Negentig, en toch ‘de turbo erop’

Je zou Marianne Maandonks een laatbloeier kunnen noemen. Ze was nog een peuter toen Marie Braun als allereerste Nederlandse zwemster in Amsterdam een gouden olympische medaille won. En Nel ten Bos, uit haar bouwjaar, won in 1948 olympisch goud op de 200 meter rugslag. Ada Kok (1947) had haar dochter kunnen zijn. Maar pas nadat de nog een kwarteeuw jongere Inge de Bruijn in 2004 haar vierde en laatste gouden medaille had gehaald besloot Marianne Maandonks in het diepe te springen en zwom ze haar eerste wedstrijd. 78 was ze toen – haar dochters kwamen een keer kijken om na te gaan of moeder niet verdronk. Ze kon natuurlijk al zwemmen, zat veel op de fiets en ze had haar hele leven veel gesport, maar van wedstrijdzwemmen was het tot dan toe niet gekomen.

Nu is de Eindhovense Maandonks 90, traint ze drie of vier keer per week en rijgt ze de titels (medailles bewaart ze in een schoenendoos) en de records aaneen: 2,37 minuut op de 100 meter vrije slag bijvoorbeeld – dat doet geen generatiegenoot haar na. Dit weekend doet ze mee aan het NK Masters Kampioenschap Korte Baan in Maastricht. De overwinning kan haar niet ontgaan, wat we niet alleen durven te voorspellen uit ontzag voor de kracht van Maandonks, maar ook omdat zij inmiddels de enige zwemmer in haar leeftijdscategorie is. Tijd voor een grotere schoenendoos. Intussen is Maandonks tactiek al jaren hetzelfde, zoals ze ooit aan Omroep Brabant verklapte: „Verstand op nul, blik op oneindig, de turbo erop en ik zie wel hoe ik weer op de kant kom.”

    • Arjen Fortuin