Gelukszoekers en klaplopers moet je geen kans geven

Screening politici

Over tien dagen moeten alle partijen hun kandidatenlijst opgeven voor de Tweede Kamerverkiezingen. NRC vroeg twaalf politieke partijen hoe zij op integriteit checken.

Illustratie Hajo

Het kost 3.300 euro per persoon, inclusief BTW. Dan weet je of een kandidaat-Tweede Kamerlid van jouw partij een crimineel verleden heeft, liegt over diploma’s of – noem maar iets – in zijn vrije tijd illegale houseparty’s organiseert of dubieuze gokhallen bezoekt.

De nieuwe partij VoorNederland (VNL) moet Hoffmann Bedrijfsrecherche zo’n 40.000 euro betalen om twaalf kandidaten te screenen. Twee vielen er daardoor af. „Je zou wel gek zijn om het níet te doen”, zegt lijsttrekker Jan Roos.

De afgelopen vier jaar vertrokken vijf Tweede Kamerleden na fraude of wangedrag, acht splitsten zich af van bestaande partijen en ‘roofden’ een zetel van hun eigen partij, ze bleven lid van het parlement onder hun eigen naam. Zulke problemen wil je niet als politieke partij. En de lijsttrekkers zijn extra gewaarschuwd: volgens de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding zou Rusland proberen om politici in Nederland te beïnvloeden.

Dan zou je denken dat partijen hun kandidatenlijsten grondig doorlichten. Op 30 januari moeten alle lijsten zijn ingeleverd bij de Kiesraad. NRC ondervroeg zeven politieke partijen die al in de Tweede Kamer zitten en vijf nieuwe. Wat blijkt? Ze vragen hun kandidaten bijna allemaal om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), voeren meestal meer dan één stevig gesprek, bellen rond. Hun belangrijkste screeningsinstrument is Google. En daar houdt het op.

Bedrijfsrecherche vinden ze onnodig of te duur. Het gaat, vinden ze, vooral om vertrouwen. „Dat is belangrijkste bij integriteit”, zegt Hans Janssens van het CDA-partijbureau. Je moet iemand niet meteen in „het verdachtenbankje” zetten, zegt Jacques Monasch, ex-PvdA en oprichter van de partij Nieuwe Wegen. GeenPeil-lijsttrekker Jan Dijkgraaf doet „een check”: als hij een kandidaat op pad zou sturen met zijn eigen portemonnee, is het goed. „Dat gevoel had ik bij één kandidaat niet, dus die mocht niet door.”

Vernietigend media-effect

Nieuwe partijen lopen „extra risico”, zegt Ian van der Kooye, kandidaat-Kamerlid en campagnestrateeg van Artikel 1. „Daar komen gelukszoekers en klaplopers op af die de partij kunnen schaden.” Het media-effect van een kandidaat met een dubieus verleden kan volgens hem „vernietigend” zijn. „Zeker bij onze partij met Sylvana Simons aan het hoofd. Er zijn veel azijnzeikers die ons willen pakken. Laten we hun geen reden geven om azijn te zeiken.”

VNL schakelde als enige de bedrijfsrecherche in. „Wij hebben natuurlijk ook nog geen mensen in gemeenteraden of provinciale staten die we al kennen”, zegt VNL-campagneleider Johan Driessen. De partij vond de uitkomst van het recherche-onderzoek over twee kandidaten belastend. Bij een van hen, Yernaz Ramautarsing, zouden familieleden een crimineel verleden hebben en hij zou zelf ‘financieel kwetsbaar’ zijn. Ramautarsing staat nu negende op de kandidatenlijst van een ándere nieuwe partij, Forum voor Democratie. Die partij laat kandidaten niet onderzoeken.

Denk, de nieuwe partij van de ex-PvdA’ers Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk, doet dat ook niet. „Een recherchebureau kunnen wij niet betalen”, zegt Öztürk, partijvoorzitter. Denk had een selectiecommissie die met een advieslijst kwam, het partijbestuur praatte ook nog met de kandidaten en organiseerde debatsessies – in hun kantoor in Rotterdam en in de Tweede Kamer. „Dan kijk je naar de manier van debatteren en de groepsdynamiek.”

Of het genoeg is? „Nee”, zegt Öztürk. „Honderd procent garantie geeft het je niet. Maar zo is het ook in het bedrijfsleven als je mensen aanneemt. Ik kan alleen zeggen: we hebben ons best gedaan.”

‘Oude’ partijen vinden zichzelf veel minder kwetsbaar. Zij hebben mensen in gemeenten en provincies, ze hebben samen actie gevoerd op straat, verkiezingsoverwinningen gehaald en nederlagen verwerkt. „Kandidaat-Kamerleden moeten in de partij verankerd zijn”, zegt Geert van der Varst van het PvdA-partijbureau. „De belangrijkste vraag: zijn het PvdA’ers?”

Ons-kent-ons

Het CDA hoeft nooit een oproep te doen om kandidaten te vinden, vertelt Hans Janssens van het partijbureau. „Onze scoutingscommissie selecteert alleen kandidaten uit de partij, uit alle lagen.”

