Cultuur

Interview

Interview

Heleen van Royen met een foto van haar moeder en zichzelf.

Foto Andreas Terlaak

‘Mijn moeders dood ga ik niet filmen’

Heleen van Royen

Heleen van Royen zette een huisje in de tuin voor haar dementerende moeder en maakte er een film over. „Elk leven eindigt slecht, in de kist.”

‘Ik was net uit Portugal terug naar Nederland verhuisd, in 2015, en mijn dochter zei dat oma wel erg vergeetachtig werd. Zij was al eerder teruggegaan en ze had een jaartje bij haar in Amsterdam gewoond. Toen werd ik gebeld door de buurman die boodschappen voor mijn moeder deed. Heleen, het gaat niet goed met haar. Sterker, ze wilde er een eind aan maken. Ik barstte meteen in tranen uit. O néé, niet nog een. Mijn vader heeft zelfmoord gepleegd, hè, op mijn dertiende, en ik heb altijd tegen mijn moeder gezegd: jij gaat dat niet doen, ik wil niet het kind van twee zelfmoordenaars zijn. Dat vind ik zo treurig. Maar ze was inderdaad heel somber en toen ik haar vaker ging bezoeken, snapte ik wel waarom. Zo geïsoleerd, zoveel pijn. Ze kon bijna niet meer lopen en ze zat daar maar op die bank. Ik dacht: wat kan ik doen om het leven leuker voor haar te maken? En omdat het me zo bezighield, wilde ik het ook vastleggen. Dat is bij mij een automatisme. Ik ging haar filmen met mijn iPhone.”

Trailer ‘Het doet zo zeer’

Ook om het beter te kunnen volhouden?

„Ja, door te filmen plaats je een filter tussen jezelf en de wereld. Later kreeg ik een camera te leen van TVBV [de televisieproductiemaatschappij van Jeroen Pauw] en toen ben ik echt begonnen.”

Die camera zette je gewoon op een statief bij haar in de kamer.

„Geen team, geen geluidsmensen. Alleen een redacteur met wie ik kon sparren. Zij heeft gefilmd toen ik mijn moeder naar het mantelzorghuisje bij mij in de tuin verhuisde, en ook wel als we naar het ziekenhuis moesten. Maar meestal waren mijn moeder en ik met z’n tweeën, heel intiem. Heel fijn om terug te zien. En pijnlijk.”

Waarom pijnlijk?

„Ze is er nu veel slechter aan toe dan twee jaar geleden. Ik was van plan haar wat stukjes uit de documentaire te laten zien en haar reactie te filmen. Maar ik weet niet of dat nog wel fijn is.”

Ze wist het wel, dat je haar filmde.

„Ja, je hoort haar soms ook commentaar geven. Heleen, dat ding doet het niet, het lichtje knippert. Of ze zegt dat ik nou maar eens moet stoppen.”

Je gaat niet door tot haar dood?

„Nee, die ga ik niet filmen. Dat was eerst wel het idee, filmen tot ze… nou ja. Later dacht ik: je weet wel hoe dat is. Elk leven eindigt slecht, in de kist. Hoe het nu eindigt, in het verpleeghuis, niet meer zo eenzaam, minder pijn, meer vreugde – dat laat ik liever zien. Wat je voor een ander kunt betekenen, wat ik voor haar beteken, wat zij voor mij betekent. Als ik haar nu nog zou filmen – ze is soms zo emotioneel. Schreeuwen, boos. Dat wil ik niet.”

Ze zegt in de film zo vaak dat ze pijn heeft dat je er zelfs als kijker…

„…af en toe gek van wordt, ja.”

Klapte je buiten de camera wel eens uit elkaar?

„Dat niet. Maar één keer – we waren in het ziekenhuis, het was het gillen en schreeuwen en boos op mij, en toen heb ik haar ergens in haar rolstoel geparkeerd en ben ik even naar buiten gelopen. Wat ik moeilijker vond: dat ze zo snel verslechterde. Ze kon op een gegeven moment niet meer terug naar dat mantelzorghuisje. Dat vond ik echt verschrikkelijk.”

