Commentaar

Laat het drijfzand van het nepnieuws over aan media

Pas op! Hier circuleert gevaarlijke onzin!’ Moeten burgers, net als bij drijfzand in de natuur, gewaarschuwd worden bij vindplaatsen van nepnieuws? Dient het verspreiden ervan verboden te worden, zoals in Duitsland voorgesteld? Kunnen redacties verplicht worden fake-berichten te verwijderen? Of zijn burgers zelf voldoende in staat om vals en waar van elkaar te onderscheiden? Na de Amerikaanse presidentsverkiezingen, waarin verzonnen berichten onverwacht een grote rol speelden, is het debat ontbrand.

Wie verzonnen berichten, quasi journalistiek gepresenteerd, zou willen bestrijden betreedt een mijnenveld. Het debat gaat meteen over de uitingsvrijheid, een van de kurken waar de democratische rechtsstaat op drijft. Tegelijk heeft de enorme vlucht die internet nam, ook dubieuze effecten. De verantwoordelijke journalistiek is zijn poortwachtersmonopolie verloren, zoals bekend. Google, maar vooral Facebook zijn de nieuwe mediamachten, die (vrijwel) geheel vertrouwen op de gebruikers. Die worden geacht oneigenlijk gebruik zelf te rapporteren. Inmiddels is het besef ingedaald dat dit ineffectief en een vorm van verschuilen is. Voor iedere fantast, manipulator of pestkop wordt de vrije toegang tot reclame-inkomsten beperkt. En er komen indicaties bij berichten over de betrouwbaarheid. Er wordt toenadering tot de journalistiek gezocht. Sociale media zijn dus volwassen aan het worden.

Nepnieuws confronteert ook hen met de natuurlijke neiging van ieder mens om selectief te denken. Wetenschappelijk is aangetoond dat er een ingebakken voorkeur bestaat voor informatie die eigen opvattingen bevestigt . En een neiging te negeren wat die tegenspreekt. Deze voorkeur voor bevestiging (confirmation bias) staat ook wel bekend als geloofsvolharding. In combinatie met het ‘primacy effect’( informatie die het eerst binnenkomt wordt het best onthouden en heeft invloed op de weging van wat daarna volgt) leidt het in de rechtszaal tot verkeerde veroordelingen. En daarbuiten tot oneerlijke verkiezingen. Het is voor de journalistiek, ook die bij nieuwere media, dus de kunst om burgers juist open te laten staan voor wat hun overtuiging tegenspreekt. Dat vraagt om regie die moeilijk aan algoritmen uitbesteed kan worden.

Vooralsnog lijkt regelgeving tegen nepnieuws niet nodig. De markt begint inmiddels zichzelf te reguleren – het gaat in de goede richting, zij het langzaam. In een klimaat van wantrouwen tussen burger en politiek is er weinig steun voor toezicht of regulering. Terecht. Wie zich beschadigd voelt door nepnieuws is nu ook niet zonder bescherming. Aangifte wegens laster is mogelijk, evenals compensatie wegens onrechtmatige publicatie.