Interview

Niet langer die nonchalante Franse jongen

Sebastien Haller

Thuis in Frankrijk vonden ze hem nonchalant. Bij FC Utrecht wordt de Franse spits juist geprezen. „Ik voel meer erkenning.”

Foto Lars van den Brink

Vanaf de parkeerplaats van sportcomplex Zoudenbalch wordt op het pad tussen de trainingsvelden een stipje steeds groter. De contouren van een flink ingepakte, fors gebouwde man tekenen zich met de stap helderder af. Onder de muts herken je Sébastien Haller (22), al een tijd lang de onbetwiste spits van FC Utrecht.

Als zoon van een Franse vader en een Ivoriaanse moeder groeide Haller op in Vigneux-sur-Seine, een voorstad ten zuiden van Parijs. Hij komt uit een samengesteld gezin met drie halfzussen en twee halfbroers. „Sommige wit, anderen zwart.” Hij lacht erom. „In onze wijk vond je de meest uiteenlopende kleuren en culturen. Door mijn eigen dubbele achtergrond keek ik niet naar kleur. In Frankrijk ben je eerder Ivoriaan. Hier in Nederland ben ik dan weer Frans. Het toont de relativiteit van afkomst en culturen.”

Al snel worden Parijse voorsteden geassocieerd met probleemwijken. Zogenaamde quartiers chauds, de banlieus. Haller relativeert dat: „Ach, in elke wijk heb je problemen. Mijn twaalf jaar oudere broer hield me bewust weg van alles. Hij had genoeg meegemaakt en kende de valkuilen. Hij behoedde me voor het begaan van stommiteiten. Gelukkig hield ik me vooral bezig met me amuseren en voetballen. Luxe kenden we niet, maar we kwamen niets tekort. Ik beleefde een zorgeloze jeugd.”

Met zijn vrouw Priscilla verwacht hij over een maand een dochtertje. Hallers ogen fonkelen. „Het is nu al ma petite princesse. Ik wacht vol ongeduld en spanning af. Of ik er klaar voor ben? Voor zoiets kan je nooit echt klaar zijn.”

Te nonchalant

Teamgenoten schetsen een beeld van een minzame, kalme en respectvolle jongen. Zijn nieuwe ploeggenoot Zakaria Labyad zit nog maar net bij Utrecht, maar heeft al een bepaald beeld van de Fransman: „Seb is heel rustig, maar tegelijk laat hij ook merken dat-ie er is met een bepaalde lichaamstaal.” Ook coach Erik ten Hag ziet in zijn spits een persoonlijkheid. Iemand met vertrouwen. Het gemak en de verbluffende koelbloedigheid waarmee hij zijn penalty’s binnenramt, gelden als sprekend voorbeeld.

Haller houdt zijn wijsvinger tegen zijn slaap na de vraag wat er is veranderd sinds hij in Utrecht neerstreek. Mentale veerkracht en zelfvertrouwen. „Het zit allemaal in je hoofd. Als je de goeie prestaties opstapelt en je wordt een onbetwiste basisspeler doet dat wat met je vertrouwen. Hier in Utrecht ben ik gerijpt en gegroeid. Mentaal als voetballer, maar ook als mens. Zelfvertrouwen is belangrijk. Zeker in het topvoetbal.”

De beslissing om op jonge leeftijd zijn vaderland te verlaten voor de eredivisie, nu twee jaar geleden, pakte goed uit, hoewel het geen evidente keuze was voor een jonge speler als hij. Haller omschreef het als le grand saut, de grote sprong in het diepe. „Ik wilde mijn kans wagen. Je kan nooit van alles zeker zijn. Maar als ik een beslissing neem, ga ik door tot het einde. Als je de verantwoordelijkheid hebt om knopen door te hakken, moet je de gevolgen aanvaarden.”

Te weinig inspanning

Het is in de academie van AJ Auxerre, één van de betere opleidingscentra van Frankrijk dat Haller zijn voetbalopleiding genoot. Vorig jaar prees het weekblad France Football de club als zesde beste jeugdopleiding. Maar bij de Franse tweedeklasser kon hij zijn stempel niet drukken. „Als achttienjarige werd ik meteen voor de leeuwen gegooid in zo’n fysieke competitie. Bovendien kreeg ik te maken met stevige concurrentie. De ene week speelde ik wel, dan weer niet. Dat gebrek aan continuïteit had invloed op mijn prestaties. Ik miste stabiliteit, onontbeerlijk op jonge leeftijd. Dat schaadde mijn ontwikkeling.”

Bij zijn opleidingsclub botste het met zijn coach. De jonge Haller zou niet genoeg inspanning leveren en nonchalant zijn. Een hemelsbreed verschil met de positieve geluiden die in Utrecht rondzingen. Daar staat hij te boek als hardwerkende teamspeler. „Ik was jong en zat niet op dezelfde golflengte met de coach. Misschien dat ik inderdaad niet hard genoeg werkte, maar ik zat simpelweg niet lekker in mijn vel. Het vertrouwen van de coach ontbrak. Dat had zijn weerslag op mijn prestaties. Nonchalance is iets dat ik gaandeweg uit mijn spel heb gekregen. Het is iets waaraan ik erg heb gewerkt. Ik was niet altijd geconcentreerd, wat afgezonderd. Niet dat ik het niet serieus nam. Ik besefte ook wel dat die opleiding een kans was voor mij.”

De beladen wedstrijd van zondag tegen Ajax doet Haller genoegen. In het verleden toonden de Amsterdammers meermaals interesse in hem. „Het zijn duels die leven binnen de club. Voor de supporters is het één en al emotie en dat voel je. Heerlijk.” Haller springt omzichtig om met zijn antwoorden. Hij is een rationele jongen. Bijna stoïcijns. Juichen? Het liefst ingetogen. Op het koele af. „Ik ben altijd zo geweest: iemand die weinig emoties toont. Ik ben me er bewust van, maar ik kan het niet verklaren. Zeker in het begin werd ik erop aangesproken. Het verbaasde sommigen, maar men is het gewend geraakt.”

Vizier op Les Bleus

In Franse media konden ze niet om de jonge spits heen toen hij in het kalenderjaar 2015 de best scorende Fransman werd na Antoine Griezmann. Wie was hij? In de onder-21-ploeg scoorde hij al even vlot: 13 doelpunten in 20 wedstrijden. In juni wordt Haller 23 en is hij te oud voor dat team. Wil hij Les Bleus, de nationale ploeg, in het vizier houden, dan zou hij een grotere competitie moeten opzoeken. Trainer Ten Hag ziet nog voldoende groeimarge, maar vindt dat Haller nog stappen moet maken. „Dat het een geweldig talent is, ziet iedereen. Maar we weten dat ie nog beter kan.”

De spits beaamt dat. Maar verdient hij die transfer? Haller vindt de vraag verraderlijk. Na een kleine aarzeling: „Ik sterk me in het feit dat ik me volledig gegeven heb voor de club. J’ai jamais triché, ik ben altijd correct geweest. Het nationale team? Er zijn Franse spelers die prominenter in beeld zijn. Maar ik voel wel meer erkenning sinds ik hier ben. Ook mijn prestaties bij de Franse beloften bezorgen mij cachet. Dat kan helpen om hogerop te komen. In het voetbal gaat het snel in beide richtingen. Morgen kun je het maken, maar je kunt net zo snel mislukken en in de vergetelheid raken.”