‘Ik wil jeugdig klinken, niet als een vrouw’

Philippe Jaroussky

Zingen blijft een strijd tegen angsten, erkent de Franse countertenor Philippe Jaroussky. Zijn stem is nog altijd meer engelachtig dan gespierd, vertelt hij.

Foto Simon Fowler

Op een Parijse avond bezocht een achttienjarige, met zichzelf worstelende, violist een recital van de sopranist Fabrice di Falco, die de jongen meenam naar de vervlogen wereld van de castraat Farinelli. Gehypnotiseerd luisterde Philippe Jaroussky in de kerk naar een klank die zijn oren nog nooit hadden gehoord, maar die hij wel meende te kennen. En na het wegsterven van de laatste noot besloot hij de stem als zijn nieuwe instrument te kiezen.

Leerproces

„Gedurende de aria’s had ik in mijn verbeelding mezelf op De Falco’s plek zien staan”, zegt Jaroussky. „Als violist vond iedereen me een goed musicus, maar met te langzame vingers. In het zingen gaat het zelden om snelheid, daarin draait alles om de uitdrukkingskracht van het lichaam.”

Jaroussky ging te rade bij Nicole Fallien, de zanglerares van De Falco. „Je hebt een mooie stem, maar licht”, was haar analyse. „Ik betwijfel of je een goede countertenor kunt worden.” Hij liet zich niet ontmoedigen. „Geloof me: ik kan het, was mijn antwoord. Ik weet hoe mijn stem in de toekomst zal klinken.”

Dat beeld had hij nodig, weet Jaroussky nu. „Tussen die eerste les en het podium zat een leerproces van zo’n tien jaar.”

Die openbaring in de Parijse kerk ligt alweer twee decennia achter hem - jaren waarin Jaroussky als countertenor gestadig naar de wereldtop klom. Zijn stem is nog altijd meer engelachtig dan gespierd, erkent de Fransman. „Een groot geluid is een gift van de natuur. Ik moet dat anders oplossen: door te zorgen dat de tonen, niet gehinderd door angst of spanningen, het lichaam verlaten. Dan kan ik de noten laten zweven tot de achterwanden van de zaal. In het begin was er altijd de onzekerheid dat mijn stem te weinig bereik zou hebben. Maar je moet aanvaarden dat musiceren deels een strijd tegen angsten blijft.”

De tekst gaat verder na de video

Hij moest zijn lichaam leren doorgronden. „Een beginner wil zijn stem vooral buiten zichzelf projecteren op de rijen achterin. Maar wie een noot de zaal ingooit, komt niet ver. Het geheim is dat de muziek juist eerst in jezelf moet klinken. Het lijf lijkt op de klankkast van de viool of de cello: het geluid komt diep van binnen.”

Lichamelijke sensaties

Toch bestaat er een wezenlijk verschil tussen de violist en de countertenor, ervoer Jaroussky. „Mijn stem kan gevoelens in de noten directer uitdrukken”, zegt hij. „Aan de andere kant moet een zanger vreemde lichamelijke sensaties kunnen ondergaan. Mijn energie verandert als ik zing. Ik adem dieper, er komt meer zuurstof in de hersenen, en mijn eigen stem weerklinkt in mijn hoofd. In de jazz is daar een treffende uitdrukking voor: getting high on a note. Vaak is het moeilijk om na concerten naar jezelf af te dalen en opnieuw onder de mensen te komen.”

Als ik zing word ik, zoals ze in de jazzwereld zeggen, ‘high on a note’

In het Concertgebouw zingt Jaroussky woensdag cantates van Bach en Telemann. Tragisch verdriet in de opera en de bezonken meditaties in geestelijke muziek passen bij hem. „Ik heb geen hysterisch karakter”, glimlacht hij. Zijn spreekstem is diep en rustig, met soms een vragende uitschieter naar boven. „Dat typeert me. Ik herken de band tussen spraak en zang in anderen. Zo werk ik graag met de Italiaanse mezzo Cecilia Bartoli. Als zij praat, hoor je al de kenmerkende coloraturen uit haar zingen.”

Hoewel ze vaak in hetzelfde repertoire te horen zijn, ziet Jaroussky mezzo’s en countertenoren niet als vruchten van dezelfde boom. „Wij proberen niet te klinken als vrouwen. Meer dan naar hoge noten streeft de countertenor naar eeuwige jeugd. Ik nader de veertig, maar mijn stem blijft jongensachtig. Zangers als Scholl, Cencic en ik willen het kind-zijn bewaren. De stem weerspiegelt onze weigering om op te groeien, met onze zang proberen we aan de zwaartekracht van het leven te ontsnappen.”