Column

Poetins oorlog: nu 2,5 maal voordeliger

De beer gromt, de bewaker pakt zijn koffer. Terwijl de Russische president Poetin zijn spierballen laat zien in Europa, vindt aanstaand president Trump van de Verenigde Staten, die vrijdag wordt geïnaugureerd, dat West-Europa voortaan meer voor zichzelf moet zorgen. En dat is niet het enige ‘kantelpunt’ waar de wereld op dit moment mee te maken heeft. China ziet, en pakt, ruimte. De Britten verlaten het continent. De EU is geen rotsvaste zekerheid meer.

En dus is het verhogen van de defensie-uitgaven opeens prioriteit voor de Europeanen. Ook voor Nederland. Van sluitpost op de begroting en favoriete bezuinigingspost zijn de strijdkrachten het afgelopen jaar prioriteit geworden. Omhoog met dat budget. Maar met hoeveel?

De NAVO heeft een richtlijn dat 2 procent van het nationaal inkomen (vergelijkbaar met het bruto binnenlands product) aan defensie besteed moet worden. Daar komt het gros van de Europese leden niet bij in de buurt. Alleen Frankrijk (2,1 procent), het Verenigd Koninkrijk (2 procent) en het kleine Griekenland (2,6 procent) halen dat. Nederland zat in 2015 op 1,2 procent volgens cijfers van het Zweedse SIPRI.

Samen komen de West-Europese landen toch nog op 232 miljard dollar over 2015. Dat is behoorlijk minder dan de VS, met 596 miljard. Maar de West-Europese uitgaven zijn nog altijd 3,5 maal zo groot als het budget van Rusland, met 66 miljard. Voor Poetin zijn die uitgaven, met 5,4 procent van het bruto binnenlands product, al een behoorlijke inspanning. Dus waar zouden we ons zorgen om moeten maken?

Misschien om het feit dat dit soort bedragen misleidend kunnen zijn. Tussen landen bestaan behoorlijk wat koopkrachtverschillen. Laten we Nederland als uitgangspunt nemen, en onze koopkracht op 1 zetten. Sommige landen zijn behoorlijk duurder dan wij, zoals Noorwegen (1,23) en Zwitserland (1,56). Portugal is daarentegen veel goedkoper dan wij: 0,77. En Rusland? Spotgoedkoop, met 0,4. Dat verschil in koopkracht moet in grote mate ook voor militaire uitgaven gelden. Een Russische soldaat bijvoorbeeld, is veel goedkoper dan een West-Europese. Materiaal en wapens zijn dat ook, en infrastructuur en onderzoek en ontwikkeling.

Rusland ontwikkelt zijn meeste systemen zelf, en importeert weinig. Kijk naar het splinternieuwe Soechoi T-50-gevechtsvliegtuig. Dat moet volgens schattingen rond de 50 miljoen dollar per stuk gaan kosten. De Amerikaanse evenknie, de F-22 Raptor of de JSF, kost minstens driemaal zo veel. Als we nu de West-Europese militaire uitgaven terugrekenen naar Nederlandse koopkracht, dan bedragen ze samen 230 miljard dollar, vergelijkbaar met de 232 miljard waarvoor ze formeel in de boeken staan. Maar als we de Russische uitgaven terugrekenen naar Nederlandse koopkracht, dan zijn ze geen 66 miljard, maar 164 miljard. Of, anders gezegd, Poetin krijgt 2,5 maal zo veel oorlog voor zijn geld als wij.

Mocht het Verenigd Koninkrijk zich terugtrekken op zijn eiland en de relatief hoge Britse uitgaven wegvallen, dan zijn de continentale uitgaven eigenlijk even groot als de Russische. Dat is al een stuk alarmerender. Wat te doen? Rusland geeft, omgerekend in Nederlandse koopkracht, 1.123 dollar aan defensie uit per hoofd van de bevolking. Wij nu 524 dollar. Om Poetins huidige uitgaven, in militaire koopkracht, dollar voor dollar te matchen zouden we in Nederland eigenlijk 2,6 procent van het bbp aan defensie moeten uitgeven. Hetgeen niet noodzakelijk moet worden gelezen als een aanbeveling, trouwens.

Maarten Schinkel schrijft elke donderdag op deze plek over macro-economie en de financiële markten