Milde humor met een scherp randje

Jan Kruis, 1933-2017

Jan Kruis nam het Nederlands gezinsleven magistraal op de korrel. Met de strip ‘Jan, Jans en de kinderen’ leverde de tekenaar commentaar op de veranderende zeden in Nederland. En hij schiep een nieuwe feestdag: Sint Pannekoek.

Jan Kruis. Foto Kees van de Veen

Niemand heeft het gewone, alledaagse gezinsleven in het veranderende Nederland tussen 1970 en 2000 beter en geestiger geportretteerd dan Jan Kruis, de striptekenaar die donderdag op 83-jarige leeftijd is overleden in zijn woonplaats Mantinge in Drenthe.

Hij deed dat in zijn humoristische familiestrip Jan, Jans en de kinderen, waarvan hij in die jaren 1.139 wekelijkse afleveringen tekende voor het damesblad Libelle. Personages uit de strip over vader Jan Tromp, zijn vrouw Jans, en dochters Karlijn en Catootje zijn nog steeds populair – zoals ‘Jeroen poep-aan-je-schoen’, het vriendje van Catootje dat op alles wat iemand zei ‘poep-aan-je…’ liet rijmen.

En de rode kater die gecastreerd is, maar dat woord niet horen wil – en zich daarom de ‘je-weet-wel-kater’ laat noemen.

Het is een Nederlandse standaarduitdrukking voor gecastreerde kat geworden, de je-weet-wel-kater,

De strip loopt nog steeds. Sinds Kruis in 1999 met pensioen ging is die door anderen in de Studio Jan Kruis overgenomen: inmiddels zijn er meer dan 50 Jan, Jans-albums verschenen, en het is nog altijd een van de best verkopende Nederlandse strips, met vele tienduizenden verkochte exemplaren per titel. Er worden ook Rode Katerpoppen en andere Jan, Jans-merchandise verkocht.

Collega-striptekenaar Martin Lodewijk (van de strip Agent 327), net als Kruis Rotterdammer van geboorte, weet wel waar dat succes aan ligt. Volgens hem heeft Jan Kruis met de strip-personages in Jan, Jans en de kinderen mensen gecreëerd „die je beter kent dan je buren”, zei hij ooit. En zo is het.

‘Nepheilige’ Sint Pannekoek

Hoe populair na al die jaren vooral de oorspronkelijke Jan Kruis-strips zijn en de grappen die daarin gemaakt werden, blijkt wel uit het feit dat de laatste jaren een nieuwe traditie aan het ontstaan is, namelijk ‘Sint Pannekoek’. Vele duizenden Nederlanders in het hele land vieren deze nieuwe feestdag op 29 november, door eerst een pannekoek op hun hoofd te leggen, elkaar zo een vrolijk en gezegend Sint Pannekoek te wensen, en daarna de pannekoek op te eten. Er zijn sinds een paar jaar speciale Sint Pannekoek-bijeenkomsten, zoals in de Koningskerk in Rotterdam, en in Groningen in de Der Aa-kerk.

En dat allemaal voor een ‘nepheilige’ zoals het christelijke Nederlands Dagblad hem noemt, die door Jan Kruis in een aflevering in de strip in 1986 bedacht is. Catootje, de jongste dochter des huizes, wil geen boontjes eten, maar liever pannekoeken. Vandaar dat opa een smoes verzint om moeder Jans pannekoeken te laten bakken: hij verzint ter plekke dat op die dag 29 november, Sint Pannekoek een oude Rotterdamse traditie is, en dat er daarom pannekoeken gegeten moeten worden. De traditie is waarschijnlijk door studenten die de strip lazen gestart, en langzaam verspreid.

Een verbaasde Jan Kruis zei vorig jaar tegen RTV Drenthe: „Het is bij mijn weten nog nooit gebeurd dat er een nationale feestdag uit een strip is ontstaan.”

Hollands gezinsleven te kijk

Zijn chef-d’oeuvre, de strip Jan, Jans en de kinderen, is helemaal niet zo onschuldig als het lijkt. Hij baseerde de strips aanvankelijk op zijn eigen gezinsleven. Hij bood een vrolijke, ongegeneerde kijk in het moderne Hollandse familieleven – herkenbaar voor jonge en oude lezers. Kruis had een fijne neus voor alledaagse conflictjes in het huiselijk gezin, of het nu ging over het eten, de opvoeding, de rolverdeling man-vrouw of de slanke lijn. Vaak raken die kleine botsingen aan maatschappelijke kwesties. Zo heeft echtgenoot Jan aanvankelijk nog een baan, maar in de jaren tachtig van oprukkend feminisme gaat zijn vrouw Jans werken. „Ik kies voor een carrière”, zegt Jans in de strip. „Voor mij is kinderen opvoeden te moeilijk.” Jan wordt huisman. Als hij de sokken in de wasmachine stopt vraagt hij zich af: „Ben ik nu progressief of een sukkel?” Er zat vaak een scherpje in Kruis’ milde humor.

Er komen nieuwe figuren in de strip zoals Hanna de Bewust Ongehuwde Moeder (BOM) en haar tegenpool Opa Tromp (gebaseerd op Kruis’ eigen vader), die unverfroren vasthoudt aan het standpunt dat vrouwen thuis horen te zijn en tegen alle medische adviezen in sigaren blijft roken. Jans gaat ook nog in de politiek, ze wordt lijsttrekker van de nieuwe partij Vrouwmens 94, die als slogan heeft ‘Moeders aan de macht!’

Transseksuele pitbull

Ook via de dieren in de strip, zoals de gecastreerde kater en de transraciale transseksuele keeshond Annemarie (die eigenlijk een mannelijke pitbull is) levert Kruis commentaren op de veranderende zeden en modes. Zo schrikt in een strip uit de jaren zeventig het hele gezin ’s nachts wakker als de eerder uitgevallen stroom weer aangaat, en de hit Tigerfeet van Mud, waar Karlijn naar luisterde op de pick-up, weer door het huis schalt. En als Jans op latere leeftijd weer zwanger wordt, leidt dat tot brieven van geschokte Libelle-lezeressen.

Jan Kruis is geboren in Rotterdam in 1933, waar hij strip- en reclametekenaar werd na een opleiding aan de kunstacademie. Hij werkte korte tijd voor de Toonderstudio, en moderniseerde de strip Sjors en Sjimmie voor hij aan Jan, Jans begon. Hij schilderde ook graag in zijn atelier in Drenthe waar hij naar toe verhuisde met zijn gezin: hij maakte olieverfportretten van onder anderen Simon Carmiggelt en Martin Lodewijk. Hij maakte een groot portret van de koninklijke familie, dat in de raadszaal van Ameland hangt. Hij illustreerde en voltooide ook Multatuli’s verhaal over Woutertje Pieterse.

Kruis, die in 2010 als eerste de Marten Toonderprijs, de Nederlandse oeuvreprijs voor striptekenaars won, was bescheiden over zijn talenten. Op een cartoon die hij kort voor zijn overlijden maakte, aldus RTV Drenthe, zien we mensen bij een lijkwagen staan, blijkbaar bij de uitvaart van Kruis zelf. Een van de volgers van de wagen zegt: „Ach, wat zal ik zeggen, hij kon leuk tekenen.” Nou, daar doet hij zichzelf tekort. Hij kon meer. Jan Kruis heeft het Nederlandse familieleven decennia lang magistraal met zelfspot vastgelegd.