Opinie

Onbevestigde informatie is gewoon roddel

Het is niet aan BuzzFeed om Trump-roddels te verifiëren, stond vorige week in een opiniestuk. Journalist denkt daar anders over. „Onze taak is openbaring”, schrijft hij. „Maar openbaarmaking is niet hetzelfde als kletspraat publiceren.”

Illustratie Hajo

Ik heb geen idee of de verhalen over Donald Trump en Rusland waar zijn. Maar ik weet wel dat ik mijn geld had teruggevraagd als ik zou hebben betaald voor het zogeheten ‘inlichtingenoverzicht’ dat de entertainmentwebsite BuzzFeed heeft gepubliceerd.

In de begintijd van het internet luidde het gezegde: het web bestaat uit eenderde commercie, eenderde porno, eenderde flauwekul. De verhoudingen zijn sindsdien misschien wel iets veranderd (naar schatting meer commercie en iets minder porno), maar de complottheorieën en middeltjes van kwakzalvers zijn nog altijd even prominent.

Naar eigen zeggen is BuzzFeed iets anders. Het rechtvaardigde de publicatie van die zogeheten dossiers omdat het „de Amerikanen hun eigen mening over die aantijgingen wilde laten vormen”. Geen fatsoenlijke journalist mag natuurlijk ooit bepleiten om nieuws alleen maar achter te houden omdat het een machtige belangengroepering in verlegenheid brengt of slecht uitkomt. Onze taak is openbaarmaking.

Maar openbaarmaking is niet hetzelfde als de herhaling van kletspraat. Het volstaat niet om te zeggen dat de gepubliceerde informatie gedeeltelijk misschien onjuist of ‘onbevestigd’ is. Onbevestigde informatie is gewoon roddel.

Er zijn altijd verhalen geweest die nooit de gevestigde media haalden. De moraliserende minister die met zijn liefhebbende gezin in een verkiezingsfolder poseert terwijl hij in Londen schandknapen langs laat komen, of de minister die zich klem schijnt te zuipen. Dat zulke dingen algemeen bekend waren in de kaasstolp van Westminster maar voor de bevolking werden verzwegen, was een van de fouten van de oude media die de nieuwe media beloofden recht te zetten.

Maar omdat iets openbaar gemaakt kán worden, betekent nog niet dat dit ook móét. Het grote probleem van het internet is dat het verstandige mensen en malloten een gelijke status lijkt toe te kennen. Mensen volgen wie hun vertelt wat ze willen horen. Sommigen tonen zelfs alleen maar belangstelling voor een bepaalde Twitter-feed om de rest van de wereld te laten zien wat voor iemand ze zijn. Gillende gekken kunnen hun gekrijs eindeloos laten weergalmen: in cyberspace kan iedereen je geschreeuw horen. En het bestaan van een publiek drijft de verspreider van complottheorieën tot steeds bloemrijker conclusies. Heb je niet zo gauw een feit om je stelling te staven? Dan verzin je het toch.

Roddelpraat is geen socratische dialoog. Het is natuurlijk een heerlijke paradox dat Trump misschien het slachtoffer van nepnieuws zal worden. Het laat hem totaal onverschillig of iets waar is of niet. Hoe had hij anders kunnen besluiten om Steve Bannon, voorman van de rechtse website Breitbart, in zijn team te benoemen?

En Trump heeft gelijk als hij zegt dat ‘de progressieve media’ (alles van de gerenommeerde kranten tot de BBC) worden gedomineerd door mensen die hem als een ordinair stuk onbenul beschouwen. De minachting waarmee ze hun neus voor hem ophalen spat van elke pagina. Maar door het bizarre Amerikaanse kiesstelsel staat hij nu op de drempel van het Oval Office en we hebben ons maar neer te leggen bij dat wat als de volkswil geldt.

Trumps verontwaardigde gewauwel mag dan komisch zijn (al moet je nooit iemand vertrouwen wiens communicatieve vaardigheden uit monosyllaben en uitroeptekens bestaan), maar hij heeft misschien wel gelijk: potsierlijke mensen gedragen zich niet per se de hele tijd potsierlijk. Richard Nixon stelde zich zijn politieke vijanden altijd voor terwijl ze op de wc zaten en het privégedrag van beroemdheden is altijd weer vermakelijk. Maar waar is het bewijs voor de schunnige beschuldigingen tegen Trump?

Eens sloegen redacteuren op de tafel, klokten een glas whisky achterover en trokken zwaar aan hun sigaret als ze zich zorgen maakten of het verhaal van een ambitieuze verslaggever wel ‘standhield’. In een wereld van veronderstellingen en insinuaties zijn dit muizenissen.

Het zou vanzelf moeten spreken dat het van belang is of iets al dan niet waar is. Maar zover is het met ons gekomen. De ouderwetse media worden overal aan de rand van de financiële ondergang gebracht omdat nog maar zo weinig mensen beseffen dat het geld kost om dingen uit te zoeken. We voeren een race tegen de klok. Steeds minder mensen zijn bereid om voor goede journalistiek te betalen. We zullen pas weten wat we kwijt zijn als het er niet meer is.