‘Je moet ons zien eten elke avond met kaarsjes aan’

Spitsuur

Nanette Idzerda (70) inspireerde haar man Remco Hazenbroek (54) om te gaan schilderen. Nu leeft hij van de kunst: „Nanette is mijn grote muze.” 

Remco: „Om kwart voor zeven eten we en daarna schilder ik weer verder.” Nanette: „Ondertussen ga ik hier heerlijk in mijn ouwelullenstoel televisie kijken.” Foto David Galjaard

Remco: „We hebben vier maanden lang alleen gepraat voordat we elkaar een zoen gaven. Ik ontmoette Nanette toen ik net 23 was. Zij was 39. We speelden eens per week darts in de kroeg. Raymond van Barneveld heeft nog in ons team gespeeld, maar ja, die was een beetje te goed. Op een gegeven moment zat ik zes avonden per week in de kroeg.”

Nanette: „In de hoop dat ik er was, haha. En ik kwam voor hem.”

Remco: „Ik deed de avond-heao. Overdag zat ik op kantoor, mijn vader kon een baantje voor me regelen bij de PTT. Ik had geen flauw idee wat ik wilde doen. Kunst kende ik niet, dat zat niet in mijn opvoeding.”

Nanette: „Na de middelbare school was ik aangenomen op de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. In mijn jeugdige wijsheid besloot ik na een half jaar dat ik niet goed genoeg was. Vind je dat niet stom? Nadat ik getrouwd was heb ik op de Vrije Academie in Den Haag een deeltijdopleiding beeldhouwen gedaan.”

Remco: „We waren hartstikke verliefd en toen nam je mij mee naar allerlei musea in Parijs. Toen ik dertig werd gaf ze mij een schilderkist en zei ze: nu ga je het zelf maar eens doen. Nanette is mijn grote muze.

Nanette: „Voordat ik de vader van mijn kinderen leerde kennen heb ik nog als apenoppasser gewerkt. Ik hield het maar een week vol want ik vond het zo verschrikkelijk voor die dieren. Kleine hokjes, met beton!

Ik haalde mijn tikdiploma. Mijn moeder is Amerikaanse, mijn tweetaligheid heeft me altijd geholpen. In de loop der jaren groeide ik door. Maar toen ik trouwde en kinderen kreeg ben ik gestopt met werken, dat was zo in die tijd.”

Iedereen woont bij elkaar

Nanette: „Niemand dacht dat dit zou standhouden. In februari zijn we 27 jaar getrouwd en toen kenden we elkaar al vier jaar.”

Remco: „Je moet ons zien eten elke avond met de kaarsjes aan!”

Nanette: „Nou dat is toevallig wel waar! Ik heb nooit spijt van mijn eerste huwelijk gehad en we hebben heel goed contact. Alles woont bij elkaar in de buurt. Mijn zoon woont hier zeven portieken verder. Mijn dochter op exact tien minuten lopen. En mijn ex-man woont ook nog steeds in de wijk hierachter waar we vroeger woonden.”

Remco: „Hij werd pas 75, toen zijn we met zijn allen uit eten geweest. Van een tafelschikking was geen sprake en wij zaten tegenover elkaar.”

Nanette: „We waren met de hele familie uitgenodigd en daar horen Remco en ik ook bij.”

Remco: „Tegen Liza hebben we een paar jaar geleden nog wel eens gezegd ‘hoe is het mogelijk he, dat niemand wat van onze relatie vond’. Toen zij ze ‘he, zijn jullie gek geworden? Achter jullie rug natuurlijk!’”

Nanette: „Wij hadden helemaal niets door. Ik hield me daar ook niet mee bezig. Ik hoopte alleen dat hij wilde blijven, dat hij niet op een gegeven moment dacht ‘ik wil een jonger iemand’. Maar dat is niet gebeurd.”

Schilderles

Remco: „Van mijn achttiende tot mijn 46-ste heb ik bij KPN gewerkt. Ik heb er geloof ik zeven verschillende banen gehad, vooral in de communicatie en marketing. In 2002 kreeg ik van een jeugdvriend mijn eerste betaalde opdracht. Zou je mijn portret willen schilderen, vroeg hij. Zes jaar later heb ik gepraat als Brugman tegen Nanette om dit te kunnen gaan doen. Je bent natuurlijk samen een veel hoger inkomen gewend.”

Nanette: „Ik begreep het zo goed, maar ik vond het ook griezelig. Ik zat zelf in een slechte tijd, daardoor stond ik er niet helemaal open in. Maar ja, natuurlijk moet je het doen.”

Remco: „Nanette heeft een aantal gebroken pensioentjes en AOW, dat vullen we aan met mijn schilderwerk. Ik geef les in Voorburg en Scheveningen. Daar huur ik een atelier waarin ik les geef aan groepen van maximaal acht personen. Liefst portretten, maar als je een keer een vaas bloemen wil schilderen mag het ook. Ik geef ook workshops – eendaagse lessen op een zondag, Dat is erg leuk, mensen komen van verre.”

We laten elkaar vrij

Remco: „Om zeven uur geef ik de katten eten, maak ik ontbijt en open ik de laptop. Ik schrijf onder andere een nieuwsbrief over portretkunst.”

Nanette: „Ik ga altijd eerst naar mijn meditatiekamertje. Als ik niet ga mediteren, zeg ik in ieder geval mijn Kesa-spreuk op. Daarna neem ik koffie en een ontbijtje.”

Remco: „Het is een kilometer of elf fietsen naar de ruimte waar ik les geef. Bij lekker weer pak ik de fiets. Soms moet er een schilderij mee, dan neem ik de auto of het gaat mee in een rugzak.”

Nanette: „Ik bereid ’s morgens vaak het eten voor. Sinds ik niet meer hoef te werken, hoef ik ook niets meer, vind ik. Ik doe zoals het komt. Ik pas vaak op, vooral op de jongste van mijn zoon. Ik heb voor drie van de vier kleinkinderen een quilt gemaakt en ik ben nu voor de laatste bezig, dat is een behoorlijk karwei. Dat doe ik meestal ’s middags in mijn atelier boven. Een tijdje heb ik nog samen met iemand teksten vertaald uit het Engels naar het Nederlands. Voor onze sangha, de boeddhistische gemeenschap waar ik deel van ben, hebben we een boek vertaald.”

Remco: „Rond half zes zak ik af voor een glas wijn en NRC.”

Nanette: „Dan heb ik het eerste katern al uit.”

Remco: „Een keer in de twee weken doen we een museumbezoek.”

Nanette: „We zijn net naar het Gemeentemuseum geweest, daar is de tentoonstelling Van Rodin tot Bourgeois. Dat vind ik geweldig, als beeldenliefhebber.”

Remco: „Om kwart voor zeven eten we en daarna schilder ik weer verder.”

Nanette: „Ondertussen ga ik hier heerlijk in mijn ouwelullenstoel televisie kijken of ik lees. We zoeken elkaar af en toe op, maar we besteden ook veel tijd zonder elkaar. Hij doet wat hij wil en ik doe wat ik wil en het is toch een eenheid.”