Ze heeft er maar een paar maanden gewoond.

„En ze weet er nu niets meer van. Ook zo frustrerend: maandenlang had ik het er met haar over gehad dat ze bij mij in de tuin zou komen wonen, en toen stonden we bij haar voor de deur met de verhuiswagen en zei ze: wat komen jullie doen?”

En als ze in dat huisje zit is ze niet blij. Ze wil terug naar haar flat.

„Dan moet je dus denken: het is een ziekte, ze doet het niet om mij te pesten.”

Het is geen film over oud zeer.

„Nee, ik ben ook niet boos om dingen van vroeger. Wat ze heeft gedaan of waarin ze tekort geschoten is, dat interesseert me niet zo. Ieder mens schiet tekort. Wat maakt het uit wat er in 1978 gebeurd is? In de tijd dat ik wel boos op mijn moeder was, heb ik het met haar uitgepraat.”

Wanneer was dat?

„Zo rond De gelukkige huisvrouw, in 2000, waarin ik de zelfmoord van mijn vader heb verwerkt.” Hij had zich verdronken in de Sloterplas in Amsterdam-West. „Ik ben toen wel wat kritischer geworden over de rol van mijn moeder. Voor die tijd zag ik het zwart-wit. Mijn vader was slecht, een nare, dominante man, en mijn moeder was goed. Toen kwamen de nuances. Hoe was ze zelf geweest? Waarom had ze hem altijd zo slecht afgeschilderd? Maar na dat boek was ik er wel mee klaar. Ik kan het haar niet blíjven verwijten. Bovendien: híj ging ervan tussen en zij niet. Ze heeft in haar eentje drie dochters opgevoed. Ze is weer gaan werken, bij de tuberculosebestrijding. Ze heeft ervoor gezorgd dat we konden studeren. Daar blijf ik haar altijd dankbaar voor.”

Een vader die zelfmoord pleegt…

„…daar kun je je nooit mee verzoenen, nee. Vooral niet omdat het voor ons, mijn moeder en zussen en mij, voelde als een bevrijding. Daarom ben ik heel erg tegen – nou wilde ik euthanasie zeggen, maar ik bedoel dus zelfmoord.”

In de film spreek je je anders ook ferm tegen euthanasie uit.

„Nou ja, niet als je op je sterfbed ligt en vreselijk lijdt en zo. In alle andere gevallen, nee. Ik zeg niet dat het leven mooi is. Nee, het leven is er gewoon. En levensdrift is wat ons op de been houdt. Als jij zegt: ik stop ermee, mijn leven is voltooid – dat is zo hard voor de mensen die je achterlaat. Het is een soort fuck you. En dat dan ook nog willen reguleren. Hoeveel levens zijn er niet voltooid? Mijn leven is ook voltooid. Je kunt daar alle kanten mee uit. Echtparen die er samen uitstappen! Mij maak je niet wijs dat die alle twee op hetzelfde moment even graag willen. Die zitten elkaar gek te maken. En dan de brief voor de kinderen. Mensen zeggen: wat mooi. Ik zie niet wat er mooi aan is. Het is lelijk als mensen er zelf een eind aan maken. Joost Zwagerman, die dezelfde mening was toegedaan – toen hij eruit stapte voelde ik me zo genaaid. Wat flik je me nou? Hij had me erover geïnterviewd, want hij voelde zich ook het kind van een zelfmoordenaar, al had zijn vader alleen maar een poging gedaan. En nou kon die vader zijn zoon begraven. Echt niet cool.”

Je moeder wil niet meer leven door de pijn die ze lijdt.

