Recensie

Vleesfeest voor lekkerbekken is aanwinst voor de stad

We hebben een lekker eethuisje, een smokehouse, ontdekt: Pendergast in de Staatsliedenbuurt. In de keuken staat een gigantische rookoven en, vertelt het meisje in de bediening, daarin wordt vanaf ’s ochtends vroeg vlees, gevogelte en vis gerookt. Want roken moet secuur en langzaam gebeuren, zoveel is zeker. De naam Pendergast komt van de Amerikaanse politicus Thomas Joseph Pendergast die er tijdens de drooglegging aan het begin van de vorige eeuw in Kansas City voor zorgde dat cafés open konden blijven. En juist in die sfeer ontstond de barbecuecultuur waaraan deze Amsterdamse zaak schatplichtig is. Eigenaar Brandon komt uit Kansas City en groeide op met de barbecue, zodoende. En laten we eerlijk zijn: iedereen die wel eens in de VS is geweest weet dat de Nederlandse barbecuecultuur niks voorstelt. Zie ons nu eens rommelen met spiesjes magere kipfilets of dunne bieflapjes… pff.

Pendergast ziet er, heel onamerikaans, lief, licht en gezellig uit. Elke tien minuten lijkt het of tram 10 binnen komt rijden, da’s grappig, maar er komt ook veel kou via de voordeur binnen. Verder geen klachten, er is nauwelijks muziek, heerlijk! O ja, wel een waarschuwing vooraf: flinterdunne meisjes die Rens Kroes volgen of mensen met een hoge bloeddruk kunnen beter gaan joggen in het Westerpark, want bij Pendergast staat er veel vlees, wat gevogelte en een beetje vis op de kaart en slechts één vegetarisch hoofdgerecht: gerookte seitan. Laten we daar nou net geen zin in hebben.

We starten met smoked trout brandade (7,-, de kaart is helemaal in het Engels), dus een puree van gerookte forel, en pimento cheese (6,-) met creamcrackers, een heerlijk pittige relish van kaas uit de zuidelijke staten van Amerika. De brandade is loeiheet en lekker, de bijgeleverde toast wat hard afgebakken. Dan kan het vleesfeest beginnen: de special van de dag is beefrib (29,-), rib van een koe, een stuk imposanter dan die van een varken. Deze verdient ook een andere behandeling dan varkensribs, namelijk heel langzaam garen. Deze is uitmuntend gemarineerd en gerookt en zo slow gegaard dat ie van het bot valt. Het vel aan de onderkant herbergt een extra smaakgeheim; wat is dit lekker!

De rib komt op een klein bord en vergezeld met meaty barbecued beans, inderdaad nog meer vlees, en ook veel smaak, zeker als we er nog wat van de huisgerookte tomatenketchup uit de fles bij gieten. De ander heeft Pork Cheeks Duroc (18,50), varkenswangen van het Duroc varken, van die roodbruine; oorspronkelijk uit Amerika, maar deze komt uit Spanje. Ook gerookt, maar wel anders van smaak dan de rib en, vanzelfsprekend, supermals. Daarbij komt mac ’n cheese, heerlijk romig, in een bescheiden portie en afgemaakt met panko, Japanse paneer.

Wat ons aanstaat is dat er bij ieder hoofdgerecht een bijgerecht naar keuze komt; bij de meeste zaken wordt tegenwoordig de prijs omhoog geschroefd door alle bijgerechten in rekening te brengen. En ook spot on zijn de pickles met o.a. steranijs. Iets minder gecharmeerd zijn we van het cornbread, maïsbrood, deze voelt slapjes aan en smaakt ook zo.

Dan is er nog een lefgozer in ons gezelschap die een toetje aandurft: Bourbon pecan pie met whipped cream (7,-), met de doordringende smaak van whiskey, ook in de slagroom, en gebrande pecannoten… we laten niets staan.

We hadden natuurlijk één van de woeste biertjes die ze schenken kunnen nemen, maar we zijn geen bierdrinkers, dus worden het een glas Falanghina (6,50) en Coteaux-du-Languedoc (5,-) en daarna Douro Vale da Clara uit Portugal (5,-) en Rosso Piceno (5,-); prima wijnen en allesbehalve standaard.

Pendergast is werkelijk een aanwinst voor de stad. Niet voor calorieëntellers en vegetariërs, wel voor andere lekkerbekken.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.
    • Petra Possel