Hersenscan helpt couveusebaby

Geneeskunde

Te vroeg geboren baby’s krijgen later vaak leerproblemen. Met MRI is dat al enkele weken na de geboorte te voorspellen.

Foto iStock

Een hersenscan van veel te vroeg geboren baby’s voorspelt of die kinderen later problemen krijgen met leren of bewegen. Het gaat om kleine, puntvormige schade in de witte stof, zichtbaar op een MRI-opname, in een bepaald deel van de hersenen. Die schade voorspelt handicaps op een leeftijd van 1,5 jaar. Dat schrijven Canadese onderzoekers in een woensdag gepubliceerd artikel in Neurology.

Baby’s die veel te vroeg worden geboren, na een zwangerschap van 24 tot 32 weken, hebben een grote kans op latere leer-, taal-, en gedragsproblemen. Ook ontwikkelt hun motoriek, vooral de fijne motoriek zich vaak niet goed. Sommige kinderen zijn ernstig gehandicapt. Dat is bijvoorbeeld bekend uit beroemd onderzoek in Leiden waarbij ruim 1.300 in 1983 geboren couveusekinderen tot in hun puberteit zijn gevolgd. Op hun veertiende zat ruim 25 procent van die kinderen op een school voor speciaal onderwijs. Dat percentage was gedurende hun schoolcarrière steeds toegenomen.

Maar veel couveusekinderen hebben later géén problemen. En misschien kunnen vroege trainingsprogramma’s de schade beperken, schrijven de Canadese onderzoekers.

Om handicaps te voorkomen en te voorspellen, wordt er al een aantal jaar onderzoek gedaan naar hersenschade bij die te vroeg geboren kinderen. De belangstelling gaat uit naar schade in de witte stof van de hersenen. Daarin liggen de verbindingen tussen de verschillende hersendelen en de rest van het lichaam.

Het eerste grote onderzoek verscheen in 2006 in The New England Journal of Medicine, het belangrijkste medisch-wetenschappelijke tijdschrift ter wereld. Hoe meer schade aan de witte stof de 167 onderzochte kinderen hadden, hoe meer problemen ze op tweejarige leeftijd hadden met zien, horen, leren of bewegen, maar de voorspellende kracht was niet bijster groot. Bij duidelijke schade was de kans op latere problemen drie- tot tienmaal groter. Bij zulke kansen kan nog niet duidelijk van tevoren worden gezegd of een kind later problemen zal krijgen of niet. En of er een behandeling moet beginnen. Sindsdien is er gezocht naar betere voorspellers.

Uit het nu gepubliceerde onderzoek bij 216 kinderen in Toronto rollen 64 en 79 keer verhoogde kansen op beweeg- en leerproblemen bij wittestofschade in een bepaald gebied van de prefrontale cortex.

„Dat zijn kansen die voor de praktijk van belang zijn”, zegt Manon Benders, hoogleraar neonatologie in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) in Utrecht. Benders doet met haar Utrechtse onderzoeksgroep ook MRI-onderzoek bij pasgeborenen. Haar groep deed niet mee aan deze publicatie, maar ze werkt wel samen met de Canadese groep.

Over de gesuggereerde therapie om de schade te beperken zegt Benders: „In Nederland komen eigenlijke alle kinderen die veel te vroeg zijn geboren tot hun achtste regelmatig terug voor controle. Dat vinden we nodig, want we zitten met het behandelen van die veel te vroeg geboren kinderen op de rand van wat kan. Als je ouders begeleidt, is de uitkomst beter. Dat is in Amsterdams onderzoek aangetoond.”

Eerder deze maand verscheen een gezamenlijke publicatie van de groepen uit Utrecht en Toronto waarin bij 150 tevroeggeboren baby’s uit Utrecht en 100 uit Toronto de schade op de hersenscans werd vergeleken. Het was gedaan om te kijken of er oorzaken voor de hersenschade te vinden zijn. In Toronto had 32 procent van de baby’s clusters van puntvormige schade in hun witte stof. In Utrecht was dat veel minder: 10 procent.

Benders: „Dat komt waarschijnlijk door verschillen in zorg. In Nederland vindt bijna iedere veel te vroege geboorte in een neonatologiecentrum plaats. De behandeling kan dan meteen, zelfs al voor de geboorte beginnen. In Canada worden die kinderen nog veel vaker buiten het ziekenhuis geboren en is vaak vervoer over grote afstanden nodig. Dat scheelt al enorm. Verder waren de kinderen in Toronto bij de geboorte kleiner, joner en zieker.” Te kleine en te zwakke baby’s worden in Nederland ook niet behandeld.

Een hersenscan van een te vroeg geboren baby, zo snel mogelijk na de geboorte, heeft al voorspellende waarde. Maar zo’n scan was jarenlang moeilijk en zelfs riskant voor de baby. Benders: „Tegenwoordig is het voor ons in Utrecht reguliere zorg. In Rotterdam ook. Op andere plaatsen in Nederland wordt het nog niet gedaan. Het is makkelijker geworden omdat er inmiddels speciale couveuses zijn die, met de baby erin, in de MRI geschoven kunnen worden.”