Opinie

    • Piet van Reenen

Het strafrecht gaat ten onder aan goed bedoelde regelzucht

De bestrijding van georganiseerde criminaliteit is na de IRT affaire aan banden gelegd. Zorgvuldigheid en transparantie waren daarbij sleutelbegrippen. Effectiviteit en efficiency waren dat niet. In de Politiecolumn bepleit Piet van Reenen een nieuwe balans.

Iets meer dan twintig jaar geleden presenteerde  de Commissie Van Traa haar rapport over de IRT affaire. Het interregionaal rechercheteam Noordholland/Utrecht gebruikte destijds nieuwe opsporingmethoden om de toen net ontdekte georganiseerde criminaliteit aan te pakken. Die methoden, ze waren geheim,  raakten betwist en leidden tot ruzie tussen politieteams en politiechefs. Nordholt en Wiarda (foto), de hoofdcommissarissen van Amsterdam en Utrecht rolden vechtend over straat.

De aanbevelingen van  Van Traa’s parlementaire enquêtecommissie  behoorden tot de categorie  die we tegenwoordig “risico regelreflex” noemen. Het gebruik van burgerinfiltranten werd verboden en er kwam wetgeving voor alle bijzondere opsporingmethoden. De procedures voor het gebruik ervan werden uitgeschreven en transparantie naar de rechterlijke macht werd uitgangspunt. Alles werd opgeschreven, de inzet en de verlenging van  elke methode werd schriftelijk aangevraagd, van documentatie voorzien en getoetst. Het ging allemaal mee naar de zitting. Recherchewerk werd meer en meer  papierproductie en de dossiers werden vele malen dikker.  Daarnaast werd het gezag over de opsporing veranderd: meer gebonden aan toestemming van het O.M. en rechters- commissarissen. Het  O.M. ging veel  sterker leiding geven aan de opsporing. Formalisering dus.

Traagheid, risicomijding, formalisering

Er hebben zich geen nieuwe IRT affaires voorgedaan, wel rechterlijke dwalingen. De zorgvuldigheid van de opsporing is vergroot, de transparantie ook en de sturing en de verantwoording van het handelen is veranderd. Maar Vrouwe Justitia hield met alle goede wil en ook na iedere set maatregelen toch een blinddoek voor. En de kosten zijn hoog:  traagheid, dossiergeoriënteerdheid, risicomijding  en formalisering. Veel meer tijd dan vroeger wordt gestoken in administratie, in overleg, weging en besluitvorming, veel minder tijd blijft over voor recherchewerk.  “Waarom worden  wij nog steeds gestraft voor een fout die twintig jaar geleden gemaakt is” verzuchten recherchechefs. ‘Officieren van justitie lopen van overleg naar stuurploeg” verzucht op  zijn beurt een oud HovJ.’ Maar voor zaken hebben ze veel minder tijd ”.

 

Dan komt het boek “Judas” uit,  van Sonja Holleeder. Je kunt het lezen als een boeiende terugblik op de ontwikkeling van een bekende Nederlander. Dat zijn zus het verhaal vertelt, vergroot het drama. Een kaskraker. Als je het legt naast boeken als Jan Meeus  boek “Verraad” over Holleeder en breder naast  de dreigingsbeelden van de Nationale recherche, maakt  het literaire commentaar ineens plaats voor ongerustheid.

Hoe is het mogelijk vraag je je dan af, dat het zolang heeft geduurd voordat Holleeder als verdachte van moord kon worden  aangemerkt?  Hoe kan het dat de georganiseerde criminaliteit steeds omvangrijk blijft  en niet  beheersbaar lijkt? Onaantastbaarheid doemt op. De recente studie van Tromp en Tops over de misdaadcultuur in Noord Brabant vergroot de urgentie van het antwoord op deze vragen: de macht van de drugsbonzen bedreigt de bovenwereld: geld voor omkoping in overvloed, bedreiging en intimidatie  aan de orde van de dag. Groter nog dan zichtbaar is. Schaamte en angst vertekenen het beeld. Angst sluipt de kamers van de bestuurders binnen en de politie heeft doorgaans onvoldoende menskracht om  geloofwaardige bescherming te bieden.

(Tekst gaat onder de video verder)

Officier van Justitie Bos verbreedt de vraagstelling nog. Ze  betrekt de mogelijkheid om een zaak voor te leggen aan het Europese Mensenrechtenhof  bij haar analyse van de moeizame vervolgingspraktijk en de mogelijke uitputtingsstrategieën van  de verdediging. Niet alleen de na Van Traa sterk gezwollen papierstroom, maar ook de mogelijkheid om daarna de zaak nog eens voor te leggen aan het Europese Hof vertragen en compliceren de rechtsgang. De verzuchting van Bos is opvallend: binnen het O.M. hecht men aan een zorgvuldige rechtsgang en dat geeft de de opmerking van Bos extra gewicht,  een noodkreet, contre coeur geuit.

Het siert leden van de rechterlijke macht dat zij reageerden op de verzuchting van Bos, maar het antwoord is ook wel heel voorspelbaar: de oplossing voor de vertraging en de overbelasting van het opsporingsapparaat kan nooit liggen in de beperking van de rechten van de mens. “daarvoor zijn die rechten simpelweg van te groot belang”.

Iedereen zal dat beamen, maar om daarmee ook de vraag naar de effectiviteit van de opsporing die na Van Traa niet meer gesteld mocht worden  te af te doen met de suggestie van het opknippen van gecompliceerde zaken is  te eenvoudig. Het strafrecht, zo lees  ik de analyse van Tromp en Tops  en de op ervaring gebaseerde weergave vanuit het O.M, lijkt als methode om georganiseerde en kapitaalkrachtige  misdaadgroepen op te sporen en tot berechting te brengen ten onder te gaan aan de gevolgen van  goed bedoelde regelzucht.

Soebatten en vergeefs lobbyen

Burgemeesters en lokale overheden, moe van het soebatten bij de minister van  V &J en het vergeefs lobbyen bij  volksvertegenwoordigers, zoeken naar andere wegen om effectiviteit terug te brengen in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit. En het zijn, niet verwonderlijk wegen waarbinnen ze minder of in het geheel niet  gehinderd worden door het keurslijf van het strafrecht.

Actie, zoals Tromp en Tops roepen,  lijkt inderdaad hoognodig. Zij wijzen naar de komende kabinetsformatie om spijkers met koppen te slaan.  Het zou echter goed zijn om nog wat beter te kijken naar de aard van het probleem. Twintig jaar na de commissie Van Traa, twintig jaar na de collectieve verontwaardiging, twintig jaar nadat de  zorgvuldigheid en de transparantie van de opsporing centraal is komen staan en die naar de effectiviteit irrelevant werd, wordt het tijd om die andere vraag alsnog te stellen: wat is er nodig om georganiseerde criminaliteit die inmiddels een vaste plaats heeft verworven in onze samenleving effectief en efficiënt te bestrijden. Het zou slecht zijn om daarbij de eisen van zorgvuldigheid rechtszekerheid te negeren. Dat zou een  herhaling zijn van de eenzijdigheid  Van Traa, maar dan in omgekeerde richting.

De Politiecolumn wordt wekelijks geschreven door deskundigen uit de wereld van politie en wetenschap. Piet van Reenen was politieman, onderzoeker, directeur van de Politieacademie en hoogleraar Politie en Mensenrechten.

 

    • Piet van Reenen