Discussies over band A’dam met Tel Aviv blijven oplaaien

Tel Aviv

Een jaar geleden was er al controverse rond de samenwerking die Amsterdam aanging met Tel Aviv. De afgelopen weken laaide de discussie weer op.

Badplaats Tel Aviv in Israël, waar Amsterdam ruim een jaar geleden een samenwerkingsverband mee startte. Foto Getty Images/iStockphoto

Welke Amsterdammer zou weten dat zijn stad een stedenband heeft met Sisli, een districtgemeente van Istanbul? Vermoedelijk is het aantal op een hand te tellen. Over veel van de samenwerkingsovereenkomsten hoor je als gemiddelde bewoner maar weinig. Ook niet als het om die met grotere steden gaat, zoals Casablanca en Athene.

Toch is er ééntje die sinds 2015 terugkeert in de publiciteit, en dat is die met Tel Aviv. De nieuwste verontwaardiging die bij sommigen is ontstaan draait om een formulering die burgemeester Van der Laan gebruikte in het voortgangsbericht over de samenwerking van 1 november. Daarin stond te lezen dat er „naar alle waarschijnlijkheid” geen Amsterdams geld indirect vloeit naar de bouw van nederzettingen of naar het Israëlische leger – uitsluitsel kon hij niet geven, tot irritatie van sommige linkse partijen.

Daarmee laaide de controverse van een jaar geleden over het instellen van de samenwerking weer op. Toen vonden er voor het stadhuis demonstraties plaats en verscheen er een spervuur aan opiniestukken over de kwestie. De raad ging uiteindelijk, behalve de SP, akkoord. Maar op initiatief van enkele linkse partijen met voorwaarden, in de vorm van moties: absoluut géén geld indirect naar nederzettingen of het leger, óók een partnerschap met Ramallah, en géén stedenband maar een ‘samenwerking’.

Dat die eerste voorwaarde niet honderd procent te garanderen is, bleek tijdens de commissie Algemene Zaken op 12 januari reden voor de PvdD om de samenwerking niet meer te steunen – tot teleurstelling van de burgemeester. Maar andere, kritische partijen trokken hun steun niet prompt terug, toonden begrip voor de moeilijke opgave van B&W en voerden een opvallend nuchter debat.

Van der Laan prees de respectvolle discussie, die toch niet over het minste onderwerp ging. „Ik vind dat we dit goed doen”, leek hij met trots te zeggen, ondanks dat D66, GroenLinks en PvdA wel graag uitleg van hem wilden over hoe hij zoveel mogelijk zijn best ging doen om de geldstromen te controleren. Vooral Rutger Groot Wassink (GroenLinks), liet merken dat zijn steun niet gratis was.

Dat Van der Laan zo te spreken was over de vergadering lijkt niet per se vreemd. In de weken ervoor liepen de emoties op opiniepagina’s soms flink op. Van der Laan liet zich ontvallen op zijn zachtst gezegd niet blij te zijn met „sommige publicaties van buitenaf”. Dat was een duidelijke referentie naar een opiniestuk van Jaap Hamburger, de voorzitter van Een Ander Joods Geluid. Die had in Het Parool gesteld dat de burgemeester de voorwaarden voor de samenwerking probeert „op te rekken”. Hamburger nadien tegen NRC: „Volgens mij is dat precies wat er hier speelt. Op deze manier werken de moties niet controlerend, terwijl er wel uitgebreide samenwerking is.”

Van andere zijde stuurde de stichting WAAR, die tegen eenzijdige berichtgeving over Israël strijdt, een brief naar de gemeenteraad. Zij vroeg de raadsleden juist niet te vallen voor „onverzettelijke anti-stemmers die nooit iets positiefs doen”. Ze noemden Tel Aviv juist bij uitstek multicultureel en tolerant. Een andere Parool-lezer schreef dat tegenstanders „selectief” kijken en van alles verdraaien, want: „De nederzettingen zijn niet illegaal.”

Daarmee vergeleken was de discussie in de commissievergadering een groot verschil. De burgemeester probeerde in het debat Groot Wassink in een rechtstreekse dialoog gerust te stellen over toekomstige projecten in Tel Aviv. „Als bij een bepaalde samenwerking het licht niet helemaal groen is, dan staat het op rood. We kennen de kleur oranje niet.” Er zou alles aan gedaan worden om te checken waar geld precies heen gaat.

Groot Wassink kon in het debat niet meteen zeggen of hij met de uitleg tevreden was. Vanwege de gevoeligheid van het onderwerp wilde hij het graag met zijn fractie bespreken. Met Van der Laan besloot hij het monitoren van de samenwerking voort te zetten ná de reis naar Ramallah en Tel Aviv die de raad binnenkort zal maken. Van der Laan: „Dan kunnen we een nóg betere discussie voeren.”