Cultuur

Interview

Interview

Foto Floris van den Berg

‘Alsof je op een andere planeet bent’

Floris van den Berg

Negen maanden leefde huisarts Floris van den Berg met een team geïsoleerd in de poolwinter op Antarctica, voor Mars-onderzoek.

Saaiheid, dat was de grootste ontbering die de Nijmeegse huisarts Floris van den Berg doorstond tijdens zijn overwintering op Antarctica. Op zijn voordeur hangen nog de kleurige posters met ‘Welkom terug!’ die zijn vrienden en familie ophingen toen hij anderhalve week geleden terugkeerde.

Ruim een jaar verbleef Van den Berg op het Frans-Italiaanse poolstation Concordia, ver weg op het vasteland van de Zuidpool, 1.200 kilometer van de kust. Nadat het grote zomerteam was vertrokken, leefde hij er negen maanden met zes Fransen en vijf Italianen afgesneden van de buitenwereld. Vliegtuigen kunnen er in de poolwinter niet landen.

De Europese ruimtevaart-organisatie ESA doet in het poolstation iedere winter onderzoek naar langdurige isolatie, ter voorbereiding op een bemande reis naar Mars. Van den Berg doorstond de selectie en reisde af als biomedisch onderzoeker.

In hoeverre is Concordia vergelijkbaar met een basis op Mars?

Van den Berg: „Het voelt echt alsof je op een andere planeet bent. Het is er enorm vijandig, met buitentemperaturen die in de winter dalen tot min tachtig. Er is niks en er is ook niet veel te doen. Op Mars is waarschijnlijk meer te beleven dan tijdens de poolnacht midden op de Zuidpool. In beide gevallen moet je je iedere keer dat je naar buiten gaat langdurig omkleden. Op Mars heb je een pak en een helm nodig, bij Concordia een enorm pak kleren die je beschermen tegen de kou. Die totale afhankelijkheid van technische installaties en speciale kleding is vergelijkbaar. Als de systemen uitvallen, ben je ten dode opgeschreven. Omdat er bij Concordia negen maanden lang geen vliegtuig kon landen, ben je er echt afgesloten van alles.”

Wat voor experimenten deed je er?

„De bemanning van het station deed als vrijwilliger mee met zes wetenschappelijke experimenten. Het belangrijkste was het in kaart brengen van het effect van langdurige isolatie op lichaam en geest. Ik onderzocht onder andere slaap, activiteiten en interactie. Dat ging via een armband die elke minuut bijhield waar iemand zich bevond. Dat is best big brother-achtig. Maar tot mijn verbazing was dat geen probleem, misschien omdat de deelnemers niet genoeg beseften hoe ingrijpend dat was.

„Ook onderzocht ik hoe behendig mensen blijven in het koppelen van een Sojoez aan het ISS. Dat is een ingewikkelde manoeuvre die je moet sturen met twee joysticks. En ik verzamelde sneeuwmonsters om te onderzoeken of er dicht bij de basis meer bacteriën zijn door de aanwezigheid van mensen.

„Resultaten laten nog even op zich wachten. De bloed-, urine- en haarmonsters die ik wekelijks verzamelde, worden op dit moment verscheept naar Europa en later in een universitair lab geanalyseerd.”

Hoe voelt het om zo verlaten te zijn?

„In de eerste week van februari vertrok de laatste vlucht. We wisten toen dat het negen maanden zou duren voor het volgende vliegtuig zou komen. Op dat moment besef je: dit is voorlopig echt mijn huisje.

„Ik zag een enorme voorraad groente en fruit, maar de sla was na drie weken al op. Daarna volgden al snel de tomaten, het fruit en de groenten. Toen hadden we alleen nog maar eten uit blik, en beseften we eens te meer dat we hier toch nog heel lang zouden zitten.”

Welke invloed had het op het team?

„Na het invallen van de poolnacht zag je mensen zich steeds meer terugtrekken, na het eten zochten ze meteen hun slaapkamer op. Het blijft dan drie maanden donker: dat is een risicofactor voor depressie en ontregeling. Sommige mensen werden steeds negatiever en bleven maar klagen over bijvoorbeeld het schoonmaakrooster. Op een gegeven moment werden ze stiller.

„Als huisarts vind ik dat bij mijn patiënten een slecht teken, want afvlakking betekent dat de depressie doorzet. Maar voor de groep was het een verademing; eindelijk af van het gezeur. Ik voelde mij niet in de positie om hen te adviseren hulp te zoeken, want ik had hen ook nodig voor mijn onderzoek. Als ik mij ermee bemoeide, liep ik het risico dat zij hun medewerking opzegden.

Hoe hield je jezelf in goede conditie?

„Ik heb nog nooit zo volgens de klok geleefd als daar. Op vaste tijden stond ik op en ging ik naar bed. Iedere dag om twaalf uur lunch en kwart voor acht dineren. Om vijf uur omkleden en naar de gym om er anderhalf uur te sporten. Het was soms wel lastig daar de motivatie voor op te brengen, maar je weet dat het goed voor je is. Meestal ging ik samen met twee anderen en wij zeiden tegen elkaar: je mag geen toetje als je niet hebt gesport. Dat hielp. Ik ben daardoor zelfs fitter dan toen ik vertrok. Ik ben 15 kilo afgevallen.

„Als je daar bent, heb je zeeën van tijd, maar daardoor gaan mensen juist minder ondernemen. Ze voeren veel van hun plannen niet uit. Sommigen hadden een muziekinstrument meegenomen, maar die zijn de koffer niet uitgekomen. Ikzelf ben niet zoveel naar buiten geweest als ik mij had voorgenomen. Ik vond het veel te koud en te veel gedoe om mij iedere keer dik aan te kleden.

Toen we bij de eerste bevoorrading na de winter een rups in de sla aantroffen, was ik als een kind zo blij. Ik heb hem in een potje als huisdier gehouden in mijn lab. Later vond ik er nog een, die ik erbij stopte. Ik heb ze in leven kunnen houden tot ze bijna gingen verpoppen.”

Had je vanuit Concordia nog wel contact met de buitenwereld?

„Ja, er was een internetverbinding via de satelliet, met beperkte capaciteit. Maar die beperkte verbinding met Nederland heeft mij er wel doorheen gesleept. Ik kon mijn vriendin nog spreken en mijn neefje en twee nichtjes zien opgroeien. En toen ik terugkwam, herkenden ze mij nog.”

Zou je ooit zelf naar Mars willen?

„Nou, zoals het er nu uitziet zou zo’n reis minstens tweeëneenhalf jaar duren. Dat is mij eigenlijk te lang. Maar naar de maan zou ik wel graag willen, dan kun je ook nog naar huis bellen.”