Dromen van een warme douche

In Belgrado verkleumt een vluchteling terwijl hij zich wast. Toch straalt hij iets uit wat Europa mist: kracht.

Een man in een sneeuwlandschap zeept zich in. Hij houdt zijn ogen dromerig gesloten onder een denkbeeldige douchekop. Hij zou model kunnen zijn in een tv-reclame: ‘voel je herboren met deze intensieve verzorging die doorwerkt tot diep in de huid’.

Alleen ontbreekt de douche, dus. De man schept water uit een oliedrum op een vuurtje, naast hem, buiten beeld. Het vindt plaats in Belgrado, vlak achter het Centraal Station. Daar bivakkeren ruim duizend, voornamelijk Afghaanse, jonge mannen en ook kinderen in vervallen treindepots. Ze dromen van Europa.

Het is een ijskoud Calais. Het kamp bestaat al maanden. Pas toen de sneeuw kwam, volgde het nieuws.

Als het sneeuwt, dwarrelen er altijd foto’s. En er viel sneeuw op de Balkan, en op de Griekse eilanden. Sneeuw die niet bedekte, maar juist blootlegde wat Europa is.

In Belgrado bereikte het kwik soms min zestien. De dromers warmen zich aan vuurtjes van treinbielzen. Velen missen schoenen of zelfs sokken. Het teer in het hout zorgt voor giftige dampen, maar het alternatief is bevriezen.

Soms is er eten, dan staan ze in de rij in de sneeuw. Hongerwinterbeelden.

De sneeuw is bedrieglijk. De sneeuw geeft de desolate situatie – gevolg van beleidskeuzen – het aanzien van een onvoorziene natuurramp. Een plotselinge koudeval.

‘Erbarmelijke omstandigheden’, heet het dan, niet: koud beleid. Het beleid om de grenzen op de Balkan te sluiten. Dat was onderdeel van de ‘deal’ met Turkije, dat zelf de zeeroute zou afsluiten. Europa sloot zich. Tienduizenden reeds gevluchte mensen zaten daardoor klem.

Nog niet zo lang geleden zagen velen de oorlogsvluchtelingen nog als noodzakelijke, vitaliserende injectie in een oud en moe Europa. Of domweg als mensen. De wende in het denken kwam na die nieuwjaarsnacht in Keulen en na enkele aanslagen.

Kort gezegd: uit angst voor populisten, werd Europa alvast inhumaan.

Dat was deze zomer ook bekend. Net als bekend was wat de gemiddelde minimumtemperatuur in Belgrado is voor januari: -2 graden Celsius. Nu verbazen we ons alsnog over de bijna bevroren mensen.

De beelden komen sommigen goed uit, ze schrikken nieuwkomers af. Ze wekken ook nog eens de indruk dat het continent wordt overspoeld, wat het beleid weer rechtvaardigt.

Dat is het stomme van erbarmelijke beelden. Zowel voor- als tegenstanders van open grenzen zetten ze in: de een om medelijden, de ander om angst op te wekken. In beide gevallen verliest de vluchteling: hij wordt ofwel een zielepoot ofwel een profiteur.

Het was ook niet zomaar dat Donald Trump, tot twee keer toe, beelden van onze Europese vluchtelingenstromen gebruikte in tv-spotjes. Als argument voor zijn muur. Een muur waar we weinig van kunnen zeggen, zolang de EU zelf hekken bouwt en wereldkampioen is qua sterfgevallen aan de grens, vaarwel moreel gezag.

En welke Europeaan kun je kwalijk nemen niet begeesterd te zijn door zo’n Europa?

De mensen die wel begeesterd zijn, vind je eerder in Belgrado. Als de jonge mannen willen, mogen ze naar officiële, Servische opvangkampen, maar ze verkiezen de vrieskou. Velen vestigen hun hoop op de maffia, op de mensensmokkelaars; grenzen zijn altijd poreus. Ze vrezen, terecht of niet, dat ze anders nooit in Europa komen.

De man op de foto baadt alsof niemand kijkt. De fotograaf heeft het douchegordijn weggetrokken. De man lijkt nu publiek bezit. We kunnen hem bekijken als een marmeren beeld in het Louvre. En we kunnen van hem denken wat we willen.

Jonge sneeuwgod. Verkrachter.

Maar de badende man is tenminste niet erbarmelijk. Niet sjofel. Hij straalt hier iets soevereins uit, alsof hij zich even mens voelt, een schoon mens. Hij heeft dan geen land, geen goede kleren, maar I’ve got life, als in het liedje van Nina Simone.

Hij straalt uit dat Europa heimelijk van zijn vitaliserende werking droomt.

Arjen van Veelen