Het schaken zoekt zijn eigen Max Verstappen

Schaken

Het ‘Tata Steel’ in Wijk aan Zee is niet alleen een groot toernooi voor topspelers, maar ook voor de amateurs. Vooral mannen van gevorderde leeftijd. De schaaksport heeft het moeilijk, in Nederland.

Bij het Tata Steel schaaktoernooi spelen amateurs en topschakers in dezelfde ruimte. Foto Bram Budel

Hij moet de stilte doorbreken, of hij nu wil of niet. Spelen tegen een blinde betekent nu eenmaal dat je elke zet duidelijk gearticuleerd aangeeft. En dat vindt de achterbuurman van Ger Schraa (76) maar hinderlijk. Wedstrijdleiding erbij, sussende woorden en de partij kan verder. Stilte is in de zaal de norm, maar in dit ene geval moet er een uitzondering worden gemaakt. „Mensen ergeren zich zo snel. Schaken is een concentratiesport, sommigen kunnen weinig hebben.” Schraa, een stoere veteraan met grijze kuif, doet voor de vijftiende keer mee aan het amateurtoernooi van het ‘Tata Steel’ in Wijk aan Zee.

Een denker met zeemansbenen, lid van de Rotterdamse schaakvereniging Shah Mata, wat zoveel betekent als ‘De Koning is dood’. Hij schaakt vanaf zijn jeugd, maar in een leven bij de marine op de wilde vaart was er voor zijn sport weinig ruimte. „Je kwam niemand tegen”, zegt Schraa droogjes. Hij is van de generatie dat schaken een gezelschapsspel was, de wereld van de online competities was nog lang niet ontsloten.

Honderden amateurs

Maar hier kan hij zijn hart ophalen, te midden van honderden amateurs die in Dorpshuis de Moriaan hun dagvierkamp afwerken. Het zijn vooral mannen van gevorderde leeftijd. Grijze haren, peinzende blikken, de handen als steunpilaar om het hoofd gevouwen. Fluisteren is de grens van het toelaatbare, gsm’s zijn verboden. De blauwe muren weerspiegelen de zee die vlakbij is. Op een enorme afbeelding van de pieren bij IJmuiden staan schaaktorens op de kop. Een zeeschip vaart uit, hier vloeit het leven van Schraa samen met zijn hobby.

Het zijn niet alleen amateurs en liefhebbers die het tegen elkaar opnemen. Achter een afrastering is zo’n beetje de hele wereldtop in gepeins verzonken. Wereldkampioen Magnus Carlsen zit roerloos tegenover het Chinese wonderkind Wei Yi, terwijl Anish Giri zijn bord verlaat en wat op en neer loopt. Hij beent onverstoord langs zijn echtgenote, de Georgische schaker Sopiko Goeramisjvili, die zich in haar gedachten heeft opgesloten. De elite is bijna aan te raken, maar daar is het de liefhebbers niet om te doen. Een politieagent komt even kijken. „Dit zijn inderdaad geen risicowedstrijden”, grinnikt hij.

Alle grote schakers deden mee

Juist die combinatie van wereldtoppers en amateurs in één ruimte maakt het Tata Steel-toernooi uniek in de wereld. Het evenement wordt dit jaar voor de 79ste keer gehouden. De hall of fame bij de ingang vermeldt de al lang vergeten Philip Bakker als eerste winnaar in 1938 toen het nog om het Nieuwjaarstoernooi Beverwijk ging met staalbedrijf Hoogovens als een van de sponsors. Alle grote namen deden eraan mee. Euwe, Timman, Botwinnik, Smyslov, Tal, Petrosjan, Spasski, Karpov.

