Storm van kritiek na uitlatingen AfD’er over Holocaustmonument

Duitsland Een pleidooi van een lokaal AfD-kopstuk voor een „positieve kijk op onze geschiedenis” ontlokte een lawine van kritiek toen hij de Holocaust erbij haalde.

AfD’er Björn Höcke, in 2014. Foto AFP

Als de Duitse politicus Björn Höcke, voorzitter van de afdeling Thüringen van Alternative für Deutschland, wilde provoceren, dan is hij daar glansrijk in geslaagd.

Een storm van verontwaardiging stak woensdag op in de Duitse media en politiek, toen bekend werd wat Höcke dinsdagavond had gezegd op een bijeenkomst in Dresden. „Wij Duitsers, ons volk, is het enige volk ter wereld dat een monument van de schande in het hart van zijn hoofdstad heeft geplant”, zei hij, doelend op het Holocaust-monument in Berlijn.

Je zou kunnen zeggen: daar is geen speld tussen te krijgen. Duitsland toont met het enorme monument aan iedereen die de hoofdstad bezoekt de schande van de Duitse massamoord op de Joden in de nazitijd. Geen ander land of volk belijdt zo openlijk en nadrukkelijk de eigen schuld, de eigen schande. En dat, zou je vervolgens kunnen zeggen, is precies de kracht van Duitsland. Dat het zijn verleden onder ogen ziet, hoe pijnlijk dat ook is.

Maar zo bedoelde Höcke het niet. En zo interpreteerden zijn critici zijn woorden ook niet. De gewraakte zin maakte deel uit van een pleidooi om te breken met de Duitse herdenkingscultuur, waarin de Duitse geschiedenis volgens Höcke wordt voorgesteld als „ellendig en belachelijk”. „Als we een toekomst willen, hebben we een visie nodig. En dat kan alleen met een positieve kijk op onze geschiedenis.” De Duitsers zouden nog altijd in de geestestoestand verkeren „van een volledig overwonnen volk”. Maar: „Er bestaat geen morele plicht om onszelf weg te cijferen.” De zaal vol volgelingen scandeerde enthousiast:

Wir sind das Volk, wir sind das Volk!

Vicekanselier Sigmar Gabriel (SPD) zei dat hij er de rillingen van kreeg. Volgens vicevoorzitter van de CDU Julia Klöckner waren Höckes uitspraken „mensonterend, alsof de geschiedenis vergeten was”, en ze „ademden de geest van een radicaal-rechtse hetze”. De secretaris-generaal van de SPD zei dat Höcke zich bediende van „de taal van de NSDAP”, de partij van Hitler. En de voorzitter van de Centrale Raad van de Joden in Duitsland zei: „De AfD toont haar ware gezicht met deze antisemitische woorden die in hoge mate vijandig tegenover de mensheid zijn.”

Wat Höcke betoogde verschilt nauwelijks van het standaardrepertoire van de AfD – met dat verschil, dat hij het Holocaust-monument erbij haalde. Over nut en nadeel van dat monument met zijn sombere, betonnen blokken mag jaren zijn gedebatteerd in Duitsland, als de rechts-nationalistische AfD, met haar antibuitenlandersretoriek, over de Holocaust begint gaan allerlei alarmbellen af.

Zelfs vanuit Höckes eigen partij liet de kritiek niet lang op zich wachten. Voorzitter Frauke Petry, die probeert CDU- en SPD-kiezers voor de AfD te winnen, zei dat al lang duidelijk is dat Höcke, die tot de rechter vleugel behoort, „een belasting voor de partij is geworden”. Höcke zelf zei dat zijn woorden aansloten op een debat dat al vele jaren in Duitsland wordt gevoerd. Had niet de schrijver Martin Walser, toen hij in 1998 de prestigieuze Vredesprijs van de Duitse boekhandel kreeg, al gesproken over „de monumentalisering van de schande”?