Interview

Cabaretier Nathalie Baartman verdient bekender te zijn dan ze is

Nathalie Baartman

In haar nieuwe voorstelling ‘Voest’ vertelt de cabaretière over haar terugkeer naar Twente. Ze bezocht het asielzoekerscentrum in Azelo en schreef een lied: ‘Mamma! Ik wil een jihadist.’

Foto Roger Cremers

‘Ik ben een hunkertukker”, zegt Nathalie Baartman in haar nieuwe cabaretvoorstelling Voest. „Dat is een Tukker die is weggegaan uit Twente, maar naar zijn geboortestreek blijft verlangen.” In Voest, Twents voor ‘vuist’, vertelt Baartman over haar terugkeer. Haar zesde programma gaat ook over andere verlangens: naar liefde, naar meer zachtheid onder de mensen en naar echt contact. Die vuist maakt ze voor meer vrolijkheid en meer vrede.

De 43-jarige Baartman is minder bekend dan ze verdient te zijn. Louter, haar vorige programma, was een wonderschoon en lichtvoetig verhaal over het verbreken van haar relatie en het wonen op een bungalowpark in Putten, waar ze zich op de moestuin wierp: „Fanatiek! Geen man, maar straks wel verse andijvie!”

Ook in Voest strooit ze (bij een try-out in december) weer met geestige en poëtische zinnetjes, terwijl ze tussendoor zwierige, ook al zo ragfijn verwoorde liedjes zingt, waarbij ze zichzelf begeleidt op accordeon.

Met Twente onderhoudt Baartman een ambivalente liefdesverhouding. „Ik ben weggegaan omdat de mensen elkaar zo in de gaten houden. Ik vroeg me steeds af wat ze wel niet van me zouden denken. Daar wilde ik vanaf. Maar de liefde voor Twente is groter.”

Ze houdt van de taal, het dialect. „Ik kan er dingen mee uitdrukken die ik niet in het Nederlands kan zeggen. Er zit een gevoelslaag in die ik erg mooi vind. Dat mijn moeder tegen mijn dochter zegt: ‘Och, Klödderbökske.’ Ik weet niet wat het betekent, maar het klinkt lief.”

Bij de try-out zong Baartman een liefdesliedje in het Twents, met regels als: ‘Die leefde gliedt mie oet de haand.’ „Twents leent zich goed voor het understatement in de liefde. Je zegt niet: ‘Ik vind je leuk’, maar ‘Ie zit mie niks in de weg.’ De taal is zangerig en je kan met weinig woorden veel zeggen.”

De tekst gaat verder na de video

De hunkertukker haakt ook naar de natuur, het weidse uitzicht vanuit het dorp over de velden, zegt ze. En naar een wereld die minder aan verandering onderhevig is geweest. Baartman is nostalgisch aangelegd. Dat blijkt ook uit een lied waarin ze voor haar vierjarige dochter een wereld als een prentenboek wenst. „Mijn kind is de echte reden dat ik ben teruggekeerd. Zelf ben ik zo vaak verhuisd dat ik me versnipperd voel. Twente is een plek waar ik familie en herinneringen heb. Het voelt als een plek waar ik iets aan mijn kind kan overdragen.”

Bij die nostalgie past dat ze gek is op folklore. „Ik ben ooit naar een Hongaarse dans- en muziekworkshop in Roemenië geweest, in Transsylvanië. Daar zongen ze oneindig veel liederen die iedereen kende. Dat jong en oud samen zingen, hebben we niet in Nederland. Dan denk ik weleens: PVV, ga Nederlandse liedjes en muziek maken, vorm een fanfareorkest, als je dan zo nodig nationalistisch moet zijn, doe iets positiefs.”

De Hongaarse dans kreeg ze niet onder de knie. „Toen heb ik uit frustratie, na iets te veel glaasjes palinka, mijn eigen individuele dans gedaan. Maar de muzikanten stopten met spelen en zeiden: ‘Stop alsjeblieft met die belachelijke dans, je hebt geen respect.’ Dat was mijn staaltje zelfexpressie. Heel Nederlands.”

Als je dan zo nodig nationalistisch moet zijn, doe iets positiefs

In Voest schildert Baartman met veel humor een portret van haar emotionele moeder en haar warmbloedige tantes. Zo heeft een tante bij het asielzoekerscentrum in de buurt allemaal knappe Syrische mannen gezien. Tegen Nathalie verzucht ze: ‘Oww, als ik een jong wicht was, had ik mie er ook zo’n één oetzocht.’

Die doorleefde theatraliteit vertoont Baartman zelf ook op het podium. „Dat emotionele zit in de familie. Vind ik mooi. Ik ken vooral mensen die hun gevoelens niet laten zien en die kwetsbaarheid verbergen.”

Dramatherapeute

Niet alles wat ze op het podium vertelt, is waargebeurd, zegt ze, maar haar eigen leven vormt de basis. „Het mooie van cabaret is dat je vanuit een kleine ervaring een wereld oproept.” Baartman voltooide ooit een studie tot dramatherapeute en werkte in de psychiatrie. „Ik vond het niet zo leuk om therapeut te zijn. Dan moest je mensen naar het normale terugbrengen. Ik wilde de andere kant op. Ik ben aan cabaret gaan doen om me uit te leven in gekte en absurditeit.”

