Opinie

    • Hubert Smeets

Geopolitieke onderaannemers fantaseren alvast over Jalta 2.0

Het zijn niet alleen Russofielen, anti-Amerikanisten of EU-sceptici die denken aan een Jalta 2.0, schrijft Hubert Smeets.

Nu Trump een ‘deal’ met Poetin wil, stromen de salons weer vol met geopolitieke onderaannemers.

Hun codewoord is ‘Jalta’, naar de badplaats op de Krim waar Churchill, Roosevelt en Stalin 71 jaar en 50 weken geleden Europa’s naoorlogse kaart tekenden. Poetin hunkert naar herhaling. Jalta (1945) en het Weense Congres (1815) zijn dé hoogtepunten uit de diplomatieke geschiedenis.

Het zijn niet alleen Russofielen, anti-Amerikanisten of EU-sceptici die denken aan een Jalta 2.0. Zonder die plaats te noemen deed ook Beatrice de Graaf dat zaterdag in NRC. Nadat ze eerst had betoogd dat Rusland een chaos scheppende en dus gevaarlijke macht is, concludeerde De Graaf tot slot onverhoeds: we moeten „diplomatieke ‘theaters’ bedenken” waar we Poetin zijn „invloedssfeer onder strikte condities” gunnen. Op de Krim bijvoorbeeld.

Zo’n concessie kan zeker het einde inluiden van de Europees-Russische crisis. Ware het niet dat je in één land niet moet aankomen met ‘strikte condities’. Als Oekraïne zich al zou neerleggen bij het verlies van de Krim is de tegeneis: volstrekte binnen- en buitenlandse soevereiniteit. Dus geen ‘neutrale bufferstatus’, zoals de geopolitici voor ogen hebben om aan Moskou tegemoet te komen. Doen de 45 miljoen ‘kuiven’ (de Russische bijnaam voor Oekraïeners) er na een Jalta nog toe? Moeten die zich niet voegen, zoals de Belgen na het Weense Congres? Een rekensom als antwoord.

Tussen Lviv en Loegansk wonen 25 miljoen burgers in de weerbare leeftijd tussen 15 en 55 jaar. Hoe die geopolitiek denken, is globaal bekend. Sinds de Russische interventies op de Krim en in de Donbas is het verlangen weer onder de paraplu van Moskou te schuilen drastisch afgenomen. Verkiezingen zijn steeds uitgedraaid op nederlagen voor het Kremlin. En bij een referendum over toetreding tot de Tolunie, Ruslands tegenhanger van de EU, zou 16 procent vóór stemmen, peilde onderzoeksbureau KIIS vorig jaar. Toen Janoekovitsj eind 2013 plots de EU de rug toekeerde – de vonk voor de ‘Maidan’ – was nog 37 procent voor Moskou.

Voor echt geharnaste tegenstand zijn de cijfers van het KIIS vergelijkbaar: 57 procent is tegen de Tolunie. Een kwart vindt niets. Afgaande op deze cijfers lopen in Oekraïne bijna 15 miljoen weerbare volwassenen rond die niks zien in herstel van Russische invloedssfeer.

Zeker, Oekraïne wordt niet bevolkt door Kaukasische heethoofden. Maar de kans dat het ‘grensland’ in zijn schulp kruipt, zoals vaak gebeurde sinds tsaar Alexander II in 1876 de Oekraïense cultuur per decreet wilde liquideren, is wel kleiner geworden. Geen eigen president heeft afgelopen 25 jaar zoveel consensus in Oekraïne weten af te dwingen als Poetin.

Wat kunnen die 15 miljoen weerbare mensen? Van alles. De wapens opnemen tegen vreemde uniformen die een Trump-Poetin-deal komen implementeren. DDoS-aanvallen uitvoeren in binnen- en buitenland. De benen nemen naar Europa, waar ze goede ICT’ers kunnen gebruiken. Hun land omtoveren tot een failed state, een groot smokkelnest dat geld verdient aan Oost én West. Wachten op de wraak, die altijd een keer komt.

Kortom, indachtig de vraag die Stalin stelde over de paus van Rome: hoeveel divisies hebben de salons der geopolitici eigenlijk ter beschikking om Oekraïne te pacificeren?

Oost-Europa-expert Hubert Smeets schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.
    • Hubert Smeets