Recht & Onrecht

Georganiseerde criminaliteit laat strafrecht bijna verdampen

De georganiseerde criminaliteit dreigt de samenleving te ondermijnen – en het justitiële apparaat lijkt er niet tegen opgewassen. Miranda de Meijer waarschuwt in de Togacolumn voor strafrechtspleging waar het ‘ieder voor zich’ is.

Zelden spreekt een officier van justitie zich publiekelijk zo scherp uit zoals onlangs. In een interview met de Volkskrant schetste een  officier van justitie in Brabant hoe het strafrecht in haar ogen faalt waar het gaat om de bestrijding van de samenleving-ondermijnende criminaliteit. De middelen om deze zeer lucratieve vormen van criminaliteit in het strafrecht effectief te kunnen bestrijden, zijn beperkt door ontwikkelingen in de rechtstaat, waar efficiency en doelgerichtheid is verworden tot het spreekwoordelijke stiefkind. De balans slaat door ten faveure van procedurele verworvenheden van de verdediging. Met eindeloos slepende procedures tot gevolg. Een logistieke nachtmerrie, een hindernisbaan die de magistraat in een volkomen staat van apegapen brengt, volgens de criminoloog Cyril Fijnaut.

Agenda’s bomvol

De reacties op dit interview deden aan scherpte niet onder. In het Advocatenblad betogen enkele advocaten dat de logistieke nachtmerrie in de laatste plaats aan de advocatuur ligt. Enkele advocaten menen dat ten onrechte wordt gewezen op het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens als middel om procedures te vertragen. Zij onderstrepen het belang van een goede verdediging waardoor meer nuance in een zaak wordt aangebracht, of zelf leidt tot een ander daglicht, zodat de rechter een goede weging van het bewijs en de omstandigheden van het geval kan maken. Nee, de realiteit is volgens deze advocaten dat de agenda’s van de onderzoeksrechter bomvol zitten en het vaak maanden duurt voordat getuigen gehoord kunnen worden.

Zaken van tien, twintig, verdachten zijn, zo moet deze advocaten worden toegegeven, geen uitzondering. Als iedere verdachte een aantal getuigen wenst te ondervragen - al was het kennelijk maar, zo leid ik uit deze reactie af, om te controleren of het OM zijn werk wel goed heeft gedaan - en een enkel getuigenverhoor minimaal een dagdeel in beslag neemt, dan geeft een simpele optelsom al aan waar deze advocaten op doelen als zij het hebben over die bomvolle agenda van de onderzoeksrechter.

Strafzaken opknippen

Enkele rechters opinieerden dat de logistieke nachtmerrie beteugeld zou kunnen worden door het beperken van strafzaken in hun omvang. ‘Knip het op’. Een taak voor het OM, als sleutelbewaarder voor de toegang tot de strafrechter. Het OM bepaalt immers wie het al dan niet voor de rechter brengt en hoe het opsporingsonderzoek wordt ingericht. Een ‘behapbaar’ strafproces leidt volgens deze rechters misschien tot kleinere, maar wel tot snellere resultaten en voorkomt eindeloos gebakkelei. Of deze ‘oplossing’ ook bijdraagt aan de effectiviteit van de bestrijding van de zware vormen van georganiseerde criminaliteit, en tot vermindering van de totale werklast van de rechtspraak, laten deze rechters evenwel jammerlijk onbesproken.

Verantwoordelijkheid is gezamenlijk

Zie ik het goed, dan wordt in het interview het EVRM en de daarin vervatte mensenrechten niet als zodanig door deze officier als discussiepunt genoemd. Eerder de huidige ongebalanceerde toepassing ervan, en het daaruit voortvloeiende effect van de verdamping van de morele markering van fout gedrag door het strafrecht. En daar heeft deze officier van justitie een punt. Aan wie of welke procesdeelnemer - advocaat, OM of rechter - dat dan ook ligt, voeg ik daar direct aan toe. Duidelijk is dat de rechtstaat onder druk staat, door steeds complexere vormen van criminaliteit die de fundamenten van onze samenleving aantasten, en waartegen het justitiële apparaat niet opgewassen lijkt.

Waarom dat laatste zo is laat zich niet zo eenvoudig in een enkele oorzaak of oplossing vatten. Het zou zo maar eens een veelkoppig monster kunnen blijken te zijn. Hoe dan ook, door te wijzen naar de andere procesdeelnemer als veroorzaker of sleutelbewaarder, wordt de situatie er op zijn zachtst gezegd niet beter op. Een gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt daarmee niet gezien of onderkend, en leidt enkel tot polarisatie van individuele belangen binnen onze rechtstaat.

Waar het in de kern om gaat, is, dat een technische en zielloze toepassing of uitoefening van rechten en bevoegdheden, zonder samenhang of balans, en in een systeem waar het ‘ieder voor zich’ is, zonder meer leidt tot het faillissement van de rechtstaat, tot een amoreel universum. Laten wij de giftige omhelzing waar wij onszelf thans in verstrengeld zien, in vredesnaam verruilen voor een constructief debat.

De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een advocaat, officier of rechter.

 

Blogger

Miranda de Meijer

Miranda de Meijer studeerde rechten in Rotterdam en werkte bij Spong advocaten in Amsterdam. Zij promoveerde op de rol van het OM in civiele zaken, werd officier van justitie, later advocaat-generaal bij het ressortsparket, gespecialiseerd in cassaties, in Den Haag. Zij is tevens hoogleraar op de bijzondere leerstoel Openbaar Ministerie van de faculteit rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Zij doet daar onder meer onderzoek naar ondermijnende criminaliteit. (Foto UvA Jeroen Oerlemans)

    • Miranda de Meijer