Recensie

Een puber die tegelijk haar mond en ziel opentrekt

Elke week bespreekt NRC op de site een nieuw jeugdboek. Vandaag: Erna Sassen heeft een heel bijzonder puberboek geschreven.

Alle ongelukkige pubers lijken op elkaar, maar de ongelukkige pubers van Erna Sassen zijn gelijkvormig op geheel eigen wijze. Buiig, heftig zelfbewust en gemakkelijk uit balans te brengen, maar niet dom – dat vangt de 16-jarige Tessel meteen aan het begin in haar eigen dichtregels: ‘Ik denk dat ik mij morgen maar eens van Kant ga maken/ als Het Weer een beetje meezit’, om na enkele hilarische zelfmoordoverwegingen (‘hangt een beetje van mijn humeur af’) te eindigen met het kleinkunstige couplet:

‘Ik kan natuurlijk ook
eerst
een boek van Kant
gaan lezen
misschien doe ik dat’.

Je zou willen dat iedere puber die zich weleens zwaarmoedig voelt dat óók zo kon verwoorden, dat zou helpen, dat zou troostrijk zijn.

Rauw en ongepolijst

Niet dat Er is geen vorm waarin ik pas een dichtbundel is, al maken Tessels expressieve gedichten er een belangrijk deel van uit. Het verhaal van Tessel is gevat in een roman, maar die is, de titel indachtig, zo hybride en eclectisch als er maar heel zelden een jeugdboek verschijnt. Liedjes, notities, to-dolijstjes, mailtjes, dagboekaantekeningen.

En dan rauw en ongepolijst – het boek begint alsof Tessel tegelijk haar mond en haar ziel opentrekt, ongericht begint te praten. Dat doet ze in puberale typografie, met hoofdletters, korte alinea’s, uitroeptekens, regelafbrekingen. En dat is zó goed getroffen dat je geregeld vergeet dat een volwassen schrijfster dit heeft zitten opschrijven – al schuilt er ook groot vernuft onder, want haar zinnen stromen en boeien, maken het een pageturner. Het taalgevoel van Erna Sassen (1961) is bijna verbijsterend, en het verhaal is allesbehalve ongericht, maar voelt toch losjes aan.

Misbruikt door een docent

Daarin doet het denken aan Sassens eerdere, zeer indrukwekkende jeugdroman Dit is geen dagboek (2010), het relaas van een jongen die depressief is nadat hij zijn moeder aan zelfmoord verloor. Dat werd gevolgd door Kom niet dichterbij (2014), over een meisje dat misbruikt wordt door een docent. Er is geen vorm waarin ik pas voelt als een culminatie van haar oeuvre: in de nabije vorm doet het denken aan Dit is geen dagboek, in de thematiek aan Kom niet dichterbij.

Want al draait ze er een beetje omheen: Tessel heeft een verdriet te verwerken. Ze kampt met de prestatiedrift van een gymnasiast en het perfectionisme van iemand die ten diepste onzeker is – en dat is allemaal terug te voeren op haar geschiedenis met ‘P’, een leraar van tien jaar ouder, die dingen met haar ging doen waar zijn zwangere vriendin geen zin in had. Het onderbouwtoneel organiseren, naar het theater gaan, naar het strand. Enzovoorts.

Obsessief verliefd

Niet onschuldig, al zag Tessel er op het moment geen kwaad in. Voor wat dat uiteindelijk met haar deed, moet ze een vorm vinden. Dat doet ze op geheel universeel-puberale, energieke wijze, door obsessief verliefd te worden, zichzelf te verliezen en te lijden, een naïeve wraakactie te organiseren en te ontdekken dat dat niet werkt omdat gevoelens veel ingewikkelder in elkaar zitten. Maar Sassen laat het haar óók op geheel eigen wijze doen: door haar eigenheid te ontwikkelen, zoals in die liedjes.

Het is een troostrijk verhaal dat veel pubers aangaat, gevat in een vorm die voor pubers vertrouwd aanvoelt, maar ook zo is ingevuld als geen ander dat kan – Erna Sassen heeft iets héél moois gemaakt.