Kabinet neemt geen besluit meer over sluiting kolencentrales

Met de brief zet Kamp de verhoudingen in de Tweede Kamer op scherp. Ook Greenpeace en Natuur en Milieu hebben furieus gereageerd op het uitblijven van een besluit.

Foto Phil Nijhuis

Dit kabinet neemt geen besluit meer over de sluiting van de vijf resterende kolencentrales. Eventuele sluiting van de Hemwegcentrale in Amsterdam - als enige - zal pas na de zomer aan de orde zijn als blijkt dat bestaande maatregelen om CO2 te beperken onvoldoende effect hebben.

Sluiting van andere kolencentrales is niet aan de orde. Dat staat in de brief die minister Kamp (Economische Zaken, VVD), mede namens staatssecretaris Dijksma van Infrastructuur en Milieu, donderdagmiddag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De brief is het antwoord op de motie Van Weyenburg en Van Veldhoven uit 2015 die in de Tweede kamer een meerderheid kreeg. Daarin werd de regering opgeroepen om samen met de betrokkenen een plan op te stellen voor het laten verdwijnen van alle kolencentrales in Nederland.

Geen concreet plan

In plaats van een concreet plan heeft de minister een onderzoek aan de Tweede Kamer gestuurd dat hij heeft laten uitvoeren door het Duitse onderzoeksbureau Frontier Economics, alsmede het eindadvies van de individuele leden van de adviesgroep met wie de minister voortdurend in overleg is geweest over deze zaak. Dat waren onder andere VNO-NCW, FNV, milieuorganisaties en de energiekoepel VEMW. Zij zijn het niet eens geworden over een gezamenlijk standpunt en daarmee wordt de heikele kwestie van de kolencentrales over de verkiezingen heengetild.

Greenpeace en Natuur en Milieu hebben furieus gereageerd op het uitblijven van een besluit. Greenpeace noemt het „een ramp voor het klimaat” en Natuur en Milieu spreekt van „een zwarte dag voor het klimaat”.

Met de brief zet Kamp de verhoudingen in de Tweede Kamer op scherp. De kwestie verdeelt de Kamer. VVD, CDA en PVV zijn tegenstander van sluiting van de laatste vijf kolencentrales. Die partijen willen zich, net als Kamp, houden aan de afspraken uit het Energieakkoord, waarin uitsluitend gesproken wordt over de sluiting van de oudere generatie kolencentrales (uit de jaren tachtig).

Volgens Kamp heeft hij voldaan aan wat er in de motie gevraagd wordt: het in kaart brengen van de consequenties van het ‘uitfaseren’ van de kolencentrales in Nederland. Daarbij is volgens hem rekening gehouden met de „juridische en financiële aspecten, potentiële weglekeffecten van CO2-uitstoot naar het buitenland, leveringszekerheid van energie en innovatie.”