Opa had een kalasjnikov in de badkuip

Rechtszaak

Justitie eist hoge straffen tegen twee oudere wapenhandelaren en drie medeverdachten. „Ze hebben bijgedragen aan het geweld in de Amsterdamse onderwereld.”

Het terrein van Jan B. in Hulten.

Ze worden allebei wel eens ‘opa’ genoemd, de twee mannen in een hoekje van de rechtbank in Amsterdam. De een heeft een kalende kop en een grijs baardje, de ander kort grijzend haar en in beide oorlellen een paar ringetjes.

De een is Jan B. uit Hulten (66), de ander Willem van H. (61), een geboren Brabander die al decennia in Amsterdam woont. Ze worden verdacht van wapenhandel en lidmaatschap van een criminele organisatie. Het duo incasseert de geëiste straf die officier van justitie Maaike van Kampen donderdag bekendmaakt in stilte: negen respectievelijk zes jaar cel.

Jan en Willem zijn criminelen van de oude stempel. Beiden hebben een stevig strafblad. Zo is Jan de afgelopen tien jaar twee keer veroordeeld voor wapenhandel en verboden wapenbezit. In 2015 is in een loods van hem in Den Hout, Brabant, een grote hoeveelheid wapens gevonden. Ook lag er 35 kilo amfetamine. Bij Willem thuis vond de politie een kalasjnikov in de badkuip.

Zwijgrecht

„Zwijgrecht.” Zo heeft Jan B. eerder deze week consequent gereageerd op vragen van de rechter. Tot hem gevraagd wordt of hij opvliegend kan zijn. „Ze moeten niet op mijn tenen gaan staan, nee. Maar een granaat is ook niet gevaarlijk zolang je de pin er niet uittrekt.”

Willem van H., klein van stuk, tatoeage op zijn rug van zijn hand, onderbreekt de rechter nu en dan. Hij is ernstig ziek en kan het soms niet allemaal volgen. Verder zwijgt Willem als de rechter hem feiten uit het dossier voorhoudt. „Ik heb niks te maken met waar u het over heeft.”

Volgens het Openbaar Ministerie is het duo lid van een criminele organisatie die zich bezighield met grootschalige handel in wapens en munitie. Tegen Cömert E., die ervan wordt verdacht de groep te leiden, eist officier Van Kampen zeven jaar cel. Twee loopjongens horen drie en vier jaar eisen. Ook zij beroepen zich op hun zwijgrecht, al valt uit het dossier op te maken dat ze dat mogelijk doen uit angst voor hun bazen.

Volgens officier Van Kampen zijn er indicaties dat de verdachten wapens hebben geleverd aan rivaliserende groepen uit de zogeheten mocromaffia. Zij vechten sinds het begin van dit decennium een bloedige onderwereldoorlog uit, waarbij ook onschuldige slachtoffers zijn gevallen. Vaak is daarbij gebruik gemaakt van kalasjnikovs. Bij de verdachten zijn twee van die zware, volautomatische wapens gevonden, plus een grote hoeveelheid magazijnen en patronen.

De verdachten hebben „met hun wapenhandel bijgedragen aan het zware geweld in de Amsterdamse onderwereld”, stelt officier Van Kampen. Vandaar dat ze stevige straffen eist. Op verboden wapenbezit en handel staat een maximumstraf van 5 jaar en 4 maanden. Maar omdat de vijf mannen lid zijn van een criminele organisatie, vallen de strafeisen hoger uit. Met de leeftijd van de ‘opa’s’ houdt de officier geen rekening. „Ik bespeur bij de verdachten weinig schuldbesef.”

    • Jan Meeus