Hoofdredacteur

Nieuwjaarsspeech voor de redactionele medewerkers van NRC

Foto ANP / Remko de Waal

Collega’s,

Dames en heren,

Op 31 december vorig jaar maakten de leden van het Genootschap Onze Taal en de luisteraars van NPO Radio 1 het woord van het jaar 2016 bekend.
Op de eerste plaats eindigde het woord ‘Brexit’, op de tweede ‘Boze Witte Man’ en op de derde plaats het woord ‘nepnieuws’.
Enkele dagen eerder had ook Van Dale zijn woord van het jaar bekendgemaakt. Daar haalde ‘treitervlogger’ het vóór ‘pokémonterreur’ en ‘Trumpisme’. Maar in de top-10 van Van Dale stond ook het woord ‘mediaweigeraar’.
In november al koos ook Oxford Dictionaries naar eigen zeggen “after much discussion, debate and research” zijn woord van het jaar. Dat werd ‘post-truth’.

Een ‘mediaweigeraar’ werd door Van Dale gedefinieerd als “iemand die geen geloof hecht aan wat de traditionele media melden”.
Ewoud Sanders definieerde nepnieuws in zijn column voor NRC als “min of meer spectaculair nieuws dat niet op waarheid berust en dat wordt verspreid om de publieke opinie te beïnvloeden, dan wel om er geld mee te verdienen via Google of Facebook”.
En voor het woordenboek uit Oxford zijn post-truth politics “politiek waarin onderbuikgevoelens er meer toe doen dan objective facts”.

Nepnieuws. Mediaweigeraar. Post-truth. In dat klimaat doen wij dus aan journalistiek. Een klimaat waarin sommigen bewust op grote schaal leugens proberen te verspreiden (nepnieuws). Een klimaat waarin sommigen geen geloof meer hechten aan wat wij schrijven (mediaweigeraars). Een klimaat waarin voor sommigen objectieve feiten er niet meer toe doen (post-truth).

We zouden ronduit onverantwoordelijk bezig zijn indien we ons daar geen zorgen over maken. In een wereld waarin lezers niet of minder geloven wat we schrijven, dreigen ze zich van ons af te keren. In een wereld van onderbuikgevoelens en populisme zou een krant die de principes van de Verlichting hoog in het vaandel voert, kunnen worden gemarginaliseerd.

Maar die wereld van nepnieuws, mediaweigeraars en post-truthisms biedt ons ook een geweldige kans. Een kans om onverdroten, koppig en vastberaden vast te houden aan wat ik graag klassieke NRC-journalistiek noem. Journalistiek van de juiste feiten, journalistiek van de nuance, journalistiek van hoor en ruimschoots wederhoor, journalistiek die breed kijkt, journalistiek die diep graaft, journalistiek die een scherp onderscheid maakt tussen feiten en commentaar, journalistiek die niet hijgerig is, journalistiek die tijd neemt, journalistiek die de lezer serieus neemt, journalistiek die ook zichzelf voortdurend in vraag stelt, journalistiek die transparant is.

Hoe meer haastig nieuws, hoe meer behoefte de lezer heeft aan slow journalism. Hoe meer snelle quotes, hoe meer behoefte aan diepgang. Hoe meer luide kreten, hoe meer behoefte aan argumenten. Hoe meer Breitbart, hoe meer NRC, zou ik bijna zeggen. Laten we deze kans met beide handen grijpen.

Maar dat betekent ook, dames en heren, dat we dat in elk van onze stukken moeten waar maken. Dat in deze onze verantwoordelijkheid groter wordt dan ooit. De lat ligt hoger dan ooit voor de juiste feiten, de goede nuance, het uitgebreid beargumenteerde oordeel en het ruimschootse wederhoor. We willen geen nepnieuws bij ons in de krant of op onze site. Sterker nog, we willen alle nepnieuws ontmaskeren. We willen de juiste bouwstenen aanreiken aan onze lezers om hen te kans te geven hun mening te vormen. Daar dragen we allen samen de verantwoordelijkheid voor. En die, ik herhaal het, weegt zwaarder dan ooit voorheen.

Je kan vaststellen dat NRC het in 2016, in een wereld van nepnieuws, mediaweigeraars en post-truth goed deed. Ik was trots dat ik eind december aan de redactie een mail kon sturen waaruit bleek dat

1. we in 2016 in het algemeen een mooie stijging laten zien in verkochte abonnementen (dankzij of ondanks de invoering van de paywall, oktober 2015).
2. nrc.next in 2016 na een daling van verschillende jaren weer stijgt in de verkoop.
3. NRC Handelsblad met name door zijn digitale stijging de moeilijke middagpositie weet te handhaven en zelfs te versterken.
4. we snel we een digitale organisatie geworden zijn. We verkochten vorig jaar gemiddeld 164.836 voltijdse papieren abonnementen per dag en 76.436 digitale abonnementen.
5. we meer en meer digitaal zijn in de week, maar op zaterdag het papier nog zien stijgen.

Daar moeten we met zijn allen trots op zijn. En daar ben ik u, vaste redacteuren en medewerkers van deze krant en deze site erkentelijk en dankbaar voor.
Want jullie maken niet alleen de kranten en de site. Jullie zijn de kranten en de site. Jullie namen en pennen, jullie foto’s en tekeningen, jullie columns en stukken, jullie eindredactie en vormgeving bepalen het succes van NRC.

Ik kijk ernaar uit om samen met u ook dit jaar mooie journalistiek te bedrijven op onze verschillende podia. In nrc.next en NRC Handelblad die, zoals jullie weten, vanaf 14 februari een stap dichter naar elkaar toe komen en een ochtend- en middageditie van dezelfde krachtige NRC worden. En vooral op onze digitale site nrc.nl die de voorbije jaren in het hart van onze organisatie is komen te staan en in 2017 meer dan ooit het platform wordt waarop de toekomst van NRC-journalistiek wordt gebouwd

Ik hef vol trots en dankbaarheid het glas op NRC maar vooral op u allen.

Maak er een prachtig 2017 van.

Blogger

Peter Vandermeersch

Peter Vandermeersch is hoofdredacteur van NRC.