„Ze wordt er volledig door in beslag genomen, ja. Het gekke is dat ze er echt wel wat aan had kunnen doen. Ze moest een nieuwe heup, maar omdat er bij de eerste heup iets was misgegaan, wilde ze niet nog een keer geopereerd worden. Ze vertikte het gewoon.”

Een leuker mens wordt ze er niet van.

„Nee. Nou is ze sowieso nooit een lieve warme moeder geweest, maar wel een moeder bij wie ik altijd terecht kon. Ze hield van praten. Koffie, thee, en dan praten. Ze is vrij hard en bot. En die pijn – het is niet gek dat je daar niet leuker van wordt. Het is gek als je er niets aan doet. Aan de andere kant bewonder ik het ook in haar dat ze niet doet wat ze niet wil.”

Jij regelt in de film dat ze toch geopereerd wordt.

„Ja, ik neem de regie over, dat vond ik het moeilijkst van alles. Al die beslissingen, ik heb er nachten van wakker gelegen. Deed ik wel het goede? Tussen aanhalingstekens dan hè. Dat ze zo snel verslechterde, dat begon na de verhuizing en na de operatie. Maar de pijn was daarna wel weg. En je weet: ze dementeerde al. Je probeert iemand vooruit te helpen terwijl ze achteruit gaat.”

Probeer je je angst voor je eigen oude dag met deze film te bezweren?

„Weet ik niet. Het gebeurt toch, ouder worden. En ik zou niet de rest van mijn leven 50 willen blijven. Ik kan me er ook wel op verheugen om oud te zijn. Als ik bij mijn moeder binnen loop – alles wordt voor haar gedaan, het enige wat ze optilt is haar vork. Voor mij is de ouderdom geen schrikbeeld. Ik word liever gezond oud dan dementerend, maar het gaat zoals het gaat. En mensen kunnen zich ongelooflijk goed aanpassen. Daar reken ik maar op, dat ik me kan aanpassen.”

Toch doe je van alles om jonger te lijken dan je bent.

„Ja, ik vind het leuk en belangrijk om er goed uit te zien en slank te blijven. Voor mij is het een sport. Maar het is buitenkant. Wat er vanbinnen gebeurt, je botten, je hele gestel, dat kun je niet tegengaan. Ik probeer fris en fruitig te blijven zo lang het kan in de zekerheid dat ik het gevecht ga verliezen. Dit jaar word ik 52 en het is niet zo dat ik me 42 voel, of 32. Nee, ik heb echt 52 jaar geleefd en zo voelt het ook.”

Je hebt een vriend die 30 is. Helpt dat?

„Ik voel me er eerder ouder door. Het is wel zo dat ik door hem in een jongere omgeving ben. Je doet dingen die je misschien niet doet als hij net zo oud zou zijn als ik. Maar ik heb meer meegemaakt dan hij en meer bereikt. En hij heeft nog een leven voor zich, waarschijnlijk.”

In een interview met Jeroen Pauw zei je dat je er niet van uitgaat dat jullie bij elkaar blijven.

„Het is niet reëel om van Bart te eisen dat hij bij me blijft tot de dood ons scheidt.”

Op internet zie je hoe agressief mensen ervan worden, jij met een jongere man.

„Ja, dat zijn van die dingen. Over het omgekeerde hoor je nooit iemand, hè. Mannen mogen meer dan vrouwen, dat is de rode draad. Er wordt meer van ze gepikt en ze flikken ook meer, qua criminaliteit en zo. Zo is de wereld en die verandert niet. Maar dat wil niet zeggen dat ik me erbij neerleg. Ik doe waar ik zelf zin in heb. Dat is het enige wat je ertegenover kunt stellen. Je er niets van aantrekken. Jett Rebel laatst, heb je dat gelezen? Hij zei dat hij nergens meer aan verslaafd was, behalve aan seks. Stel dat ik dat zou zeggen, dan wordt het een heel ander verhaal. Hoer, slet, wat ben je toch ook een smerig wijf. Ik heb het allemaal al zo vaak gehoord. En dan zeg ik niet eens dat ik aan seks verslaafd ben, want dat ben ik niet.”

