Opinie

Afscheid van Obama, de president van het kosmopolitisch fatsoen

De verwachtingen waren hooggespannen toen de eerste zwarte politicus het Witte Huis binnensurfte, opgetild door een golf van enthousiasme die hij zelf had gecreëerd. Yes, we can. Even leek alles mogelijk. Racisme, splijtzwam in het hart van de Amerikaanse samenleving, kon kennelijk toch overwonnen worden.

Een intellectueel, liefhebber van literatuur, ingetogen-sympathiek, werd leider van de westerse wereld. Een man met seks-appeal, die in het openbaar zijn intelligente echtgenote durfde aan te raken. Samen met kinderen en hond namen ze hun intrek in het Witte Huis, buiten kwam een moestuin. Het land kreeg er een jonger, moderner aanzien door.

Barack Obama begon daadkrachtig. Hij sloot CIA-gevangenissen en kondigde de sluiting van Guatánamo Bay aan – symbolen van de Republikeinse dwaling dat in de strijd tegen terreur alles geoorloofd is. En hij begon onmiddellijk aan zijn belangrijkste campagnebelofte: een zorgverzekering voor miljoenen Amerikanen.

Na rampzalige kinderziektes zou Obamacare uitgroeien tot een belangrijk onderdeel van zijn erfenis. De sluiting van Guatánamo, daarentegen, lukte niet. Acht jaar later zitten nog 55 mensen vast.

Obama moest ook, vrij kort na de implosie van Lehman Brothers, een ingrijpende economische crisis te lijf. De Amerikaanse economie werd gestimuleerd met honderden miljarden dollars. De aanpak was een succes. De recessie werd geen depressie. De economie ging weer groeien. Er kwamen banen bij. De mooie macroresultaten verhullen wel dat een deel van de middenklasse in de klassieke industriestaten niet of nauwelijks profiteerde. Progressieve Democraten hadden graag gezien dat hij banken en Wall Street harder had aangepakt.

Obama’s optreden in de wereld laat een gemengd beeld zien. Osama bin Laden is dood en Amerikaanse troepen werden teruggetrokken uit Irak, maar in het vacuüm ontstond Islamitische Staat. Omstreden was de grootschalige inzet van drones in de strijd tegen terreur. Er kwam wel een opening naar Cuba, een akkoord over kernwapens met Iran, én Amerika en China namen het voortouw in een baanbrekend klimaatakkoord.

Obama was een behoedzame commander-in-chief die veel gaf om de multilaterale aanpak en terecht beducht was voor het grote gebaar. Hij bleef daarom op de tweede rij in de interventie in Libië en voelde, na lang aarzelen, uiteindelijk niets voor grootschalig ingrijpen in Syrië.

Obama had eerder een ‘rode lijn’ getrokken die de Syrische president niet mocht overschrijden: het gebruik van chemische wapens. Assad deed dat toch en Obama’s besluit werd begrijpelijkerwijs uitgelegd als zwakte. Door niet in te grijpen heeft Obama bovendien de toekomst van Syrië de facto overgedragen aan Rusland. Dat kan men Obama aanrekenen, maar dat verwijt treft Europa evenzeer.

Ondanks alle kritiek was Obama tevreden over zijn Syrië besluit. Op andere dossiers kon hij zijn frustratie nauwelijks verbergen. Het halsstarrige verzet tegen inperking van het wapenbezit, ondanks tienduizenden vuurwapendoden per jaar, dreef hem tot razernij.

De hooggespannen verwachtingen leden op den duur onvermijdelijk schipbreuk. Op de realiteit van nieuwe machtsverhoudingen, op het moeizame en weinig verheffende dagelijkse politieke bedrijf. Maar de pijnlijkste constatering is dat het land nog steeds hopeloos verdeeld is. Dat geldt voor de kloof tussen de beide grote partijen maar ook voor de kloof tussen zwart en blank. Eén zwarte president was geen afdoende antwoord op ingesleten racisme.

Obama was een belangrijke, progressieve president. Hij maakte indruk, met beleid soms, maar meer nog met kosmopolitisch fatsoen, waar onder andere minderheden van profiteerden. Hij had klasse, maar werd nooit een warme vader des vaderlands voor alle Amerikanen; daar was hij te afstandelijk voor. De VS nemen afscheid van een man die zijn eigen podium bouwde in de Amerikaanse Hall of Fame.