hoe werken de maatregelen die zijn genomen? Zijn sommige risicofactoren afgenomen? Wat hebben we geleerd van toen?”

Lees ook De badkamerdeur mocht nooit op slot, over seksueel misbruik bij voetbalclub HFC Haarlem

‘Toen’ was de tweede helft van de jaren negentig. In 1996 om precies te zijn, toen judocoach Peter Ooms door drie van zijn voormalige judoka’s werd beschuldigd van seksueel misbruik. De affaire bracht NOC*NSF ertoe meer aandacht te vestigen op wat mogelijk een veel groter probleem was dan sportbestuurders zich realiseerden. Waarom gebeurde dit? Hoe?

De antwoorden staan in het rapport van Cense, ‘Rode kaart of carte blanche’. Ze sprak daarvoor met veertien slachtoffers en schreef aan de hand van hun ervaringen ook een boek, De andere kant van de medaille. Beide werken zijn bijna twintig jaar oud, maar gelden nog altijd als gezaghebbend en vormen de voornaamste bron van de informatie die NOC*NSF hierover verstrekt op zijn website.

Alles voor goud

Door bekentenissen van oud-wielrenster Petra de Bruin in Nieuwsuur en de onthullingen uit het Britse voetbal voelen bestuurders van de sportkoepel zich moreel verantwoordelijk om nog eens actie te ondernemen. Onder het mom: we weten niet wat we niet weten. Dit in navolging van de Engelse autoriteiten, die vermeende slachtoffers van ontucht en misbruik opriepen zich te melden. Meer dan vijfhonderd mensen hebben dat gedaan, maakte de Britse politie woensdag bekend.

Steevast vond het misbruik plaats volgens een patroon wat Cense ook in 1997 constateerde: een trainer met overwicht misbruikt een onwetende tiener. „Die mechanismen blijven actueel”, zegt ze. Ze sprak slachtoffers uit zowel de recreatieve als professionele sport en concludeerde dat vooral jonge talentvolle en individuele sporters een kwetsbare groep vormen. „Sporters hebben al zoveel geïnvesteerd in hun carrière en willen die niet opgeven. Hun coach regeert. Hij bepaalt wat je eet, hoeveel je slaapt. De coach kan zoveel invloed op hen hebben dat ze niet meer weten wat normaal is en denken dat het erbij hoort. Ze geven alles op voor goud.”

Zie het voorbeeld op de website van NOC*NSF, uit haar onderzoek. „Hij had me in zijn macht, want hij zei ook: ‘Zonder mij bereik je niets’, aldus de toen 25-jarige Charlotte. „Ik heb het mezelf erg kwalijk genomen dat dit gebeurd is.”

Via welzijnswerkers, sportbonden en krantenberichten lukte het Cense met moeite om de veertien slachtoffers te spreken. Vijftien was haar oorspronkelijke ondergrens. „Ik was afhankelijk van hun lef en moed. Ook nu wordt het moeilijk, maar het scheelt dat NOC*NSF een meldpunt heeft waar klachten binnenkomen. Zeker, ook hier is nog verborgen leed, net als in Engeland, maar door dat meldpunt worden zaken eerder gemeld. Er is al meer bekend. En niet alles verschijnt in de media. Er worden schikkingen getroffen zonder dat we dat weten. Slachtoffers willen soms geen rechtszaak of publiciteit. Ze willen gehoord worden.”

„Wie hun verhaal kwijt willen? Vaak slachtoffers die echt iets ernstigs is aangedaan en die willen voorkomen dat anderen dit ook wordt aangedaan. Minder ernstige ervaringen zijn relatief makkelijker weg te stoppen. Belangrijk is dat onderzoekers hun resultaten duidelijk onderverdelen. Om welke vormen van seksuele intimidatie gaat het? Ook al wordt de ernst van seksistische opmerkingen door vrouwen zelf misschien gebagatelliseerd, ook dit soort vormen van seksuele intimidatie moet de sport serieus nemen. In zulke clubculturen vindt sneller grensoverschrijdend gedrag plaats. De stap naar aanraking is snel gemaakt. Enquêtes geven daardoor wel een signaal.”

Het in te stellen onderzoek van NOC*NSF is nog prematuur. Onderzoeksvragen moeten nog worden vastgesteld, evenals de organisatie die het uitvoert. De kosten? „Ik durf me niet te wagen aan de vraag wat onderzoek kost”, zegt Marianne Cense. Vijf ton? „Dat is erg veel. Ik kan alleen zeggen dat het een zinvolle investering is. Het is in elk geval zaak dat dit onderwerp bij sportbonden altijd op de agenda staat. Niet even tijdelijk na een incident.”

Wilt u uw ervaringen over misbruik in de sport delen met de redactie van NRC of kent u soortgelijke verhalen waarover nog geen publiciteit is geweest? Reageer via het emailadres misbruik@nrc.nl. Wij gaan vertrouwelijk met uw informatie om en publiceren niet zonder toestemming.