Wij willen vonken, niet meer vinken, zingen de verzorgers

Verpleeghuiszorg Staatssecretaris Van Rijn maakt een tweedaagse tour langs verpleeghuizen. Daar willen ze praten over de werkdruk en de regeldruk.

Foto David van Dam

Hij maakt een tour met vijf optredens op een dag en wordt vervoerd in een soort bandbus, maar toch komt de opvallendste act woensdag niet van staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, PvdA). Die eer gaat naar de medewerkers van verpleeghuis IJsselheem in Kampen, die op de melodie van de nineties-hit No Limit een lied brengen over de bureaucratie op hun werk. „Wij willen vonken, niet meer vinken”, zingen ze, en er komen ook een rap en een dans aan te pas. Van Rijn kijkt er glimlachend naar en tikt – een beetje aritmisch – mee op zijn been.

„Ik vond het niet ongemakkelijk hoor, het lied”, zegt Van Rijn na afloop in het busje, dat van Kampen naar het volgende verpleeghuis in Lelystad scheurt. „Je weet alleen niet hoe hard je moet meeklappen.”

Tijdens deze tweedaagse tour, waarin Van Rijn met verpleeghuismedewerkers praat over hun werk, maakt hij inderdaad een ontspannen indruk. Een van de gespreksonderwerpen: de werkdruk in verpleeghuizen. Publicist Hugo Borst en onderzoeker Carin Gaemers schreven een manifest voor de ouderenzorg waarin zij pleiten voor een minimale bezettingsnorm van twee medewerkers op acht bewoners. Maar in het Kwaliteitskader Verpleegzorg, dat vorige week verscheen, staat die norm niet. Er is te weinig personeel voorhanden om eraan te voldoen, aldus de opstellers van het Zorginstituut.

Koelkasttemperatuur

Van Rijn belooft de medewerkers van verpleeghuis Coloriet in Lelystad met een plan te komen om de ouderenzorg weer aantrekkelijk te maken voor afgestudeerden. Op de vraag om meer geld merkt hij op dat er altijd een tekort zal zijn, maar dat er 100 miljoen euro extra komt voor personeel. „Dat is in deze tijd een enorme bak.” „Zorgt u ervoor dat dat geld naar de verzorgenden gaat en niet naar het management?”, vraagt een medewerker. Van Rijn antwoordt met een ferm ja.

Meer nog dan over geld en bezetting willen medewerkers praten over de regeldruk. Henrieke de Vries, verzorgende in IJsselheem, vertelt over een 93-jarige bewoner die zijn leven als voltooid ziet. Zijn enige wens voor deze laatste periode: vrijheid, „een beetje rommelen”. Als hij dan valt en zijn nek breekt, dan is dat maar zo, vinden hij en zijn familie. „Hij heeft er niets aan als ik een valrisicoformulier invul. Hij wil worden gezien”, zegt De Vries.

De medewerkers zijn kritisch, maar ook vereerd met de aandacht van de staatssecretaris

Zowel in Kampen als in Amersfoort noemt men het voorbeeld van de temperatuur van de koelkast. Dagelijks die temperatuur opnemen moet van de Inspectie, maar zulke dingen gaan af van de tijd met bewoners, zegt een medewerker van het Amersfoortse verpleeghuis De Lichtenberg. „Gisteren had ik avonddienst, sta ik de koelkast te temperaturen! Hoor ik op de achtergrond: zuster, zuster!” In IJsselheem vraagt men zich af waar dat voor nodig is: thuis neem je toch ook niet de temperatuur op van je koelkast?

„Ik vond het mooi dat we ingingen op de vraag welke risico’s we willen accepteren”, zegt Van Rijn in de bus. „Tien jaar geleden was er een discussie over de veiligheid in verpleeghuizen, toen zijn er veel protocollen gekomen om incidenten te voorkomen. Het Zorginstituut wil nu meer aandacht voor de kwaliteit van leven, maar instellingen moeten dan ook zelf meedenken over wat ze kunnen schrappen.”

Schilderijachtige dingen

Dat zegt hij ook elke bijeenkomst tegen de medewerkers: „Er zijn een heleboel regels die wij niet voorschrijven, maar die in de instellingen zijn ontstaan.” Hij voegt toe: „Kwaliteit van leven is belangrijk, maar je moet wel kunnen vertrouwen op de basisveiligheid. In een vliegtuig wil je ook aandacht van de stewardess zonder zelf te hoeven controleren of de motor nog werkt.”

De medewerkers zijn kritisch, maar ook vereerd met de aandacht van de staatssecretaris. In Lelystad krijgt hij een door de bewoners gemaakt kunstwerk: een bloem van in stukken geknipte wc-rollen. Die gaat mee in de bus, samen met de mand eieren uit Kampen. Die cadeautjes horen bij het vak, zegt Van Rijn: „In mijn werkkamer staan tamelijk veel schilderijachtige dingen.”

De tour zal een vervolg krijgen. Van Rijn belooft Henrieke de Vries uit Kampen met haar te bekijken welke regeltjes overbodig zijn. „Jij belt mij, hè?”, zegt ze na afloop op dwingende toon. „Jazeker, jazeker”, zegt Van Rijn, voordat hij de bus in duikt.