Servië tart Kosovo met slogans en de vlag op de trein

op de Balkan

In de aanloop naar de verkiezingen lijkt de Servische president zich te willen profileren met oorlogstaal.

In omstreden Noord-Kosovo wonen vooral Serviërs

De Servische president Tomislav Nikolic (64) wil naar eigen zeggen geen oorlog. Toch sprak hij de afgelopen dagen opruiende taal in een diplomatieke ruzie met Kosovo, dat zichzelf in 2008 onafhankelijk verklaarde maar voor Belgrado een onderdeel van Servië blijft.

„Als het nodig is om te verhinderen dat Serviërs vermoord worden, sturen we het leger”, verklaarde Nikolic zondag. „Ik zal zelf gaan en het zal niet de eerste keer zijn dat ik ga”, aldus de president die in de jaren negentig met Servische paramilitairen in Kroatië vocht.

Een vreemde verklaring, want een tastbare oorlogsdreiging bestond er immers niet. Wel laaide een ruzie op rond de eerste treinrit op de lijn tussen Belgrado en het Kosovaarse Noord-Mitrovica sinds het einde van de Kosovo-oorlog in 1999. Afgelopen zaterdag bleek dat de treinwagons geschilderd waren in de kleuren van de Servische vlag, voorzien van de slogan „Kosovo is Servië” in 21 talen. Beelden van Servisch-orthodoxe iconen bekleedden het interieur.

De Kosovaarse regering stuurde bij wijze van reactie bijzondere politie-eenheden naar de grens met Servië. Dat gebeurde volgens de Servische premier Aleksander Vucic zonder de toestemming van de lokale Servische autoriteiten die nodig is voor hun optreden in Noord-Kosovo, een overwegend Servische regio. Kosovo wilde een „breed conflict uitlokken”, aldus Vucic. Hij gaf naar eigen zeggen bevel de trein niet verder te laten rijden dan het grensstation Raska.

De Kosovaarse president Hashim Thaci stelde maandag dat Servië de trein wilde gebruiken om Kosovaarse Albanezen te provoceren. Het veronderstelde doel: een voorwendsel vinden om Noord-Kosovo te annexeren volgens het „Krim-model”.

Rusland, dat de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo zegt te zien als precedent voor de ‘afscheiding’ van de Krim van Oekraïne, en dat traditioneel optreedt als Servisch bondgenoot, goot olie op het vuur. „De troepen van de Kosovaarse Albanezen zouden niet aanwezig mogen zijn in het noorden van Kosovo en Metohija [een verwijzing naar de naam van de voormalige Servische provincie, red.] dat bewoond wordt door Serviërs” zei de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov.

Servische commentatoren zien in het treinconflict een propagandaslag. Kosovo-expert Dusan Janjic vermoedt dat Servische politici enerzijds hun onderhandelingspositie willen verstevigen in de door de EU gestuurde dialoog tussen beide aspirant-EU-leden over normalisering van de onderlinge relaties. Anderzijds zou Nikolic niet optreden als president, maar als „presidentskandidaat” in de aanloop naar verkiezingen in april, verklaarde Janjic aan het Servisch-Kosovaarse tv-station KiM.

Ook elders in ex-Joegoslavië is het politieke klimaat gespannen. De uittredende Amerikaanse regering kondigde dinsdag sancties aan tegen Milorad Dodik, president van de Republika Srpska, de overwegend Servische deelstaat van Bosnië. Die zou volgens Washington ingaan tegen de uitvoering van de vredesakkoorden van Dayton die in 1995 een einde maakten aan de oorlog in Bosnië en het land omvormden tot federatie langs etnische scheidslijnen. Dodik legde een uitspraak van het grondwettelijke hof naast zich neer door een etnisch beladen referendum te organiseren over de vraag of de Republika Srpska een feestdag mag organiseren op 9 januari. Op die dag in 1992 riepen Bosnische Serviërs de onafhankelijkheid uit, nadat Bosniakken en Kroaten stemden voor afsplitsing van Joegoslavië. Dodik pleitte ook herhaaldelijk voor een ander referendum, over de onafhankelijkheid van de Republika Srpska.