Deze zes confrontaties zullen Trump op de proef stellen

President nr.45 In aanloop naar het presidentschap brak Donald Trump met verwachtingspatronen en gebruiken in Amerikaanse politiek zonder dat het hem schaadde. Maar blijft dat zo?

De eerste bezoekers en aanhangers van Trump staan bij het Lincoln Memorial om het Voices of the People concert bij te wonen. Het feest markeert de opening van de inauguratie van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten. Foto Alexander Schipper / ANP ALEXANDER SCHIPPERS

Vandaag begint Donald J. Trump te regeren. Hij zal de 45ste president de Verenigde Staten zijn. Maar de eerste president die nooit een politiek of militair ambt bekleedde. En de eerste die niet is voortgebracht door zijn eigen partij. Zijn korte aandachtsspanne is berucht, zijn autoritaire neiging opmerkelijk. Tijdens de transitieperiode etaleerde hij weinig presidentieel gedrag of dossierkennis en des te meer achteloosheid als het gaat om vaste waarden van de baan, zoals de dagelijkse veiligheidsbriefing.

„Het Amerikaanse presidentschap”, zei John Dean tegen tijdschrift The Atlantic, „is nog nooit overgeleverd aan een autoritaire persoonlijkheid als Donald Trump. Hij gaat onze democratie testen zoals nog nooit is gebeurd.”

Dean (78) kan het weten. Hij was als adviseur van president Nixon eerst betrokken bij de Watergate-inbraak en getuigde later tegen Nixon.

Aan de vooravond van vier jaar Trump kan daarom de vraag gesteld worden: wie komt er als winnaar uit de test? Trump of de Amerikaanse democratie? Daarover valt nu nog weinig te zeggen. Maar de strijdperken zijn wel al afgebakend, sommige posities ingenomen. Trumps armslag wordt in deze zes confrontaties bepaald:

1. Met z’n eigen binnenkring

Die valt uiteen in twee duidelijke helften: aan de ene kant de populisten en Trump-getrouwen die weinig ophebben met de Republikeinse orthodoxie (zoals topstrateeg Steve Bannon), anderzijds de leden van de partijtop (adviseur Priebus, vicepresident Pence). Deze laatsten zullen veel meer genegen zijn zaken te doen met het Congres.

Het zou niet de eerste keer zijn dat stafleden van de president het met elkaar aan de stok krijgen en tegen elkaar inwerken, zoals bijvoorbeeld in Obama’s eerste termijn het geval was. Obama’s meer idealistische adviseurs Valerie Jarrett en David Axelrod kregen het toen aan de stok met de pragmatische en om zijn uitgesprokenheid beruchte stafchef Rahm Emanuel.

Emanuel ruimde het veld. Daar staat tegenover dat de president en zijn persoonlijke staf, wanneer ze als eenheid opereren, moeilijk zijn tegen te houden. In de woorden van Nixon-adviseur Dean: „Pas op als Trump en zijn team de reikwijdte beseffen van de buitengewone macht die ze zullen hebben. Dan wordt het meer dan opwindend. Dan wordt het gevaarlijk.”

2. Met het Congres

„Het Congres is waar het lot van Trumps presidentschap wordt beslist.” schreef de conservatieve columnist Charles Krauthammer deze week in The Washington Post. Trump treedt aan met een comfortabele meerderheid in het Huis en de Senaat. Hij hoeft dus niet, zoals Obama in zijn tweede termijn, te worstelen met een vijandig Congres en zijn toevlucht te nemen tot decreten om zijn agenda door te voeren.

Na acht jaar in de oppositie staan Republikeinse Congreleden strak van dadendrang. Er zijn gedetailleerde plannen voor het terugtrekken van Obamacare en voor belastingverlaging. Toch zag Trump kans nog voor hij aantrad met achteloze opmerkingen kwaad bloed te zetten onder Republikeinse Congresleden. Trump veegde een deel van het belastingplan van Paul Ryan, Republikeins voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, van tafel met de woorden: „te gecompliceerd”. Waarna Ryan, die Trump verschillende keren met grote moeite steunde tijdens de campagne, terug kon naar de tekentafel.

Zo mogelijk nog verwoestender was Trumps opmerking – zondag, in reactie op zorgen over het stopzetten van Obamacare zonder vervangend plan – dat hij „een zorgverzekering voor iedereen” zou regelen. Geen standpunt kan verder af staan van de Republikeinse orthodoxie van een minimale overheid en een zo goedkoop mogelijk zorgstelsel. Woensdag probeerde Mike Pence de gapende kloof te overbruggen door te zeggen dat het uiteindelijke plan „betaalbaar voor iedereen” zou zijn.

„Het is altijd een vergissing om je mandaat te overschatten”, waarschuwde Mitch McConnell deze week via The New York Times. „Nieuwe meerderheden denken vaak dat het voor altijd is. In dit land is niets voor altijd.” De waarschuwing had iets weg van een dreigement. De Republikeinse Senaatsvoorzitter spande zich afgelopen jaren onvermoeibaar en met succes in voor het neerhalen van Obama’s plannen.