En nu is de Indiase gigant Tata Steel hoofdsponsor. Op de korte termijn zal dat zo blijven. Volgend jaar bestaat het schaaktoernooi tachtig jaar en Tata Steel honderd jaar. En dat dubbeljubileum zal uiteraard gevierd worden met een nieuwe editie. Maar daarna? Tata Steel doet niet aan meerjarige contracten, legt woordvoerder Robert Moens van Tata Steel uit. De wereldconjunctuur kan zomaar omslaan. Maar Moens voegt eraan toe dat zijn bedrijf (7.000 werknemers in Nederland, 75.000 over de hele wereld) ook in slechtere tijden heeft vastgehouden aan een ander cultuurgoed: de bedrijfsschool die al sinds 1939 bestaat, nu als mbo-opleiding (niveau 3 en 4). Hij wil maar zeggen: zo snel stapt het staalbedrijf niet af van activiteiten die als een investering worden gezien. Hoewel staal en schaken weinig verwantschap lijken te hebben, verbindt Tata Steel zijn naam graag aan het toernooi. Moens: „Wij leveren zestig staalsoorten in 250 kwaliteiten. Veel varianten, net als in het schaken. Vergeet niet dat de staalindustrie hightech is. Het gaat ook bij ons om het oplossen van complexe vraagstukken. Als je niet innoveert, ben je gezien.”

Over financiën praat de organisatie niet. De top heeft 25.000 euro aan prijzengeld te verdelen, de winnaar krijgt 10.000 euro. Maar dit staat los van de startgelden, zegt toernooidirecteur Jeroen van den Berg. Een wereldtopper als Carlsen komt natuurlijk niet voor niets.

Het schaken in Nederland is aan het vergrijzen. Kinderen op de basisschool willen wel, maar in de puberteit haken ze af. Verenigingen kalven af, jongeren prefereren internetpotjes boven een avondje schaken, analyseren of ‘vluggeren’ in een verenigingsgebouw. De sport heeft behoefte aan een idool à la Max Verstappen in de Formule 1. Giri is een potentiële wereldkampioen. „Hij is jong, sterk en ambitieus. Als Giri Carlsen uitdaagt en wint, dan is er succesgevoel, een Verstappen-effect in het schaken”, zegt Van den Berg.

Het toernooi probeert met innovaties een nieuw publiek te bereiken. Sinds 2014 gaat Tata Steel Chess ‘on tour’. In Amsterdam is er gespeeld in het Rijksmuseum, in Utrecht in het Spoorwegmuseum, donderdag werd de Rotterdamse Kuip bezocht. Er is een kidstoernooi, de wereldtoppers spelen ook een potje voetbal. „In Utrecht waren er 3.500 bezoekers, bomvol was het daar.”

Onvoldoende jeugd

Maar in het moderne leven moet de schaaksport vooral concurreren met de vluchtige impulsen van de smartphone en overmaat aan vrijetijdskeuzes, weet Frank Clevers (60) uit het Limburgse Grubbenvorst. Hij heeft veertig jaar vrijwilligerswerk achter de rug, vooral bij De Witte Dame. Ooit een club met tachtig leden, maar afgezakt naar de gevarenzone: tussen de tien en twintig leden. „Als je geen jeugd hebt, zit je in een sterfhuisconstructie. Mensen hebben in deze 24-uurseconomie geen tijd meer. En elke avond heb je voetbal op tv.” Hij analyseert in het café van de Moriaan met een glas wijn zijn partij met zijn tegenstander van vandaag, een student uit Leiden van wie hij enkele jaren geleden ook al verloor. „Ik heb geen fouten gemaakt, maar was te passief.”

Ook José de Goede (53) uit Sint Pancras speelt haar partij nog even na. „Mijn eerste remise op Tata”, zegt ze trots. Ze is lid van Opening 64. Met haar linkerhand lepelt ze een bak snert leeg, met rechts speelt ze een pionnenduel na. Haar man Robert Bloem (68) – ook schaker – kijkt toe. „Schaken”, zegt José, „is goed voor de ontwikkeling van kinderen. Ze leren analytisch denken, zelfstandig de problemen oplossen die ze op hun bord krijgen. Als ouders zich dat realiseren, krijgt de sport meer aanwas.”

Het is in de namiddag, de meeste liefhebbers zijn al naar huis. In de grote zaal wikkelt een handvol koppels hun partij af. Op de meeste borden staan de stukken alweer keurig in slagorde voor de dagen die komen gaan. Bij de toppers is Sopiko nog bezig, met haar felgekleurde nagels in een vuistje om haar mond. Ze is op weg naar een nederlaag.

Buiten lost de ingetogen drukte van het Tata Steel-toernooi op in de avondschemer. Wijk aan Zee houdt zijn rust vast, boven de donkere silhouetten van de duinen stijgt de damp van de hoogovens op. De wereld van oud-zeeman Ger Schraa kleurt even oranje.