Een bodybuilder op vier pootjes

Vechthonden

Na diverse bijtongelukken, komt er een onderzoek. Hoe kunnen we dramatische incidenten voorkomen?

Gedragstherapeut Majori Meijer laat ‘vechthond’ Mylo uit. „De stress is groot.” Foto Olivier Middendorp

Mylo (29 kilo, 2 jaar oud) zit nogal „hoog in zijn opwinding” vandaag. Hij doet een plas die bijna op de beige combatbroek van gedragstherapeut Majori Meijer belandt en gaat daarna, plof, op haar voet zitten.

Tijdens een korte wandeling staat zijn lijn steeds strak gespannen. „De stress is groot”, zegt Meijer. Mylo is een opgewonden standje, en dat vinden sommige mensen er vrolijk uitzien, weet zij. Het probleem is: „Opwinding en agressie liggen nogal dicht bij elkaar.” Meijer plant „resocialisatietrajecten” met honden die in het asiel worden opgenomen, en dat zijn sinds een paar jaar grotendeels „pitbullachtige honden” zoals Mylo, die steeds populairder worden.

De ‘vechthond’ staat weer op de politieke agenda sinds er de afgelopen maanden verschillende meldingen van bijtongelukken waren. Met afgelopen week een dramatische uitschieter: een vrouw moest haar honden neerschieten om haar man te beschermen. De dieren waren met elkaar in gevecht geraakt en toen haar man tussenbeide kwam, werd hij flink gebeten. De vrouw ging naar huis om haar wapen op te halen. Ze wordt niet veroordeeld omdat ze een vergunning heeft en uit noodweer handelde.

Het ministerie van Economische Zaken laat momenteel een onderzoek uitvoeren: hoe zouden dramatische gebeurtenissen als deze voorkomen kunnen worden?

Geen verbod meer

Tussen 1999 en 2008 waren „pitbullachtige” honden verboden. Maar de regeling werd afgeschaft omdat deze volgens de commissie Van Sluijs, die de regeling evalueerde, „niet effectief” was. Het aantal keer dat een mens door een hond gebeten werd, bleef nagenoeg gelijk: zo’n 150.000 keer per jaar. Bovendien beten bepaalde honden waarvoor het verbod gold niet vaker dan honden met een vriendelijker imago, zoals de labrador.

Maar tegen de conclusies van de commissie kwam weerstand. Bijvoorbeeld omdat het aantal bijtincidenten niet precies genoeg gemonitord werd. Veel vechthonden (zoals de pitbull) gelden in Nederland bijvoorbeeld niet als officiële rashonden, en van de honden zonder stamboom is het bijtgedrag niet duidelijk geregistreerd. Bovendien werden incidenten met andere dieren niet bijgehouden.

Mylo heeft veel weg van een American Staffordshire – die op zijn beurt weer erg op een Pitbull lijkt - maar omdat hij geen stamboom heeft, is zijn precieze achtergrond onzeker. Voor 2009 was een hond als hij verboden. Veel mensen zouden de caramelkleurige Mylo – met zijn droevige mond en bewegelijke wenkbrauwen – een vechthond noemen. Een omstreden benaming, want heel wat liefhebbers van dit soort hond vinden dat je ze daarmee stigmatiseert.

Meijer gebruikt de term wel en vindt dat nogal wiedes: „Een vechthond is gewoon een hond die oorspronkelijk is gefokt om te vechten.” Deze honden werden tot eind 1800 ingezet om te vechten met stieren, zegt Meijer. Slachters geloofden dat die stieren dan lekker doorbloed raakten en beter zouden smaken. De pitbull deed dat ook: vandaar die naam.

Later werden er (ondergrondse) vechtpartijen mee georganiseerd, en dat gebeurt ook nu nog. Recent duiken ook in asielen steeds vaker twee nieuwe populaire types op: de Bully en de Bully XXL. Dat zijn creaties van fokkers die verschillende honden met elkaar hebben gekruist. Meijer noemt het „bodybuilders op vier pootjes”. „Gefokt om er zo stoer mogelijk uit te zien, alles voor het uiterlijk.” Als extreem voorbeeld noemt Sieneke Groenman van de Koninklijke Hondenbescherming de „doorgefokte” Toad Bully, die lijkt op een opgeblazen pad in een hondenhuid.

Vechtlust zit in de genen

Dat het verbod is afgeschaft, moet niet de indruk wekken dat deze honden niet gevaarlijk zijn, vindt Meijer. „De vechtlust zit in de genen.” Ze heeft het vaak genoeg gezien: mensen die een lieve puppy aanschaften en die twee jaar later toch terugbrachten omdat hij zich plotseling was gaan misdragen.

Uit sociologisch onderzoek blijkt dat er grofweg drie soorten mensen zijn die dit soort honden aanschaft, zegt Groenman. Tot de grootste groep behoren misschien wel zij die ervan overtuigd zijn dat een hond zich goed gedraagt als je hem goed behandelt. „Een heel hardnekkig misverstand”, zegt Groenman. Meijer constateert ook dat vechthonden echt heus heel erg lief kunnen zijn, maar dat ze toch door het lint kunnen gaan.

Dan heb je volgens Groenman nog de groep „verantwoorde baasjes”. „Mensen die ervoor zorgen dat het dier nooit in problemen komt.” De derde, zorgelijkste groep, zijn volgens haar „de jonge jongens”. Die zo’n hond aanschaffen om hun imago op te krikken.

„Ongelooflijk verdrietig”, werd Meijer toen ze het nieuw over de doodgeschoten honden eerder deze week hoorde. „Dit moet je géén incident noemen”, vindt zij. Ze bedoelt daarmee dat de agressieve reactie van deze honden niet gezien moet worden als een toevalligheid. Meijer werkt al twintig jaar in het asiel en is sinds vier jaar gedragstherapeut. Als er nieuwe dieren worden binnengebracht, beoordeelt Meijer hun „resocialisatietraject”, welke training ze nodig hebben om beter in de maatschappij te passen. Ze laat ze wennen aan andere dieren, zorgt ervoor dat ze gefocust zijn op het baasje. „Het moeilijke is: het karakter kun je nooit helemaal veranderen.”

Er moeten meer regels komen, vinden Meijer en Groenman, zoals in andere Europese landen. Groenman: „In een deel van Duitsland moeten ze gemuilkorfd en aangelijnd worden. Je moet een soort theorie-examen en een praktijktoets afleggen om te bewijzen dat je ervoor kunt zorgen. En je mag geen strafblad hebben.”

Mylo woont nu al een jaar in de opvang. Zijn baasje had toch geen tijd voor hem. Even had hij een nieuwe eigenaar, maar toen was het toch wel erg lastig dat Mylo niet alleen thuis kan blijven. Meijer: „Een hond is geen ding. Eerder een kind.”