Column

Huda’s vijf kinderen

Mijn moeder heeft zeven kleinkinderen, maar op het startscherm van haar telefoon staat een foto van haar Syrische ‘petekind’. Sinds het begin van de vluchtelingencrisis ontfermt mijn moeder zich over meerdere vluchtelingengezinnen die in haar buurt zijn komen wonen. Ze rijdt ze op zaterdag naar de halal-supermarkt in Rotterdam-Zuid, begeleidt ze tijdens doktersbezoeken, geeft ze Nederlandse les en betaalde zelfs de rijlessen voor een van die vluchtelingen. Wij bemoeien ons als familie verder niet zo met haar liefdadigheidsacties, maar zijn natuurlijk hartstikke trots op haar. En mijn eigen schuldgevoel heb ik voorlopig afgekocht door een van ‘haar’ Syrische gezinnen een dagje diergaarde Blijdorp cadeau te doen.

Deze week vroeg ze of ik kon helpen bij het ophalen van een groot Syrisch gezin van Schiphol, in het kader van de gezinshereniging. Die hereniging was moeizaam verlopen, omdat er geen geld was om de vliegtickets voor de achterblijvers te betalen, de echtgenoot en vijf kinderen van de 42-jarige Huda uit Aleppo.

Huda stapte 2 jaar geleden (na een aantal mislukte pogingen van haar man) met haar 2-jarig dochtertje op zo’n gammel bootje naar Griekenland en moest de rest van haar gezin achterlaten in een vluchtelingenkamp in Turkije. Eenmaal in Nederland zou Huda alvast asiel aanvragen en een huis regelen om vervolgens de andere zes gezinsleden over te laten komen. Maar de kosten voor een gezinshereniging (vliegtickets) moeten in Nederland uit eigen zak betaald worden en het spaargeld van de familie was tijdens de langdurige asielprocedure inmiddels opgeraakt.

Mijn moeder informeerde voorzichtig bij haar eigen familie en kennissen, maar niemand – ook ik niet – was bereid de tickets te betalen of voor te schieten. Mijn moeder deed vervolgens een poging bij de Essalam-moskee op Zuid, waar de imam haar vertelde dat zijn moskee momenteel onder het vergrootglas van de gemeente ligt en het financieren van gezinsherenigingen hem daarom in problemen zou kunnen brengen. Mijn (ongelovige) moeder benaderde uiteindelijk de Hervormde Kerk, die wel bereid bleek het bedrag te lenen (gedeeltelijk te schenken zelfs). En zo lukte het alsnog om alle achtergebleven gezinsleden naar Nederland te krijgen, waar we ze afgelopen dinsdagavond op Schiphol, samen met een bloednerveuze Huda en haar inmiddels 4-jarig dochtertje, opwachtten.

Het moment – het leek een eeuwigheid te duren – waarop Huda’s vijf kinderen door de deur van de aankomsthal kwamen, was natuurlijk hartverscheurend. Er werd gehuild en door de hele hal klonk het geluid van de zagratha, dat typische gejoel met hun tongen. „Oele-oele-oele-oele!!”.

Vanaf een afstandje keken mijn moeder en ik toe en zagen hoe Huda’s 6-jarige zoontje zijn armen om de benen van zijn moeder sloeg, om haar vervolgens niet meer los te laten. „Ik ga niet huilen hoor”, zei mijn moeder zachtjes. „Tuurlijk niet mam”, zei ik, terwijl ik een arm om haar schouder legde, „je kan wel bezig blijven”.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.