Zakelijk leider Noorse broeders verdacht van valsheid in geschrifte

Fraude-onderzoek

Antwoorden die financieel topman Bernt Aksel Larsen gaf tijdens een getuigenverhoor, weken af van in beslag genomen documenten.

Het Brunstad Conference Center in het Noorse Vestfold. Op de voorgrond vakantiehuisjes. Het centrum is eigendom van kerkgenootschap Brunstad Christian Church. BCC/Wikimedia Commons

De financiële topman van de internationale sektarische geloofsgemeenschap Noorse broeders, Bernt Aksel Larsen, wordt door het Nederlandse Openbaar Ministerie verdacht van valsheid in geschrifte. Dat bleek donderdagochtend tijdens het verhoor van Larsen in Noorwegen.

Dit getuigenverhoor in de rechtbank van de stad Follo, nabij Oslo, vond plaats op verzoek en in aanwezigheid van advocaten van de Nederlandse ex-broeder Jonathan van der L. Hij is in maart opgepakt door de opsporingsdienst FIOD, op verdenking van fraude, witwassen van geld, valsheid in geschrifte en verduistering van geld van een stichting verbonden aan de geloofsgemeenschap.

Tijdens de ondervraging van Larsen, onder ede, concludeerde de Nederlandse officier van justitie Edo Edens dat de antwoorden van Larsen afweken van de stukken die het Openbaar Ministerie heeft. Het gaat om documenten en e-mails waarop tijdens het onderzoek naar Van der L. beslag is gelegd. Larsen werd daarop te verstaan gegeven dat hij nu verdacht wordt van valsheid in geschrifte. In overleg met de Noorse rechter en de meegereisde Nederlandse onderzoeksrechter is het getuigenverhoor afgebroken. Larsen krijgt de kans om een advocaat te raadplegen.

Aanwijzingen voor kinderarbeid

Eerder publiceerden NRC en de Noorse krant Dagens Næringsliv dat Larsen en de geestelijk leider van de Noorse broeders, Kåre J. Smith, zich jarenlang verrijkt hebben ten koste van hun 40.000 discipelen. Daarvan wonen er 2.000 in Nederland. Tegen de krant Dagens Næringsliv zei Larsen donderdag na afloop van het getuigenverhoor: „Nee, ik heb geen commentaar. Er is een document ingediend die ik niet geschreven heb. Ik kan niets meer zeggen dan dat.”

Beide kranten beschikken over dezelfde documenten als de FIOD in beslag genomen heeft. De gegevens bevatten aanwijzingen voor fraude, witwassen, het ontduiken van belastingen, kinderarbeid en dus ook voor zelfverrijking. De mails tonen ook aan dat Van der L. niet alleen een sleutelfiguur was in de Nederlandse tak van de beweging, maar wereldwijd de rechterhand van geestelijk leider Smith en zakelijk leider Larsen. Hij hielp hen bij het besturen van een internationaal netwerk van meer dan 450 bedrijven en stichtingen. De geldstromen liepen vaak via een belastingparadijs.

Goededoelenstatus

De in Noorwegen aanwezige advocaten van Van der L., Aldo Verbruggen en Dineke Postma, noemen het „terecht” dat Larsen als verdachte is aangemerkt. „We hebben nog wel een paar vragen voor hem.” Eerder protesteerden zij nog bij de Noorse rechtbank, toen bleek dat de door de rechtbank ingehuurde tolk lid is van de Noorse broeders. De rechtbank liet de man in functie en gaf de advocaten wel de gelegenheid om de verhoren op te nemen. Geestelijk leider Smith moet nog verhoord worden.

Het Openbaar Ministerie kon donderdagmiddag nog niet reageren op de ontwikkelingen in Noorwegen. Vorige maand bleek dat de Belastingdienst in Nederland de goededoelenstatus van een stichting van de Noorse broeders heeft afgenomen. Ook doet de Inspectie SZW onderzoek naar aanleiding van de berichten over het schenden van Arbeidstijdenwet en het inzetten van kinderen bij werkzaamheden van de broeders.

De voorzieningenrechter van de rechtbank in Almelo oordeelde donderdagmiddag dat NRC een op 17 november 2016 gepubliceerd artikel over de nauwe banden tussen de Noorse broeders, de stichting LOOP en de Academie voor Podologie niet hoeft te rectificeren. Volgens de rechtbank vindt het artikel „in voldoende mate steun” in het beschikbare feitenmateriaal.

De Stichting Landelijk Overkoepelend Orgaan voor de Podologie spande een kort geding aan tegen NRC vanwege de publicatie ‘Podologenclub in handen van de Noorse broeders’. De rechter oordeelde dat het artikel niet onrechtmatig is - zie hier de uitspraak.