Bomenziekte Essentaksterfte treft Amsterdamse Bos: zeker 500 bomen moeten worden gekapt

Afgestompte twijgjes zonder knoppen en onregelmatige boomkruinen. Een kenner ziet het meteen: essentaksterfte. Het Amsterdamse Bos heeft de ziekte op dit moment flink te pakken: een groot deel van de essen is al ziek, en veel zijn zelfs al doodgegaan. Slecht nieuws voor het bos: bijna 20 procent van de bomenpopulatie bestaat uit essen.

„Essentaksterfte wordt veroorzaakt door een exotische zwam die is komen overwaaien uit Azië”, vertelt Hinke Kappert, gemeentelijk woordvoerder van het Amsterdamse Bos. „De sporen van de zwam vestigen zich op de takken. Daardoor ontstaat een schimmel waar de boom uiteindelijk dood aan gaat.”

Essentaksterfte werd in Nederland voor het eerst in 2010 geconstateerd, in Utrecht. Sinds 2012 heerst de bomenziekte ook in Amsterdam. „En tot nu toe is er nog geen remedie gevonden”, zegt Kappert. De essen in het Amsterdamse Bos zijn dus in principe ten dode opgeschreven. „Maar we hopen dat een paar essen nog resistent blijken te zijn.”

Nog beperkt

Tussen nu en 1 maart worden in het bos zo’n vijfhonderd essen gekapt die ziek zijn, of al dood. „Vooral langs de wandelpaden en speeltuinen wordt flink gekapt”, zegt Kappert, „omdat daar het gevaar bestaat dat een afgebroken tak of een hele boom terechtkomt op een bezoeker.” De bomen dieper in het bos, op plekken waar bezoekers niet mogen komen, mogen daar gewoon blijven staan. „Als die doodgaan en omvallen kunnen ze nog dienen als huizen voor vogels of insecten”, legt Kappert uit. „Zo dragen ze dus alsnog bij aan het ecosysteem.”

Vooralsnog blijft het kappen van de essen dus nog beperkt tot de vijfhonderd bomen. „Volgende winter zullen we dan kijken of er misschien nog meer bomen zijn die een gevaar vormen voor de bezoekers.” Als 1 maart het bezoekersseizoen van het Amsterdamse Bos weer begint, zullen bezoekers weinig tot niets merken van de gekapte bomen, zegt Kappert. „Maar misschien zal de geoefende bezoeker wel een paar bomen missen.”