Ik rijd een week lang alleen maar hard

Met de langverwachte Alfa Giulia schitteren de Italianen nog één keer tegendraads, schrijft

De Alfa Giulia is gemaakt door een dream team van begenadigde techneuten en designers. Foto Peter de Krom

Het is een Alfa en dus moet ik de emoties voelen van het brand dna, dat volgens de makers helemaal terug is. Ik zie waar het zit en ik voel wat het wil, mijn ziel en zaligheid. De retro-hints verwijzen stralend naar het roemrijke verleden. Het driespaaks sportstuur – check. De in twee reuzenpeniskokers afgezonken snelheidsmeter en toerenteller – check. De startknop op het stuur zal het sport-gen voorstellen. De krapte rond de laag geplaatste bestuurdersstoel triggert gewiekst de erotiserende versmelting met de cockpit.

De Giulia heeft de typisch Italiaanse onhebbelijkheden waar Alfisten dankbaar onder lijden. De pedalen zijn verzonken in een nis die mijn met 44 relatief bescheiden schoenmaat hindert. Hij is gemaakt voor kleine, boze mannetjes. Anderzijds kan ik het ook in diepte verstelbare stuur praktisch op schoot trekken, vuistregel één voor harde actie. Tweede bron van geluk is de mechanisch zwaar schakelende zesbak waarvan iedereen roept dat je hem niet moet hebben, omdat de diesel-Giulia met achttraps automaat meer koppel levert. Dat argument is een belediging voor het genot van de fysieke arbeid.

Ik ben alleen bevreesd dat hij te goed is. Zelfs het multimedia-systeem functioneert, al kost het de software enige moeite zich mijn via Bluetooth aangekoppelde telefoon te herinneren. Een echte Italiaan moet kapot zijn. Vooruit, ze hebben er dan ook heel lang aan gewerkt.

Het heeft geloond. God, wat is die auto goed. Het evenwicht tussen gracieuze beweeglijkheid en rotsvaste balans werkt aanstekelijk. Met dat stuur op schoot heb je een telepathisch apparaat dat je met je gedachten kunt besturen. Er zit vechtlust in de Giulia, een ouderwets, als dom machismo weggehoond esprit dat in foutere maar betere tijden kleine, boze Italianen bluffend door het leven sleurde. Ik rijd er een week lang alleen maar hard mee. Zulke klaverbladen- en rotondetijden overtref ik nooit meer. In de door meelopers gedomineerde sector middenklasse sedans is dit een van de leukste witte raven. De viercilinder diesel met 180 pk blijft onder alle omstandigheden nog vrij zuinig ook.

Maar hij is wel heel erg te laat.

Schone schijn

In 2015, toen de veelvuldig uitgestelde Giulia eindelijk dreigde te komen, vond in Italië de statische onthulling van de auto plaats. Statisch betekent: kijken, niet rijden. Fiat/Chrysler-baas Sergio Marchionne beloofde in een vlammende toespraak dat het weer een echte Alfa werd, de eerste in decennia, met eindelijk weer achterwielaandrijving en fantastische rijkwaliteiten. Hij had er een dream team van begenadigde techneuten en designers op gezet, die in totale afzondering het Alfa-dna hadden heruitgevonden. Er waren grote woorden en smachtende muziek, het was Italië. Andrea Bocelli droeg een gedicht over de autoliefde van zijn vader voor en zong de aria Nessun dorma van de Lancia-rijder Puccini. Zonder een meter te hebben gereden keerden wij huiswaarts, verrukt over de show en structureel ontmoedigd door de schone schijn van de beloften.

De lieve heer weet welke prijs het merk voor dat getreuzel zal betalen. Nu hij er is, zijn de met smart wachtende Alfamannen al naar Passats en Audi’s afgedropen, de leasecontracten waren niet van elastiek. Ander dingetje: de aandrijflijnen zijn fossiel. Het wordt diesel of benzine, allebei met 21 procent bijtelling. Tegen de tijd dat Alfa een plugin hybride-versie klaar heeft zijn we allang door een komeet verwoest. De Nederlandse leaserijder zou er door het wegvallen van de fiscale voordelen op stekkerauto’s trouwens niets aan hebben. En waarom zou hij überhaupt het volle pond betalen voor het herboren rijgeluk dat in de file geen kantoorman vlot trekt?

Ik denk dat het Alfa Romeo niets kon schelen. Met Van Speijk-achtige doodsverachting hebben ze daar besloten nog één keer tegendraads te schitteren. De Giulia is helemaal niet gebouwd voor de toekomst, hij komt excuus maken voor de verloren jaren van de voorwielaangedreven nep-Alfa’s die Marchionne met het schaamrood op de kaken afserveerde. Hij is romantisch suïcidale geschiedcorrectie met de grote gevoelens van een Puccini-aria of een smartelijk gedicht over een autofiele vader; kitsch recht uit het hart. Was hij dat tien jaar geleden maar geweest, toen hij nog kon. Nu zal de Giulia perspectiefloos gloriëren op de doodlopende wegen langs de rand van de vulkaan die Alfa zal verzwelgen. Wat was hij mooi, die laatste dans. Daarom zeg ik, Audi-jongelui, in jullie taal: ik zou hem doen. Voor die twee klaverbladen op de hellegang van woon naar werk. En om een tijdperk af te sluiten. Lust in vrede.