Ja, ze gaan stemmen. Maar op wie?

De Stemming in Zoetermeer

Mbo’ers uit Zoetermeer kijken uit naar de verkiezingen. Ze letten vooral goed op welke partij het meest voor hun belangen opkomt.

Leerlingen van het ID College zijn politiek bewust. Foto’s David van Dam

Op basis van een peiling schetst Vrij Nederland deze week een schril beeld van jongeren en hun politieke bewustzijn. „Vond in 2007 nog 43 procent van de jongeren dat Nederland zich in de verkeerde richting ontwikkelde, nu is dat 57 procent. Eén op de vijf verwacht dat Nederland tijdens zijn of haar leven in een dictatuur verandert.”

Een duidelijk verschil in politiek humeur is zichtbaar tussen hoger- en lageropgeleiden. „Een fors percentage van de hoogopgeleide jongeren – 32 procent – geeft de democratie een acht of hoger, terwijl 39 procent van de laagopgeleiden de democratie juist een vijf of lager geeft.”

Alle reden om voor een mbo-school in een willekeurige stad te gaan staan om met jongeren te spreken. De stad werd Zoetermeer, de school het ID College. Het is snijdend koud, en Safiah Gafoer en Ambar Lalkhan eten een boterhammetje op het parkeerterrein. De meeste auto’s om hen heen, Kia’s, Nissans, Subaru’s, zijn van scholieren, merken we in de grote pauze. Dan zien we ook dat het ID College grootstedelijk multicultureel is en dat de leerlingen in gemengde groepjes met elkaar optrekken.

Bijna alle mbo-leerlingen die we spreken, zeggen dat ze na deze opleiding naar het hbo willen. „Met een mbo-diploma heb je geen kans op een goeie baan”, zegt Adam Jaouhari, applicatie-ontwikkelaar in spe. Hij en zijn vijf klasgenoten hebben „Silicon Valley” voor ogen.

De scholieren blijken gretig politiek bewust. Ze kijken naar het nieuws op tv, of volgen het via Facebook, of ze lezen blogs op Breitbart. Stemmen willen ze, en als ze nog geen achttien zijn, kijken ze ernaar uit, al hebben de meesten nog geen duidelijke voorkeur voor een bepaalde partij: „Iets in het midden, geen PVV of PvdA”, zegt een onderwijsassistent in opleiding.

Safiah Gafoer en Ambar Lalkhan (rode jas). David van Dam.

Voor eigen belang

Bij het bepalen van hun partijkeuze is hun eigenbelang leidend. Niet „het hele ideologische pakket”, zoals Remco Kuyvenhoven (21, eerstejaars Juridisch administratieve dienstverlening) het uitdrukt, maar „je kiest wat je zelf goed uitkomt”, zoals Oscar Huizer en Yasin William (derdejaars Junior account management) zeggen. Zij gaan ondernemer worden, of eigenlijk: Yasin ís het al. Hij heeft zijn kamer omgebouwd tot drukkerij voor gepersonaliseerde T-shirts. „Soms lig ik ’s nachts te zweten door de hitteplaten.” Het wordt dus hoogstwaarschijnlijk de VVD, zeggen ze. Dat geldt ook voor vier van de zes derdejaars Applicatie-ontwikkeling die we spreken.

Het enige waar Yasin en Oscar het niet over eens blijken, is de vraag wat beter is: de basisbeurs van vroeger of het leenstelsel van nu. Oscar vindt het leenstelsel, in jezelf investeren, een extra motivatie om hard te studeren. Yasin is bang dat de drempel dan voor sommige mensen te hoog wordt. „Waar ik vandaan kom, hebben mensen het niet breed”, zegt de Hagenaar.

Safiah Gafoer en Ambar Lalkhan zijn eerstejaars Juridisch administratieve dienstverlening. Ze zijn respectievelijk zestien en zeventien jaar oud, Ambar mag nog net niet stemmen in maart. Ze hebben een lange weg voor zich want ze willen uiteindelijk rechten studeren. „Als wij een doel stellen, houden we ons daaraan.”

Burgerschap

Op het ID College is het „multicultureel” , zeggen ze. Daarbuiten worden moslims wel anders bekeken. Safiah wandelde met haar tante in Den Haag de Schilderswijk uit. Haar tante met hoofddoek, zij zonder. Vanuit het niets werd de tante uitgescholden door een Hollandse vrouw: „Mens, trek die hoofddoek van je kop!” Safiah antwoordde: „Volgens mij leven we in een vrij land.” De vrouw droop af, zegt ze. „Toen ze zag dat ik voor mezelf opkwam, gaf ze het op.”

Ze kregen bij de les burgerschap – die de school in alle opleidingen geeft – een stelling te verdedigen. ‘Het islamitische Suikerfeest moet een verplichte vrije dag worden.’ De gelovige en niet-gelovige leerlingen deelden zichzelf spontaan op in aparte groepen. Dat vond de leraar geen goed idee; het ging om debatvaardigheden en dan moet je ook iets kunnen verdedigen waar je het zelf niet mee eens bent. „Je leert respecteren en bestrijden.”

De tegenstanders van de stelling wonnen. „Maar ze vonden wel allemaal dat de moslims recht hadden op verlof, die dag”, zegt Safiah. Op hun school, vinden ze, is de tolerantie ten aanzien van meningsverschillen groot. „Een andere mening kan mij op nieuwe gedachten brengen”, zegt Ambar. „Volgens mij denken PVV’ers stiekem best vaak: o ja, dat kan ook. Ze zeggen het alleen niet omdat ze hun gezicht niet willen verliezen.”

Oscar Huizer en Yassin Wiliam (rode jas). David van Dam

Wilders

Uit de peiling van VN blijkt dat tussen 2007 en 2016 de voorkeur voor de PVV steeg van 7 naar 27 procent, even hard als die voor de SP terugliep: van 26 naar 5 procent. Van de 23 scholieren die we spreken, is er één uitgesproken voor de PVV – vanwege het standpunt over de ouderenzorg, maar de leerling is kritisch over de scherpste anti-islamitische uitlatingen van Wilders. Haar vriendin moet niks van Wilders hebben. „En toch gaan we elke dag met elkaar om.”

Maar wat ze niet wil, is dat haar andere klasgenoten haar voorkeur kennen. „Dan gaan ze op me haten.” Joris van Veen (18) en Andy Verhoeff (17), eerstejaars onderwijsassistent, zeggen dat de school „toezicht houdt” op meningen van „rechtse mensen”. Scholieren met een voorkeur voor de PVV „houden hun mond bij discussies”, zeggen ze. „Rechtse leerlingen zijn in denial.”