Aantal gemengde huwelijken stijgt nauwelijks

Het aantal gemengde relaties in Nederland nam wel toe, maar dat is te danken aan een stijgende hoeveelheid ongehuwde samenwonenden.

Een bruiloft in De Kuip. Foto Remko de Waal/ANP

Het aantal gemengde huwelijken in Nederland is de afgelopen vijftien jaar nauwelijks toegenomen, ondanks een flinke stijging in het aantal gemengde relaties in het algemeen. Uit cijfers van het CBS blijkt een stijging van een half procent, omgerekend ruim 2.200 meer gehuwden in 2016 dan in 2001.

Het afgelopen jaar waren er volgens het CBS zo’n 467.000 gemengde huwelijken in Nederland. In totaal zijn er meer dan 650.000 geregistreerde gemengde relaties, zo’n 32 procent meer dan in 2001. Door het stijgende aantal is nu één op de zes van de 4,2 miljoen relaties in Nederland gemengd.

Hoofddemograaf Jan Latten van het CBS verklaart het nauwelijks gestegen aantal gemengde huwelijken met een algemene trend.

“In het algemeen is samenwonen populairder geworden. De nieuwe stellen zijn vaak jonge mensen, en onder hen neemt het aantal dat trouwt af en het aantal dat gaat samenwonen toe. Tegenwoordig hebben samenwonenden ook praktisch dezelfde rechten als gehuwden”.

Turkse en Marokkaanse Nederlanders blijven achter

De meeste gemengde relaties zijn met Nederlanders met een Indonesische achtergrond; zo’n 160.000 relaties. Daarna volgen Duits-Nederlandse (154.000) en Belgisch-Nederlandse paren (44.000).

Bij de grootste etnische groep woonachtig in Nederland, Nederlanders van Turkse of Marokkaanse afkomst, is het aantal gemengde relaties relatief klein. Slechts 2,5 procent van de Turkse Nederlanders heeft een gemengde relatie; bij Marokkaanse Nederlanders is het 2,3 procent. In absolute aantallen zijn ongeveer tienduizend Nederlanders met een Turkse achtergrond en circa negenduizend Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond samen met een Nederlandse man of vrouw. Aangezien Nederlanders van Marokkaanse of Turkse afkomst volgens het CBS traditioneler zijn ingesteld komt het onder die etnische groepen wel relatief vaak voor dat paren gehuwd zijn. Ongehuwd samenwonen komt bij hen nauwelijks voor.

Volgens Latten is een aantal jaar geleden Nederlands-Turkse en Nederlands-Marokkaanse jongeren gevraagd wat zij belangrijk vinden bij het vinden van de juiste partner. Lakken:

“De eerste eis bleek geloof te zijn, de tweede je herkomst. En er zijn nu eenmaal weinig moslims zonder immigratieachtergrond.”

Dat het aantal gemengde huwelijken binnen deze etnische groepen achterblijft, heeft ook gevolgen voor de integratie voor de nieuwe generatie van Nederlanders van Turkse en Marokkaanse afkomst. Uit onderzoek van het CBS van vorig jaar bleek dat kinderen met ouders die allebei van niet-westerse afkomst zijn minder goed presteren op de Citotoets, de centrale eindtoets voor basisscholieren in groep 8, dan hun klasgenootjes die voortkomen uit een gemengd huwelijk of van Nederlandse ouders zijn.