’Ik zie zoveel tobbende dertigers om me heen’

IFFR Tiger Competitie Het absurde ‘Quality Time’ dingt mee naar een Tiger Award. „Misschien is het onbewust toch een geëngageerde film.”

Dertiger die niet gelukkig is aan de ouderlijke dis (derde van links) in Quality Time.

Een ding is zeker. Zoiets hebben we hier nog nooit gezien. De Nederlandse film die dit jaar op het Film Festival Rotterdam meedingt naar een Tiger Award is vormbewust en eigenzinnig.

Het speelfilmdebuut van Daan Bakker (Harderwijk, 1979) begint als een animatiefilm, verandert dan in een soort documentaire, en wordt dan wel heel erg vreemd als een van de hoofdpersonen opeens een tijdreiziger blijkt te zijn en de volgende door aliens wordt ontvoerd. Pas in het laatste van de vijf hoofdstukken wordt duidelijk dat het allemaal maar fictie was.

Bakker vestigde zijn naam met de originele korte films Jacco’s film (2009) en Bukowski (2010). Vervolgens werkte Bakker als script-editor aan publieksfilms Valentino (2013) en Midden in de winternacht (2013).

Quality Time is anders. Heel anders. Vijf gortdroge en tragikomische verhalen over dilemma’s van dertigers. Over jonge mannen bij hun ouders op de bank. Onder de plak bij hun vriendinnetje. Die geen nee kunnen zeggen, maar ook niet weten waar ze ja op willen zeggen.

Wat dacht u? Ik maak mijn debuut zo experimenteel mogelijk?

Daan Bakker: „Nee. Dat was niet de insteek. De afgelopen jaren heb ik veel als scenarist gewerkt, maar op een gegeven moment vond ik het wel weer tijd om zelf iets te maken. Tijdens het schrijven heb ik zelfs nog wel even gedacht dat Quality Time een commerciële film voor een breed publiek zou kunnen worden. Maar op een gegeven moment begon het verhaal zijn eigen eisen te stellen.”

Wat moet ik me daarbij voorstellen?

„Ik ben al langer geïnteresseerd in onconventionele vertelvormen, naar een andere manier om het publiek te bereiken dan via een conventioneel verhaal met een kop en een staart. Ik wilde een tragikomedie maken, en dat is het ook geworden. Maar niet zoals je gewend bent.”

Het eerste verhaal bestaat uit heel basale animatie van gekleurde rondjes. Dat zet mensen wel op het verkeerde been.

„Ja. Op een gegeven moment liep ik tijdens het schrijven vast op de traditionele structuur in drie akten. Ik kwam erachter dat ik als schrijver geen zin had om een personage een klassieke transformatie te laten doormaken en aan het einde net iets wijzer te laten zijn dan aan het begin. Ik begon allerlei rare en extreme scènes te schrijven om daaraan te ontsnappen.

„Als je zo’n eerste speelfilm aan het schrijven bent dan is er allerlei coaching van het Filmfonds en je producent en die wisten niet meteen wat ze daarmee aan moesten. Zaten we opeens in een ander universum. Toch heb ik wel voet bij stuk gehouden, want ik voelde dat ik meer had met die dingen die intuïtief kwamen.”

En de animatie?

„Het eerste verhaal over Koen die misselijk wordt van melk en ham die hij steeds op familiefeestjes moet eten, is heel snel geschreven. Ik wist vanaf het begin dat het heel minimaal moest zijn. Je hoeft uiteindelijk maar heel weinig te doen om een scène op te roepen. Er zijn geen acteurs, geen gezichten, geen intonatie, geen decors, alleen maar een plaatsbepaling. Ik wist ook dat ik daarmee moest beginnen: dan weet de toeschouwer meteen dat dit geen gewone film zal worden. Ik hou van films die je als toeschouwer activeren.”

Wat zijn de hoofdpersonen voor mannen? Vormen ze een portret van u? Of van uw generatie?

„All of the above. Ik wilde een portret van een toestand maken, niet van een ontwikkeling. Je zou kunnen zeggen dat de verhalen allemaal over dezelfde man gaan, een dertiger die de stap naar volwassenheid nog moet maken, maar vanuit verschillende hoeken geportretteerd. In mijn vriendenkring zie ik ook veel zoekende mannen. Misschien heb ik de film ook wel namens mijn vrienden geschreven. Ik vind het lastig om te duiden hoe de film zich tot mijzelf verhoudt. De verhalen zijn overdrijvingen van neigingen die ik bij mezelf bespeur.”

Waarom is het zo moeilijk om dertig te zijn?

„Ik weet niet of het met de huidige generatie samenhangt, of met iets algemenens dat bij de ontgoocheling van het volwassen worden hoort. Je raakt toch illusies kwijt. Je wordt geboren, krijgt van je ouders een thuis, een identiteit, want je bent hun zoon, of dochter. En dat geeft je recht op liefde, geborgenheid en veiligheid. En dan word je ouder en moet je weg uit die bubbel. Maar waarheen? Dan moet je je eigen identiteit en bestaansrecht bevechten. Dan ga je de absurditeit van alles zien.”

Heette dat niet ooit pubergedrag? Is die levensfase verschoven?

„Karel, een van de personages in de de film, zien we in korte hoofdstukjes ‘Kindertijd’, ‘Adolescentie’, maar dan komt er geen ‘Manhood’, want dan wordt hij opgepikt door aliens. Maar ik vind het moeilijk om er echt iets algemeens over te zeggen. Als het over dertigers gaat, dan worden we vaak allemaal op een hoop gegooid als een vervelende, verwende narcistische generatie. Er wordt vaak een beetje neerbuigend over gedaan. Misschien moet ik er over een jaar of vijf nog eens op terug komen.

„Voor de huidige generatie dertigers kan de hoeveelheid keuzes verlammend werken. Maar ik vind het lastig om dat heel direct aan mijn film te verbinden, omdat ik er niet zo bewust mee bezig ben geweest. Ik heb meer geprobeerd een vogelperspectief te kiezen, om de absurditeit van alle regeltjes en gedragscodes van dit moment zichtbaar te maken. Ook door met mijn shots letterlijk de lucht in te gaan. Ik trek het huidige systeem in twijfel. Misschien is het daarom onbewust toch een geëngageerde film geworden.”