Je vader was in de oorlog dwangarbeider in Duitsland.

„Samen met zijn broer, ja. Ze werkten bij de spoorwegen en uiteindelijk zijn ze gedeserteerd. Ze kwamen in Dresden terecht en daar hebben ze het bombardement meegemaakt. Daar kwam ik allemaal pas achter toen ik in de tijd van De gelukkige huisvrouw ging speuren.”

Was je vader na de oorlog geknakt?

„Zijn broer zegt van wel.”

Vandaar het slechte huwelijk?

„Ik ben de jongste en ik weet niet beter dan dat mijn ouders altijd hard en ongezellig tegen elkaar deden. Er was geen vreugde. Nou ja, sporadische momenten. Een keer op vakantie, in een pension, toen hadden we lol. Maar een van mijn zussen zegt dat het toen ook niet leuk was.”

In de film zie je hoe je je best doet om het fijn te hebben met de mensen om je heen.

„Ik heb een leuk gezin, dat is de bonus van het leven. Met Ton [haar ex-man] en mij gaat het goed. Ton en Bart gaan samen ook goed. We vieren Kerst met elkaar. Ik vind het fijn als iedereen blij is, ik kan niet goed tegen ruzie. Ik zoek altijd naar harmonie, nooit naar het conflict. Nou ja, alleen als je iets met elkaar moet oplossen. Maar niet als levenshouding.”

Hoe vaak zag je je moeder toen je nog in Portugal woonde?

„Ze is één keer geweest. Ook zoiets. Ze wilde nooit komen. Ze wilde niet van die bank af. Die ene keer deed ze het alleen maar om van mijn gezeur af te zijn. Mam, als ik een ticket voor je boek, kom je dan? Ik kom je halen, ik vlieg met je mee. Ze vond het leuk, maar na afloop zei ze: nu hoef ik nooit meer.”

Wanneer is ze op die bank gaan zitten?

„Een jaar of tien, twaalf geleden. Ik woonde nog in Nederland. Ze rookte een pakje per dag en toen kreeg ze achter elkaar twee hartaanvallen. Daarna is ze angstig geworden. Ze stopte met autorijden. Ze ging niet meer naar de kaartclub.”

Waarom doe je zo je best voor haar?

„Ik wil dat ze een leuk leven heeft, dat ze voelt dat ze niet alleen is. Ik heb me altijd verantwoordelijk gevoeld voor haar geluk, ook toen ik jong was. Zij en ik hadden samen een verbond en ik verzette me tegen mijn vader, waar ik me later schuldig over voelde. Ik ben niet naar zijn begrafenis geweest. Ik heb nog nooit zijn graf bezocht. Maar ik heb nu wel de grafrechten overgenomen, dus nu gaat het wel een keer gebeuren.”

Waar ligt hij?

„Dat weet ik niet precies.”

In de film zie ik een dochter die de liefde van haar moeder probeert te winnen.

„Ja, ja, dat zei mijn moeder ook een keer. Waarom ben je zo met mij bezig? Daar moet je eens mee ophouden. Maar ik móet dat doen. We zijn zo verbonden met elkaar. Zij is de persoon met wie ik de sterkste band heb, van iedereen in de wereld. Jaja.”

Wat geeft ze je terug?

„Nou moet ik oppassen dat ik niet ga huilen.”

Ze wil op een gegeven moment dat je haar arm om haar heen doet.

„Ja, dat wilde ze opeens, een periode. Daarna was het weer voorbij. In het ziekenhuis zei ze een keer: ik wil niet dat je weggaat. Dat was ook wel weer moeilijk, want ik kon niet de hele tijd bij haar blijven.”

Praten over zelfdoding kan bij de hulp- en preventielijn ‘Zelfmoord? Praat erover’. Telefoonnummer 0900-0113, www.113Online.nl.