Column

Jij bent niet het volk

‘Wir sind das Volk, Wir sind das Volk”, werd er afgelopen week opgetogen gescandeerd tijdens de toespraak van de lokale Duitse politicus Björn Höcke, AfD-chef van de deelstaat Thüringen. Die toespraak vond plaats in een bierhal in Dresden en heeft schandaal verwekt omdat Höcke een „draai van 180 graden in de herdenkingspolitiek” bepleitte. Genoeg Duitse schuld bekend, genoeg deemoed getoond.

Höcke: „Wij Duitsers, dus ons volk, zijn het enige volk ter wereld dat een monument van schande in het hart van zijn hoofdstad heeft geplant.” Daarmee bedoelde Höcke het Holocaust-monument in Berlijn, vlak bij de Rijksdag. Het bombardement van Dresden was een oorlogsmisdaad die „ons van onze collectieve identiteit wilde beroven”. Over Bondspresident Weizsäcker, die ruim dertig jaar geleden als eerste de dag van de Duitse capitulatie ‘een dag van bevrijding’ had genoemd: „Hij heeft zich tegen het volk gekeerd.” Waarop, vermeldt de Volkskrant, „zijn publiek vol enthousiasme ‘volksverrader, volksverrader’ begon te kraaien.”

Het volk, het volk – niemand is het volk. Ik laat de oorlog er altijd liever buiten, maar deze Höcke is zelf een wandelende Godwin, die het Duitse historisch bewustzijn consequent als een fatale zwakte voorstelt. Politici van zijn eigen partij wisten niet hoe snel ze over hem heen moesten vallen, hij werd weg geparkeerd als een ongeleid projectiel. Als dit het verhaal wordt, zal AfD irrelevant worden, waarschuwde partijleider Frauke Petry. Maar ook waren er de onvermijdelijke vergoelijkers, zoals vicevoorzitter Alexander Gauland – kom, kom, Höcke wilde slechts benadrukken dat de zwarte bladzijde van de nazitijd de verdiensten van de Duitse cultuur dreigden te overschaduwen. En er was vooraf toch discussie geweest of het monument wel in het hart van Berlijn moest worden geplaatst?

Je ziet het steeds op de flank van populistisch rechts: er wordt provocatief geflirt met het onnoembare (minder! minder!), maar als het schandaal losbreekt, volgt parmantige tekstexegese, waarin iedere duistere suggestie stug wordt ontkend. Hij wilde alleen maar voorstellen het monument een eindje verderop te plaatsen! Schande om hem als een verdediger van het nazisme neer te zetten!

Kom, de flirt is er wel degelijk, anders zou een man als Höcke niet een bierhal in vuur en vlam kunnen zetten. Voor zijn geestverwanten is het inderdaad jammerlijk dat hij de holocaust erbij haalde, want de grondtoon van zijn betoog wordt breed gedeeld: een zwakke, weke bestuurlijke elite, verslaafd aan schuldgevoel, die zich willoos laat overmeesteren door even viriele als gewelddadige indringers, waardoor een fatale culturele onteigening plaatsvindt.

Ook in Nederland vind je deze beeldspraak. Publicist Thierry Baudet, inmiddels ook al politicus, haalde er tijdens zijn toespraak op het congres van zijn Forum voor de Democratie een ziekte bij: „Het Westen lijdt aan een auto-immuunziekte. Een deel van ons organisme – een belangrijk deel: ons afweersysteem, datgene wat ons zou moeten beschermen – heeft zich tegen ons gekeerd. Op elk vlak worden we verzwakt, ondermijnd, overgeleverd. Kwaadwillende, agressieve elementen worden ons maatschappelijk lichaam in ongehoorde aantallen binnengeloodst, en de werkelijke toedracht en gevolgen worden verdoezeld.”

„Jongens, dit is gewoon fascisme, hoor”, twitterde de conservatieve publicist Dirk-Jan van Baar naar aanleiding van Baudets woorden. Het probleem van zo’n reactie is dat daarna volautomatisch het verwijt volgt dat reële problemen worden ontkend, dat er christen- en homohaters in asielzoekerscentra aanwezig zijn, dat radicale islamisten de ware fascisten zijn. De toon is wat cru, maar toch.

Hetzelfde zag je toen De Telegraaf onlangs onder vuur kwam te liggen door suggestieve koppen, waarin asielzoekers uit veilige landen, die in steeds andere landen asiel aanvragen, consequent als plaag worden voorgesteld: ‘asielhopper-invasie’ ‘kansloze asielplaag’ en ‘asieltuig’. De tegensprekers kwamen ook hier met het argument dat het om een echt probleem ging, je opwinden over die koppen was een vorm van wegkijken – of erger, zelffelicitatie.

Het is juist omgekeerd. Door maatschappelijke kwesties in zulke groteske beeldspraak te verbeelden, in hyperbolen als fatale ondermijning van „onze collectieve identiteit” van „het volk”, in termen van lafheid en verraad, bacteriële ziekten en sprinkhaanachtige plagen, suggereer je geen praktische, zelfbewuste, moeizaam op de stugge realiteit bevochten oplossingen, links of rechts, maar even vage als radicale maatregelen. Juist die zieke metaforen zijn een vorm van verlustigd wegkijken, van zwelgen in radicale fantasieën voor de bierhal. Zulke taal kan niet krachtig genoeg worden ontleed, ontkracht, gedemonteerd, en te kijk gezet. Fascist roepen is niet genoeg.