Kolencentrales? De Kamer moet het zelf maar uitzoeken

Kolencentrales

Het is minister Kamp niet gelukt om met een helder standpunt te komen over de kolencentrales. Toch zal er iets moeten gebeuren.

Foto Chris Keulen

Het was te verwachten, en toch is de verbijstering groot: er komt geen helder kabinetsbesluit over de sluiting van de resterende kolencentrales in Nederland.

Minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) is er niet uitgekomen met de betrokken partijen. In zijn brief van donderdagmiddag aan de Tweede Kamer relativeert hij dat enigszins met de constatering dat hij met het Energieakkoord op de goede weg is om de uitstoot van CO2 terug te dringen. „Alle partijen zijn het erover eens dat de doelen van het Energieakkoord binnen handbereik zijn”, schrijft de minister. Hij concludeert dat daarmee ook aan de eis van de rechter in het Urgenda-vonnis om de uitstoot van CO2 in 2020 met 25 procent terug te brengen, in vergelijking met 1990, wordt voldaan.

Maar in de afgemeten brief van anderhalf kantje is de frustratie voelbaar. In de bijlages zitten niet alleen de resultaten van het onderzoek naar de gevolgen van mogelijke sluiting van de kolencentrales, maar ook de individuele conclusie van de partijen die om de tafel hebben gezeten. In die zogeheten adviesgroep zaten werkgeversorganisatie VNO-NCW, vakbond FNV, milieu-organisaties, energiekoepels, provincies en het Rotterdamse Havenbedrijf. Deels dezelfde partijen die het Energieakkoord in 2013 tot stand brachten. Maar de geest van 2013 was er zo kort voor de verkiezingen niet meer. De Kamer mag het nu zelf uitzoeken.

De milieu-organisaties reageerden furieus op het uitblijven van een besluit. „Minister Kamp en staatssecretaris Dijksma gaan met dit besluit volkomen voorbij aan het Urgenda-vonnis, de klimaatafspraken van Parijs en het brede politieke én maatschappelijke draagvlak voor het sluiten van deze CO2-kanonnen”, reageerde een woordvoerder van Greenpeace. De milieuorganisatie vraagt de Tweede Kamer in te grijpen omdat een meerderheid van de huidige Kamer voor sluiting is.

Natuur & Milieu sprak van een zwarte dag voor het klimaat: „Onbegrijpelijk en een gemiste kans dat de minister niet in één klap 11 procent van de totale CO2-uitstoot wil besparen. Deze reductie is keihard nodig om klimaatverandering tegen te gaan.”

Het onderzoek

In het rapport van Frontier Economics dat de minister heeft laten opstellen, worden drie verschillende scenario’s onderzocht. Het eerste zoekt naar een antwoord op de vraag wat je kunt bereiken als je de kolencentrales openlaat, maar wel dwingt om de uitstoot te beperken. Bijvoorbeeld door biomassa bij te stoken en door CO2 die bij de productie vrijkomt, op te vangen en op te slaan in lege gasvelden (CCS).

Het tweede scenario heeft de mogelijke opbrengst onderzocht van een gezamenlijke aanpak van het uitstootprobleem door Nederland, Duitsland, Frankrijk, België, Luxemburg, Oostenrijk en Zwitserland. Als iedereen het probleem op dezelfde manier aanpakt, is impact groter, is de vooronderstelling.

Het laatste scenario kijkt naar de gevolgen van een sluiting op korte termijn van alle resterende kolencentrales in Nederland, inclusief de drie nieuwste centrales die recent in bedrijf zijn genomen.

Gekeken wordt onder andere naar wat de verschillende scenario’s kosten, naar de vraag wat het directe gevolg is voor de uitstoot in Nederland en naar de vraag wat de uitstootbeperking in Nederland voor consequenties heeft voor de uitstoot in andere landen. Bijvoorbeeld of het sluiten van kolencentrales in Nederland niet leidt tot meer import van elektriciteit uit andere landen, waar de stroom wordt opgewekt door oudere kolencentrales die veel meer CO2 uitstoten dan de moderne centrales in Nederland. Het ‘weglekeffect’.

Het rapport van Frontier Economics telt bijna 150 pagina’s en spreekt een lichte voorkeur uit voor het voorlopig openhouden van de centrales, maar wel met strikte uitstootregels. Bijvoorbeeld door een CO2-norm op te leggen, een minimumprijs per ton uitgestoten CO2, liefst niet alleen in Nederland, maar ook in de omliggende landen.

Weliswaar bereik je dan – zelfs met meer bijstook van biomassa én opvang van CO2 – minder reductie dan met de directe sluiting van de centrales, je minimaliseert wel het risico dat de uitstoot in andere landen daardoor toeneemt.

Wat zou het kosten?

Ook wat kosten betreft is de invoering van een minimumprijs het meest effectief, aldus het rapport. In dat geval betaalt de vervuiler immers, ofwel de producent. Maar ook de consument zou een forse stijging van de stroomprijs tegemoet zien: 10 procent, of 8,5 miljard euro tot 2049.

De totale sluiting van de centrales per 2020 zal 7 miljard kosten. Daarvan komt de helft eveneens voor rekening van de consument, de andere voor de industrie.

Over de leveringszekerheid, de zekerheid dat er altijd voldoende stroom is om de industrie en de huishoudens te laten draaien, maken de onderzoekers zich geen zorgen. Er zijn voldoende gascentrales om het aanbod van de gesloten kolencentrales te compenseren.

En dan is er de werkgelegenheid. Op dit moment werken er ongeveer 1.000 mensen in de vijf kolencentrales. Die zullen hun banen verliezen als de centrales dichtgaan. Maar er ontstaan nieuwe arbeidsplaatsen door nieuwe productie van groene energie, denk aan windmolens en zonnepanelen. Niet iedereen zal in de nieuwe industrie aan de slag kunnen, schrijft het rapport, maar wel de meesten.

Rapport Frontier Economics by Billy Gentry on Scribd

De grote vraag is of het rapport nu in de prullenbak verdwijnt of dat het straks bij de formatie opnieuw op tafel komt. En welke afspraken er dan wel gemaakt kunnen worden over de kolencentrales.

Zeker is dat er een enorme inspanning moet worden gepleegd om Nederland in 2050 min of meer CO2-neutraal te maken, zoals afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs. Zeker is ook dat daar grote bedragen mee zijn gemoeid. CO2-opslag in lege gasvelden is onontkoombaar, maar zo duur dat niemand er nog aan durft.