Flexwerk voor 2 euro per uur

Flextensie

Werken gemeenten mee aan uitbuiting van mensen met een bijstandsuitkering? Verschillende fracties hebben Kamervragen gesteld over bureau Flextensie, waar veel gemeenten mee samenwerken. Wethouders zijn enthousiast over het resultaat.

Foto ERIK VAN T WOUD / ANP

Mensen in de bijstand die worden ingehuurd voor „flexibele klussen” en er zelf 2 euro per uur aan overhouden? „Dwangarbeid”, noemde de Groningse actiegroep DANG het kort voor de jaarwisseling in Trouw. Ook de FNV had een vernietigend commentaar over het bedrijf Flextensie, dat met vijftig gemeenten samenwerkt: „Er wordt flink verdiend aan het uitbuiten van mensen en het ontduiken van iedere cao die voorhanden is.”

Nog tijdens het Kerstreces stelden meerdere Tweede Kamer-fracties schriftelijke vragen. Is er sprake van verplichte arbeid en verdringing van betaalde banen? Laat Flextensie mensen werken zonder loon, arbeidsrechten, cao en baangarantie?

De twee vrouwen achter Flextensie, Martine van Ommeren (32) en Suzanne de Visser (35), zijn geschrokken van alle ophef, vertellen ze. De Visser: „Maar het biedt ons ook de kans om de problematiek nog eens onder de aandacht te brengen.”

Van bijstand naar baan

Flextensie noemt zichzelf een sociale onderneming die mensen „van bijstand naar baan” wil helpen. Bijstandsontvangers kunnen zich vrijwillig inschrijven, gemeenten plaatsen hen bij bedrijven en Flextensie doet als bv de administratie.

IT-ondernemer Guus Budel (60) liep met het idee rond, toen hij in 2012 Van Ommeren en De Visser ontmoette die vergelijkbare plannen hadden. De Visser had maatschappijgeschiedenis gestuurd en Van Ommeren taalwetenschappen. Ze werkten als arbeidsmarktonderzoekers.

Inmiddels heeft Flextensie zes medewerkers en werken ze van Groningen tot Terneuzen. De laatste drie jaar hebben zich 2.400 bijstandsontvangers ingeschreven, van wie 675 mensen zijn geplaatst. Niet iedere kandidaat is geschikt en werkgevers moeten wel werk aanbieden. Meestal gaat het om laaggeschoolde arbeid, zoals schoonmaken of productiewerk.

„Eenderde van de arbeidsmarkt bestaat uit flexibele banen, maar uitkeringsgerechtigden vinden daarop geen aansluiting”, vertelt Van Ommeren. „Gemeenten zijn geen uitzendbureaus en werken ook niet zo.” De Visser: „Als je bijstand krijgt en werkt, wordt het loon met de uitkering verrekend. Werk je onregelmatig, dan levert dat administratief gedoe en een onregelmatig inkomen op. Je houdt er onderaan de streep niets aan over of je uitkering wordt tijdelijk gestopt omdat je te veel verdient. Dat is niet bijster aantrekkelijk.”

Wat nu volgt lijkt tegenstrijdig, leggen de oprichters uit. Juist om te zorgen dat bijstandsontvangers wel wat verdienen aan het werk, krijgen mensen die via Flextensie werken géén dienstverband en géén loon. In plaats daarvan krijgen ze een ‘premie voor arbeidsinschakeling’ bovenop hun uitkering, die ze wél mogen houden.

Niet winstgedreven

Gemeenten mogen bepalen wat de hoogte is van die premie die bedrijven moeten betalen. De eis van Flextensie is minimaal 12 euro per uur. Bijstandsontvangers mogen daarvan zelf 2 euro houden , de rest wordt verdeeld tussen gemeenten en Flextensie. Hoe meer er wordt gewerkt, des te lager het percentage dat Flextensie aan gemeenten vraagt. En omdat Flextensie „niet winstgedreven” is, verlaagt het deze tarieven wanneer dat kan, zeggen ze.

Mensen met een uitkering mogen maar een beperkte periode werken om betaalde banen niet te verdringen. Het werk dat ze via Flextensie doen duurt daarom drie tot maximaal zes maanden. Het werk is niet verplicht, benadrukken Van Ommeren en De Visser. Flextensie is geen ‘tegenprestatie’ voor een uitkering. Van Ommeren: „Maar het is ook weer niet vrijblijvend. Als een kandidaat zich opgeeft en na de eerste werkdag zegt ‘toch liever niet’. Dan zijn er gemeenten bij die zeggen: dat mag dus niet.”

Aantrekkelijk

Wat levert het alle partijen financieel op? Bij een werkweek van 8 tot 40 uur varieert de premie voor werklozen van 69 tot 346 euro per maand bovenop hun uitkering. Dat is gelijk aan minimumloon inclusief vakantiegeld, zegt De Visser: „Het moet ook niet méér zijn, anders is er geen prikkel meer om gewoon werk te zoeken.”