Ze houdt niet van normaal. Op vakantie gaan, vindt ze al te normaal. Dat mensen in juni vragen waar ze heen gaat, irriteert haar. „Als ik die vraag krijg, krimp ik bijna ineen. Ik hoef het ook niet te weten van anderen. ‘Ga je nog op vakantie?’ Maakt mij dat nou uit.”

Opvallend is dat Baartman meer seksgrappen maakt dan vroeger. „In mijn eerste voorstelling droeg ik een blauwe jurk van onder mijn kin tot aan de grond. Toen dacht ik: ik ga het niet over seks hebben, want daar gaat het al zo vaak over in deze pornografische samenleving.”

Ik vond het niet zo leuk om therapeut te zijn. Dan moest je mensen naar het normale terugbrengen

Vanwaar die kentering? „Het is leuk om schaamteloze uitspraken over vrouwelijke seksualiteit te doen. Dat wordt niet getolereerd van vrouwen. Sletvrees bestaat: wat dat betreft ben ik het met Sunny Bergman eens. Het voelt bevrijdend om daarmee te spelen, ook omdat ik braaf ben opgevoed.”

Ja, zo heeft ze best haar „feministische oprispingen”, zegt ze. Dat zit in haar hekel aan het meisje dat een prinsesje moet zijn. „Mijn feminisme zit niet in het willen hebben van een topbaan, maar in rauw en oer willen zijn. In me bewegen en me uiten op een manier die voorbij de rol gaat waarin vrouwen vaak worden getoond op televisie en in de media.”

Op haar gebrek aan decorum krijgt ze wel eens commentaar. „Daar ben ik wel gevoelig voor. Ik wil ook aantrekkelijk zijn.” Ze hoort het zichzelf zeggen en voegt er snel aan toe: „Dat moet trouwens niet de kop van het artikel worden.” Ze lacht. „Maar ik vind het ook heerlijk om lelijk te zijn. Mijn palet aan expressiemogelijkheden wil ik benutten. Dat reikt verder dan de poses van K3. Ik wil onopgesmukt zijn. Klanken uitstorten, bewegingen maken die niet geschikt zijn voor Instagram, maar die er wel uitmoeten. Headbangen op Rammstein.”

Echt contact

Zo is er meer wat Baartman een bijzondere performer maakt. In haar verhalen slaagt ze erin om onbekenden en buitenlanders op een opmerkelijk natuurlijke wijze tegemoet te treden. Het schort eraan dat mensen naar elkaar luisteren en het contact aangaan, stelde ze vast. „Mensen voelen zich vervreemd van hun omgeving, maar kijken wel de hele dag naar hun telefoon of televisie. Ik wil echt contact. Dat is wie ik ben, wie ik wil zijn en wat ik in mijn voorstelling uitstraal.”

Het maken van Voest begon vorig jaar, op het moment dat de vluchtelingenstroom op gang kwam. „Het leed van die mensen raakte me enorm. Ik wilde iets zeggen over deze tijd, op mijn manier.” En dus ging ze op bezoek bij het nabijgelegen asielzoekerscentrum in Azelo, waar ze een vaste gast werd. „Het was van de zotte dat ik zoveel nadacht en praatte over vluchtelingen, maar er nog niet één gesproken had, terwijl ze gewoon door mijn dorp fietsten.”

Mijn feminisme zit niet in het willen hebben van een topbaan, maar in rauw en oer willen zijn

De eerste ontmoetingsochtend was hartverwarmend. „Je ontmoet allerlei mensen: van arrogant tot bescheiden en beleefd. De uitdaging is om niet in de positie van hulpverlener of redder te raken. Er was een vrouw aan wie ik vertelde over mijn verbroken relatie. Maar dat voelde toch vreemd, vergeleken met wat zij had meegemaakt, dus ik excuseerde me. Maar ze antwoordde dat ze het een verademing vond om eens over de problemen van iemand anders te praten.”

In een ontroerend lied bezingt ze dat zulke positieve relaties tussen Nederlanders en vluchtelingen ook wel eens ‘met koeienletters’ in de krant mogen. Daar staat een ironisch lied tegenover waarin ze zingt: ‘Mamma! Ik wil een jihadist.’ Met regels als: ‘In duizend en één nachten is hij dan mijn liefje. O laat me hem verzachten, mijn dwaze explosiefje.’ Baartman grinnikt: „Dat is het ultieme foute-mannenlied. Een lolletje, geschreven als blues. De bedoeling is niet politiek. Ik moest er keihard om lachen toen ik het schreef. Mijn cabaret is vaak mild, maar het is lekker om eens te schuren en te provoceren.”

Haar optimisme kan naïef overkomen; dat begrijpt ze. Maar begin niet over een ‘linkse bubbel’. „Dat links-rechtsdenken maakt me verdrietig. Is het links om te praten met mensen uit een ander land? Hou toch op. Ik wil oprecht mijn positiviteit behouden. Heb je het dagboek van Etty Hillesum gelezen? In alle haat en duisternis van de oorlog bleef zij geloven in het licht. Dat is waar ik ook in geloof.”