Hoe Rotterdam de muziekstad van Kaapverdië werd

Erfgoed

De platen van Morabeza Records zijn nu digitaal, het IFFR toont een documentaire over oprichter Silva.

Foto Andreas Terlaak, bewerking nrc

Zijn lievelingsplaat? Oei, daar moet hij even over nadenken. De 35-jarige Kaapverdiaanse acteur Adison Dos Reis verzamelt Kaapverdiaanse muziek, vooral de platen die in de jaren 60 en 70 in Rotterdam zijn opgenomen.

De liefde voor de Kaapverdiaanse muziek heeft hij van huis uit meegekregen, en hij begon zijn verzameling met platen die hij van zijn ouders heeft gekregen. Zijn vader was een zeeman, zoals zoveel Kaapverdianen. „Als hij weg was, waren er altijd nog de platen.” Ah, hij weet het. Een van zijn lievelingsplaten is van Americo Brito, Sintado na pracinha. „Zittend aan het plein, betekent dat. Grappig, pracinha, zo wordt het Heemraadsplein ook genoemd.”

Het is geen toeval dat het Heemraadsplein in Rotterdam-West ook een tweede, Kaapverdische naam heeft. Die staat ook op het blauwe naambordje: Pracinha d’Quebrod, Kaapverdisch voor zoiets als ‘plein van de arme sloebers’. Rotterdam, en dan vooral West en Delfshaven, heeft een bijzondere betekenis voor Kaapverdianen. In de stad woont de grootste gemeenschap Kaapverdianen in Nederland, ruim 20.000 mensen.

Rotterdam, en dan vooral West en Delfshaven, heeft een bijzondere betekenis voor Kaapverdianen

De stad staat bovendien wereldwijd bekend als de muziekstad van Kaapverdië. Dat komt in hoofdzaak door de bijna negentigjarige João Silva, beter bekend als Djunga de Biluca, en het houdt direct verband met de onafhankelijkheidsstrijd in Kaapverdië die van de jaren 60 tot 1975 gewoed heeft. De muziekarchieven van Silva zijn nu door het Stadsarchief gedigitaliseerd, en worden op 1 februari ontsloten en symbolisch overgedragen aan de Kaapverdische gemeenschap. Tijdens het filmfestival van Rotterdam wordt ook een documentaire van Joop de Jong over Silva vertoond: Morabeza Records, een Kaapverdiaans platenlabel uit Rotterdam.

Cultuur veiligstellen

Silva kwam vlak na de oorlog voor het eerst als zeeman in Rotterdam, en voelde zich thuis. In 1955 besloot hij zich er te vestigen, en hij trouwde een Rotterdamse vrouw met een grote familie. Silva werd de spil van de snel groeiende Kaapverdische gemeenschap in Rotterdam. Hij wees binnengesmokkelde landgenoten – Kaapverdianen zijn zeelieden, en werden niet als gastarbeiders binnengehaald – de weg naar het Heemraadsplein, waar werk en onderdak te vinden was.

Andreas Terlaak

Inmiddels was in Cabo Verde, zoals Kaapverdianen het thuisland zelf noemen, een taaie onafhankelijkheidsstrijd aan de gang. De strategisch gelegen eilandengroep was eeuwenlang gekoloniseerd door de Portugezen, en een belangrijk centrum geworden voor slavenhandel. Silva wilde meedoen aan de strijd, maar Amilcar Cabral, die in Kaapverdië de opstand leidde, zei dat hij het best kon helpen door de Kaapverdiaanse cultuur veilig te stellen. Want cultuur is identiteit, was zijn stelling.

Dat deed Silva, en omdat Kaapverdiaanse cultuur vooral muziek is, richtte hij in 1965 aan de Beukelsdijk, waar hij woonde, Morabeza Records op. Daar produceerde hij de allereerste Kaapverdische plaat ooit; Caboverdianos na Holandeen, een verzameling van de diverse muziekstijlen van de eilanden. Kaapverdiaanse muzikanten kwamen per boot naar Rotterdam om platen op te nemen in kleine studio’s of bij Silva thuis. Hij ging door met het uitbrengen gedurende de hele jaren zeventig.

Afgelopen jaar droeg Silva alle mastertapes en banden van Morabeza Records over aan het Stadsarchief: 75 LP’s, EP’s, cassettes en andere banden. Het stadsarchief is al sinds begin van deze eeuw bezig met het vastleggen van de Kaapverdiaanse cultuur, zegt stadsarchivaris Jantje Steenhuis. Het archief is allang niet meer alleen een plek waar gemeentestukken worden bewaard. „We willen de geschiedenis van de stad vastleggen, dus ook de particuliere cultuur.” Zo verscheen in 2006 de studie Nha Tambor, een tweetalig onderzoek naar het Kaapverdiaans cultureel erfgoed in Rotterdam.

Divers

De muziek zal via de site van het archief te beluisteren zijn, en mensen kunnen ook naar het archief komen om een opname voor eigen gebruik te maken, zegt Steenhuis.

De muziek uit Cabo is heel divers, zegt verzamelaar Adison Dos Reis, ook toen al. „Bekend is de Morna, de melancholische muziek.” Veel mensen kennen dat van de „koningin van de Kaapverdiaanse muziek”, Casaria Evora. Maar er is veel meer, zegt Dos Reis, met muzikale invloeden uit onder meer Zuid-Amerika en Afrika. „Op de benedenwindse eilanden is de muziek juist heel ritmisch, en op de bovenwindse eilanden hebben ze ook een soort wals. Mensen uit Cabo hadden sommige van die muzieksoorten nooit gehoord voordat Morabeza ze op LP uitbracht.”

Ook nu maken veel Kaapverdianen uit Rotterdam muziek, zegt Dos Reis. „Nelson Freitas bijvoorbeeld, een hele bekende, komt uit de stad. Maar de Kaapverdiaanse muziek is vermengd met de Rotterdamse muziekscene. In de band Broederliefde uit Spangen zitten ook Kaapverdianen.”