Ons-kent-ons was ook bij de PVV een belangrijke waarborg en loyaliteit aan Geert Wilders misschien wel een vereiste. Volgens de partij waren er veel nieuwe aanmeldingen, toch stonden op de lijst bijna alleen mensen die al een functie hebben in de PVV, zoals de directeur bedrijfsvoering in de Tweede Kamer of de persoonlijk medewerker van Geert Wilders die tevens senator is.

Alle partijen beginnen over de „intensieve” of „zware” gesprekken met de kandidaten. Bij kandidaten met een migranten-achtergrond vraagt de SP bijvoorbeeld: „Hoe verhoud je je tot de politiek in je moederland en ben je lid van een partij daar?”

Je zou kunnen denken, zegt SP-partijsecretaris Hans van Heijningen, dat de partij „naïef” is door vooral af te gaan op de eigen gesprekken. „Maar vergeet niet dat we de meeste mensen heel goed kennen.”

In de gesprekken vraagt de SP-selectiecommissie volgens hem altijd dóór: zijn er dingen uit je verleden, in je familie of door verbroken relaties, die een probleem kunnen worden? „Wij vragen dat op een manier die mensen het gevoel moet geven dat ze het ook echt kunnen vertellen, niet van bovenaf. Als er ingewikkelde dingen zijn, vragen we: vind je het goed als we daar nog mensen over bellen?”

Familie, vrienden en kennissen van kandidaat-Kamerleden worden door veel partijen gebeld. PvdA-kandidaten, ook als ze Jeroen Dijsselbloem of Khadija Arib heten, moeten ook nog honderd handtekeningen verzamelen van partijgenoten die de kandidatuur ondersteunen. GroenLinks-kandidaten moeten 15 ondersteuningsverklaringen inleveren bij het bestuur, dat „altijd” een paar van die mensen nabelt.

De partijen bekijken meestal de Facebook- en Twittertijdlijnen van hun kandidaten, al mogen ze dat van het CDA zélf doen. Hans Janssens: „Ga eens na, zeggen we dan. Staat er iets op dat je kwetsbaar maakt? Moeten we het daarover hebben?” Het CDA wil kandidaat-Kamerleden ook bewust maken van het risico dat ze gehackt kunnen worden. „Beveiliging van sociale media-accounts is onderdeel van de drie trainingsdagen die we hebben gehouden. Dat gaan dan bijvoorbeeld ook over het op tijd wijzigen van wachtwoorden.”

D66 gebruikt een speciaal programma dat snel alle openbare bronnen doorlicht. D66-spindoctor Roy Kramer: „Het is een soort algoritme dat alle krantenartikelen en sociale media waarin die persoon voorkomt, naar boven haalt.”

Russen in de politiek

De partij met de meeste affaires de afgelopen jaren, de VVD, is sinds 2013 strenger geworden voor kandidaten en Tweede Kamerleden. Die moeten een lijst met ‘vuistregels’ ondertekenen over hun gedrag. Er staat bijvoorbeeld in: ‘Integriteit is geen keuze en zal daarom altijd bespreek moeten worden gemaakt.’ En: ‘U spreekt ook anderen aan op mogelijk niet-integer gedrag en maakt de dilemma’s bespreekbaar.’ Wie zich er niet aan houdt, kan uit de partij worden gezet.

Als partijen serieuze twijfels hebben over een kandidaat die ze misschien toch willen hebben, kunnen ze de inlichtingendienst AIVD vragen om een onderzoek. Dat kost niks, maar het mag alleen als de partijvoorzitter zelf alles heeft gedaan om na te gaan wat er waar is van de verdenkingen.

De kandidaat moet dan ‘een risico vormen voor de integriteit van de openbare sector’. Geen van de partijen in dit verhaal zegt dat de AIVD de afgelopen maanden is gevraagd om zo’n onderzoek. De AIVD wil dat niet bevestigen.

Een enkele keer waarschuwt de dienst zelf een partij voor een kandidaat. Dat is het verhaal over Gidi Markuszower, die in 2010 op de PVV-kandidatenlijst stond. Hij trok zich terug nadat de AIVD hem een „risico voor de integriteit” van Nederland had genoemd.

Markuszower zou betrokken zijn geweest bij een organisatie die „informatie” heeft overgedragen aan „een buitenlandse mogendheid” en hij had, zo stond in een brief van de ministerie van Binnenlandse Zaken aan de PVV, contact met medewerkers van een buitenlandse inlichtingendienst. Markuszower noemde dat toen „absurd”. Hij werd daarna wel Eerste Kamerlid voor de PVV en staat nu opnieuw op de lijst voor de Tweede Kamer, op plaats vier.

Jacques Monasch van Nieuwe Wegen is de enige die uit zichzelf over de Russen begint – en de invloed die ze zouden willen hebben op de Nederlandse politiek. „Waakzaamheid is geboden”, zegt hij. „Aan de andere kant: dan is het meteen ook weer zó groot. Daar kan geen enkele partij tegenop screenen.”

Monasch heeft zelf in Rusland en Oekraïne gewoond. „Daar zou ik het wel aanbevelen om grondig te screenen. In het parlement krijg je daar ook meteen strafrechtelijke immuniteit.”

Maar in Nederland? Je moet het niet overdrijven, vindt hij. „Waarom zou je iedereen de gordijnen in jagen omdat er een spion in de gelederen zou kunnen zijn? Hoe reëel is de dreiging?”