Column

Deernes

Column Bij Georgina in de buurt stikt het van de vriendelijke deernes die dolende zielen naar binnen vragen.

Bij mij in de buurt is een aantal straten waar bovengemiddeld veel verwarde mannen rondlopen. Die ook bovengemiddeld verward zijn. Ze lopen rond alsof ze werkelijk geen idee hebben waar ze zijn. Alsof ze net door een buitenaards moederschip – dat ze even eerder zomaar uit hun bed gebeamd had om ze mee te nemen voor een spectaculair rondje Melkweg – op straat zijn neer gekwakt. In een buurt die ze niet kennen. Waar ze zelfs nooit eerder zijn geweest!

Vaak hebben ze wel hun werkkoffertje of tas bij zich. Of ze kijken om de paar meter omstandig op hun mobiele telefoon, in de hoop dat daar ineens hulp uit tevoorschijn schiet. (Wat je nooit helemaal moet uitsluiten – zeker niet als je net bent ontvoerd door aliens – maar Siri vroeg mij onlangs uit het niets, terwijl ze gewoon op tafel lag en ik iets anders aan het doen was, op dat ongeïnteresseerde toontje; „Hoe heet je kind?” Dan denk ik, let een beetje op, Siri. Hoelang luister je mij al af? Een beetje erbij blijven, hoor. Dus van zo’n telefoon moet je eigenlijk niet te veel verwachten.)

Als er dan ook nog een clubje tieners met een lege blik, bungelende armen en een zombiebroek aan voorbij sjokt (een zombiebroek is zo’n broek met gaten ter hoogte van de knieën) zou je zweren dat je je op de set van een niet al te beste apocalyptische film bevindt. (Het hangt in winkelstraten overigens vol met kapotte zombiekleren, legercamouflageprints en giletjes die op een kogelvrij vest lijken. Wat lijkt te duiden op een frisse zin in het einde der tijden. ‘Leuk. Gaan we doen. Ik ben d’r bij. Helemaal top!’)

Gelukkig stikt het in deze buurt van de vriendelijke deernes die de dolende zielen (de mannen, niet de zombies) naar binnen vragen om even op te komen warmen.

Ik moet vaak wel even aan de energierekening van die vrouwen denken. Want ze dragen nagenoeg niets terwijl ze achter het enkele glas van monumentale ramen spelletjes op hun telefoon doen. Dat het de set van een slechte film lijkt, is niet omdat de dames zo karig gekleed zijn in de winter, of omdat de zombiebroeken overduidelijk machinaal gescheurd zijn. Nee, het komt door het erbarmelijke toneelspel van die verwarde mannen! Mensen die niet kunnen acteren, zullen altijd het tegenovergestelde van wat ze proberen te verbergen spelen. En precies daarmee vallen ze door de mand. Misschien moet ik als acteur niet op mijn kennis blijven zitten; als u in een pauze even naar een bepaalde dame wilt, loop er dan doelbewust op af. Niet om u heen kijken naar straatbordjes. Gewoon alsof u naar een meeting gaat, wat ook zo is. Zo liegt u niet en valt er dus niets aan u op. Komt u een kennis tegen, maak dan kort een praatje. Vriendelijk, open. Vraag hoe het met zijn/haar moeder is. Dan meldt u dat u door moet omdat er iemand op u zit te wachten. Alleen het moment van naar binnen gaan, blijft even spannend, maar u moet wel ergens betrapt kunnen worden in dit proces, anders is er niets meer aan. Probeer in de avond eens de variant met de sporttas. „Ik ga even lekker alles eruit gooien!” roept u dan monter tegen een kennis aan de overkant van de straat.

De grootste misdaden worden gepleegd in daglicht door mensen waar men het glas op heft. Die tussendoor iemand complimenteren met hun das. Neem daar een voorbeeld aan. Kom op zeg.