Column

Het moedercelibaat

Sontag heet het toneelstuk en het draait om de Amerikaanse essayiste Susan Sontag. Tegendraads denker en begenadigd schrijver. Auteur van legendarische essaybundels als ‘On Photography’. De sfinx met de grijze lok. De intellectuele ster. De geliefde van fotografe Annie Leibovitz, ook dat nog. Ik bedoel, hoeveel rolmodel wil je hebben?

Het stuk geeft me alles wat ik verwachtte, plus iets wat ik niet zag aankomen: het concentreert zich stiekem óók op de zoon van Sontag. Zij sluit zich voor hem af. Hij hengelt wanhopig naar haar belangstelling. Via zijn aanhankelijke machteloosheid geeft het stuk haar kleur. „Nu even niet jongen. Eerst de Verzamelde brieven van André Gide uitlezen”. Ik kijk. Ik herken meer dan me lief is.

Ik was 23 en ik had het geluk dat ik terechtkwam in een omgeving waar nadenken de regel was en schrijven vanzelfsprekend. Bij NRC Handelsblad, bij de kunstredactie. Ik genoot. Ik schreef over kunst en merkte dat ik via de kunsten kon uitpluizen hoe de wereld in elkaar steekt. Daar ging elk gesprek over met de collega’s van toen die ik tot op vandaag bewonder.

Niemand had kinderen. Of, nu ja, de vrouwen hadden ze niet. De mannen wel, maar die hadden het er nooit over. Wilde ik een kind? Belachelijke vraag.

Zeven jaar later. Ik versloeg het filmfestival van Cannes en zag alleen maar films met baby’s. Binnen een jaar was ik zwanger. Ik vertelde het mijn collega’s. Die zeiden weinig. Een vrouw die ik hoog had zitten, zei: „Moedig hoor.” O jee. Ik had iets genants gedaan. Ik had de code doorbroken. De code van het moedercelibaat.

Het moedercelibaat is een gentlewoman’s agreement. Het bepaalt dat vrouwen met ambitie zich volledig aan hun werk wijden, anders tellen ze niet mee. Kinderen? Kan gebeuren. Maar moeder zijn, nee, dat is not done.

Ik baarde mijn dochter, ging weer aan het werk. Het eerste artikel dat mijn kant op rolde ging over een filmklassieker uit 1967: De commissaris van Aleksandr Askoldov. Over een officier-te-paard in het Rode Leger. Ze is hoogzwanger. Ik schreef over die film zoals ik nooit eerder schreef en wist: dat ik dit durf, dank ik aan mijn dochter.

Met mijn kind in mijn hoofd keek ik anders, zag ik meer. Door haar wist ik hoe je schrijft over pijn. Hoe je vormgeeft aan ontroering, aan angst, aan de vrees voor verlies. Door goed naar haar te kijken kon ik het aan unverfroren te schrijven over schoonheid.

Ik wist wat me te doen stond. Ze konden me wat. Ik liet me mijn moederschap niet afpakken. Het moeder-zijn is een essentieel onderdeel van het vrouwenleven. Dat kun je niet zomaar overbodig verklaren en afdoen als een last voor de vrouw met ambities.

Het moedercelibaat – ik zie Sontag en ik herken het direct. Denker en schrijver en vrouwenvrouw Susan Sontag liet zich aan niks gelegen liggen. Maar ze conformeerde zich wél aan het moedercelibaat. En ze schreeuwde geluidloos dat dat goed was.

Ik had graag Susan Sontags essay ‘On maternity’ gelezen – ze heeft het nooit geschreven. Haar zoon was het slachtoffer. Zijzelf ook.