Opinie

Je kind aangeven is niet normaal

Premier Rutte vindt het „een normale reactie” wanneer ouders hun kind aangeven als dat crimineel gedrag vertoont. Maar je kind verraden kan nooit het antwoord zijn, schrijft . „Het is niet voor niets dat je in onze rechtspraak niet tegen je familie hoeft te getuigen.”

Achter iedere politicus schuilt een persoon met een eigen geschiedenis en een eigen verhaal. Zo hebben we nu een premier die zelf geen kinderen heeft. Hoe je het ook wendt of keert, dat betekent iets voor de manier waarop hij naar de wereld kijkt en zijn politiek bedrijft. Dus toen hij zondag bij televisieprogramma Buitenhof zei dat het een „normale reactie” zou zijn als ouders hun kinderen bij de politie aangeven wanneer ze de wet overtreden, krabde ik me toch even achter de oren. Ik wil niet zeggen dat je op alle gebieden ervaringsdeskundige hoeft te zijn om er iets van te mogen vinden, maar er zijn gebieden waar je uit een ander vaatje tapt als je er ervaring mee hebt. En als dat voor één gebied geldt, dan is dat wel op het gebied van kinderen.

Natuurlijk vinden we het allemaal verschrikkelijk als met Nieuwjaar politieagenten worden belaagd door jongens die willen voorkomen dat een containerbrand wordt geblust. Daar is geen twijfel over mogelijk. Maar het is niet een ‘normale reactie’ om je kind bij de politie aan te geven als je kind zich daaraan schuldig heeft gemaakt, zoals Rutte stelde. Op het gevaar af dat ik als een knuffelpsycholoog wordt weggezet, wil ik het toch even hebben over wat ‘normale reacties’ van ouders zijn tegenover hun kinderen, ook wanneer zij de wet overtreden.

Boeiender voor Rutte zou het moeten zijn te onderzoeken waarom deze jongens tot dit gedrag komen.

De basis van de verhouding tussen ouder en kind is de zogenoemde ‘zijnsloyaliteit’. Dat is de loyaliteit die dieper gaat dan welke andere loyaliteit ook, omdat het leven zelf er onderdeel vanuit maakt. Het is niet voor niets dat je in onze rechtspraak niet tegen je familie hoeft te getuigen. Ook als iemand de meest verschrikkelijke dingen heeft gedaan, hoef je als familie door het ‘verschoningsrecht’ geen antwoord aan de autoriteiten te geven als die daarom vragen. Je hebt in de rechtszaal als familie weliswaar een verschijningsplicht, maar nooit een plicht om te spreken. De staat beschermt met dit verschoningsrecht de basis van iemands existentie. En iedereen die kinderen heeft, snapt waarom die frustrerende regel in de wet is opgenomen. Want hoe moeilijk het ook is, verraad door een vader of moeder kan nooit het antwoord zijn. Ouders moeten immers nog jaren door met hun kinderen, ook nadat die bijvoorbeeld gekalmeerd zijn, een partner hebben gevonden en een gezin hebben gesticht (ja, dat gebeurt ondanks alles bij de overgrote meerderheid). Daar wordt diezelfde zijnsloyaliteit aan doorgegeven waardoor het nieuwe kind zich kan hechten aan zijn omgeving. Die zijnsloyaliteit hoort daarom door de wet beschermd te worden. Hoe contrecoeur dat ook mag voelen als politieagenten worden aangevallen. Rutte had het in Buitenhof over ‘goed’ en ‘slecht’ populisme en het verraden van je kind hoort wat mij betreft bij de slechte variant, het is namelijk de ongenuanceerde onderbuik die dan spreekt.

Dat neemt niet weg dat het soms gebeurt. Ouders geven soms hun kind aan. Maar dat is dan vaak niet omdat deze ouders hun kind gestraft willen zien, maar omdat ze wanhopig zijn en willen dat hun kind de hulp krijgt die het nodig heeft. Ze doen dat dus uit liefde, niet uit repressie. Hun eigen aanpak heeft gefaald en dus gaan ze naar ‘vadertje staat’ voor hulp. Dat dit gebeurt, wil niet zeggen dat een premier dat als ‘normale reactie’ mag bestempelen, want zo’n maatschappij moet hij in zijn land helemaal niet willen. Het ene kwaad legitimeert niet het andere, zo werkt het niet in een rechtsstaat.

Wat ik dus wens is dat Rutte zich wat meer af gaat vragen waaróm deze jongeren zich geen onderdeel van de maatschappij meer voelen.

Boeiender voor Rutte zou het moeten zijn te onderzoeken waarom deze jongens tot dit gedrag komen. Er is daar misschien wel een lesje uit het verleden te trekken. Jaren geleden hadden we namelijk criminele junks die de binnensteden van ons land onveilig maakten, zoals op de Zeedijk in Amsterdam en Perron Nul op het Centraal Station van Rotterdam. Pas toen we ze niet meer als criminelen, maar als patiënten gingen zien (o, knuffeldeknuffel) loste het probleem zich eigenlijk pas op.

Wat ik dus wens is dat Rutte zich wat meer af gaat vragen waaróm deze jongeren zich geen onderdeel van de maatschappij meer voelen, want dat kon wel eens met veel van de politieke besluitvorming van de laatste jaren te maken hebben. Dat echt willen onderzoeken zou uiteindelijk wel eens de ‘normale reactie’ van een premier van een rechtsstaat als de onze kunnen zijn.