3. Met staf en ministersploeg

In de regering-Trump komen bovendien veel ministers die meer op één lijn zitten met Republikeinen in het Congres dan met Trump en sommige van zijn adviseurs. Trumps nationale veiligheidsadviseur, de radicale generaal b.d. Michael Flynn, die contacten onderhoudt met Rusland en sceptisch is ten aanzien van de NAVO, zal bijvoorbeeld zaken moeten doen met de beoogd minister van Defensie, de gerespecteerde generaal James Mattis, die Rusland ziet als Amerika’s grootste bedreiging.

Of Trump hier een verdeel-en-heerstactiek heeft toepast, of enkel chaos heeft gecreëerd, moet blijken. Een krachtmeting lijkt onvermijdelijk. Overigens is het doorgaans de presidentiële staf die de koers bepaalt, eerder dan een minister. Obama’s stafchef Rahm Emanuel placht de ministersploeg te omschrijven als „minions”.

4. Met inlichtingendiensten

Al voor zijn aantreden heeft Trump kans gezien een knallende ruzie te schoppen met de inlichtingentop. Hij hoonde hun constatering dat Rusland zich mengde in het Amerikaanse verkiezingsproces wekenlang weg, alvorens die achteloos te beamen. Hij vergeleek ze met nazi’s en beschuldigde CIA-directeur John Brennan van het lekken van de memo’s met beweringen over zijn Russische connecties en gefilmde seksuele escapades in een Moskous hotel.

Zo verzwakt Trump niet alleen het land, maar ook zijn eigen positie, legden oud-FBI- en CIA-medewerkers uit in de Amerikaanse pers. Een president die het vertrouwen van de diensten niet heeft, krijgt niet de optimale informatie. En mocht zo’n president betrokken zijn in een schandaal, dan is de kans het grootst dat iemand uit de inlichtingendiensten cruciale informatie naar de pers lekt. Het bekendste voorbeeld daarvan is natuurlijk deep throat, de man die Nixon ten val bracht door informatie aan de journalisten Woodward en Bernstein te geven. Dat was, zo bleek in 2005, een onderdirecteur van de FBI.

5. Met het Amerikaanse volk

Trump treedt aan met bijna drie miljoen stemmen minder op zijn naam dan zijn tegenstrever Clinton. Trump-kiezers blijven hem steunen in interviews met de pers, maar over het geheel is het enthousiasme over Trump gedaald. Een peiling van Gallup constateerde dat maar 44 procent van de Amerikanen Trumps aanpak van zijn transitie waardeerde. Bij Obama was dat 83 procent, bij George W. Bush 61 procent. Trump heeft dus al goede wil verspeeld, maar daar staat tegenover dat hij het economisch tij mee heeft.

Foto AFP / Andrew Caballero-Reynolds

Maar stel dat Trump, bijvoorbeeld door het drastisch terugdraaien van Obamacare, zijn kiezers voor het hoofd stoot. In zo’n geval zullen ook Congresleden van zijn eigen partij zich razendsnel van hem afkeren, zeker als eind 2018 de tussentijdse Congresverkiezingen naderen. „Elke president begint met een good-will spaarrekening in het Congres”, zei Phil Schiliro, die over wetgeving ging in Obama’s staf gedurende diens eerste termijn. „Als een president daalt in de peilingen, raakt zo’n rekening snel leeg.”

6. Met het presidentschap zelf

Het grootste gevaar voor Donald Trumps presidentschap is zonder twijfel hijzelf. Trump heeft zijn wereldwijde netwerk van bedrijven en licentiecontracten niet noemenswaardig gescheiden van zijn ambt. Hoewel er geen bewijs boven tafel is gekomen, zijn er gerede verdenkingen voor contacten tussen zijn entourage en de Russische regering tijdens of misschien zelfs na zijn campagne. Trump staat op de dag van zijn aantreden kortom aan de rand van een mijnenveld van potentiële schandalen.

Daar staat tegenover dat Trump in de aanloop naar zijn presidentschap heeft gebroken met vrijwel alle verwachtingspatronen en gebruiken in de Amerikaanse politiek zonder dat hem dit geschaad heeft. Als Donald Trump het afgelopen jaar iets heeft bewezen, dan is het dat hij kan komen bovendrijven terwijl maar weinigen denken dat hij een kans maakt.

John Dean zei tegen The Atlantic dat hij schandalen onvermijdelijk acht, maar dat ze Trump niet zullen raken. Het Amerikaanse publiek is volgens hem ongevoelig geworden voor politieke corruptie.

„Tenzij Trump zo’n ramp wordt dat het volk in opstand komt en het Congres verandert (d.w.z. Democratisch maakt; red.) bij de tussentijdse verkiezingen, is hij veilig.”