Omdat het geen loon is, wordt geen sociale zekerheid en pensioen opgebouwd. Ten opzichte van een uitzendbureau zijn kandidaten van Flextensie uiteindelijk relatief goedkoop voor opdrachtgevers. Maar zeker voor hoogopgeleid werk kunnen gemeenten de premie verhogen, zegt De Visser: „Te vaak blijft het gewoon bij 12 euro. Dat is voor ons een aandachtspunt om met gemeenten naar te kijken.”

Het financiële voordeel voor gemeenten is dat het ze niets kost en zelfs een beetje oplevert. In Zaanstad vloeide vorig jaar via Flextensie in zes maanden tijd 35.000 euro terug naar het reïntegratiebudget. „Dat is een druppel op een participatiebudget van miljoenen”, relativeert Simone Veenema, afdelingshoofd werk bij de gemeente. „Het gaat ons erom dat mensen werkervaring opdoen en meer kans maken.”

Tenslotte Flextensie zelf: over het (verlengde) boekjaar 2014-2015 was de omzet 260.000 euro, zegt het bedrijf. „We draaien nu break even of een beetje verlies”, zegt Van Ommeren. Zij en De Visser betalen zichzelf ieder een salaris uit van 3.700 bruto per maand (zonder vakantiegeld en dertiende maand), vertellen ze.

Wat levert Flextensie op voor de arbeidsmarkt? Het aandeel bijstandsgerechtigden dat na Flextensie een tijdelijk of vast dienstverband krijgt, is 25 procent, zegt het bedrijf. Is dat veel of weinig?

Veel, als je bedenkt dat kandidaten gemiddeld bijna drie jaar in de bijstand zitten, stelt Flextensie. Ter vergelijking: In Nederland stroomde in 2015 bijna 11 procent van alle bijstandontvangers door naar werk, volgens cijfers van het CBS.

Kwaliteiten

In Zaanstad zijn ze enthousiast. „Een proefplaatsing van een maand is vaak te kort om een werkgever te overtuigen van iemands kwaliteiten”, zegt intercedente Bianca Hoogerwaard van de gemeente. „In drie maanden kun je iemand zien groeien.”

Voor iedereen die via Flextensie tijdelijk of vast werk heeft gevonden, zal het persoonlijk winst zijn. Anuschka de Haan (52) uit Zaanstad verloor in 2012 haar baan bij een kinderdagverblijf. Via Flextensie heeft ze nu een vast contract gekregen als secretarieel administratief medewerker bij een GGD jeugdteam. „Grandioos”, zegt ze.

Maar wat gebeurt er met de 75 procent mensen die na Flextensie géén baan vindt? Die mensen stromen terug in de bijstand, een ander reïntegratietraject of vinden alsnog een baan. Naar deze groep wil Flextensie een onafhankelijk „impactonderzoek” laten uitvoeren, vertelt Van Ommeren.

Critici, zoals actiegroep DANG, vinden dat Flextensie de flexibilisering van de arbeidsmarkt faciliteert. Een lid van DANG mailt dat „werken, wonen, leven” verder onder druk komt te staan door „baanlozen te pushen tot het doen van flexwerk”. De Visser: „Ik vind het beter om uit te gaan van de realiteit van de arbeidsmarkt.”

En leidt Flextensie tot verdringing? „Wij vinden het een Pacman-constructie waarbij kruimelbaantjes worden opgegeten”, zegt FNV-bestuurder Wilma Nieveen. „Met de goede intenties erachter hoeft niets mis te zijn, maar het effect kan ontregeling van de arbeidsmarkt zijn”, zegt de Amsterdamse wethouder Arjan Vliegenthart (SP). „Werk moet gewoon lonen. Dit maakt het moeilijker voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.”

Grijs gebied

Wethouder Froukje de Jonge (CDA) uit Almere werkt met Flextensie en noemt verdringing juist een „merkwaardig argument”. „Als mensen zo meer kansen krijgen, doe je dat. Het is niet zo dat we cadeautjes weggeven aan werkgevers. Dan zou het ook geen verdringing zijn, maar oneerlijke concurrentie.” „De discussie over verdringing is een grijs gebied”, vindt De Friese wethouder Andries Ekhart (PvdA). „Wij hebben juist de opdracht van het Rijk om banen te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.”

SP-Kamerlid Sadet Karabulut heeft een initiatiefwet tegen verdringing ingediend, die komende week in de Kamer wordt besproken. „Gemeenten kunnen met een paar criteria zelf een verdringingstoets doen”, zegt ze. Werk mag niet goedkoper zijn dan het minimumloon en het mag niet ten koste gaan van andere werkplaatsen.

Van Ommeren: „Als bijstandsgerechtigden via Flextensie tegen hun zin, te goedkoop of structureel worden ingezet, dan ben ik de eerste die erheen gaat om te zeggen dat dat niet de bedoeling is.” De Visser: „Echt, het mooiste zou zijn als Flextensie op een dag niet meer nodig is.”