Recensie

Fouten van het nieuws op televisie

Weerpluimen, peilingen en misdaadcijfers: in een gepolariseerd meningenklimaat kunnen journalistieke fouten hard aankomen.

De weerpluim van vorige week, volgens Gerrit Hiemstra.

Waar gehakt wordt vallen spaanders, journalisten maken fouten. Maar in een gepolariseerd meningenklimaat kunnen die hard aankomen, de ene keer meer terecht dan de andere. Drie recente voorbeelden op televisie en Twitter (waar de correctie nogal eens het eerst te zien valt).

Erben Wennemars, schaatser en tafelheer van DWDD, wordt in januari altijd een beetje zenuwachtig. Zou het dit jaar wel lukken met die Elfstedentocht? Hij stelt het meeste vertrouwen in NOS-weerman Gerrit Hiemstra, die vorige week in een zogenaamde weerpluim een grote kans voorspelde op matige tot strenge vorst. Hij moest die prognose later bijstellen en nu was Erben boos op Gerrit.

In EénVandaag werd Hiemstra persoonlijk ter verantwoording geroepen. Het verweer dat het weerbericht geen voorspelling is, vind ik altijd een beetje flauw. Maar weersvoorspellingen kunnen er nu eenmaal naast zitten, dat klopt. Voormalig marathonschaatser en boer Henri Ruitenberg vertrouwt meer op de dichtheid van de vacht van zijn poes en op molshopen. Dat leek Hiemstra een nog slechtere voorspeller, want als dat wel iets betekende, dan zouden ze bij het KNMI wel mollen in de tuin hebben uitgezet. Ik vertrouw ook meer op de echte wetenschap dan op volkswijsheden.

Voorbeeld twee had grotere gevolgen kunnen hebben. Op Twitter verontschuldigde Gijs Rademaker van het Eén Vandaag Opiniepanel zich voor de uitslag van november. Door een menselijke rekenfout was in de verkiezingspoll GroenLinks te groot en D66 te klein aangegeven: ze kregen niet respectievelijk 15 en 12 zetels, maar 11 en 19 zetels.

Foutje, kan gebeuren! Maar die uitslag heeft meegeteld in de altijd wat tragere, gecombineerde Peilingwijzer, die door RTL begin februari wordt gebruikt om vast te stellen welke vier grootste partijen aan het traditioneel invloedrijke lijsttrekkersdebat mee mogen doen. En Frits Wester van RTL belooft dat hij, bij gebrek aan beter, streng de hand gaat houden aan die cijfertjes, tot achter de komma. Het opgooien van een muntje is geen alternatief.

Om het laatste voorbeeld maak ik me de meeste zorgen. Een voorbeeld van de invloed van de oude massamedia, dat ik wel eens geef: het publiek denkt dat de misdaadcijfers almaar stijgen, terwijl ze in werkelijkheid dalen. Maar nu blijkt dat ook die officiële gegevens ernaast zouden kunnen zitten.

Vorige week openbaarde Nieuwsuur een nog geheim onderzoek van het Openbaar Ministerie en het departement van Veiligheid en Justitie, waarin de daling van de aangiftecijfers werd verklaard uit een bewust ontmoedigingsbeleid. De politie zou op alle mogelijke manieren proberen het aantal aangiftes van misdaden te verlagen, om zo de overheid kunstmatig aan een lagere criminaliteit te helpen. Als dat waar is, dan ben ik bozer op de ministers Opstelten en Van der Steur (beiden VVD) dan Erben Wennemars ooit op Gerrit Hiemstra kan zijn geweest. En ook op de journalisten die nooit in de gaten hadden dat het aantal aangiften een slechte maat is om de omvang van de criminaliteit te meten. Ik moet bekennen dat ik daar ook nooit bij stil heb gestaan. Maar hoe zou je het anders kunnen meten? Via de molshopen van de subjectieve veiligheidsbeleving?

    • Hans Beerekamp