Frozen

Als je, zoals mijn zus en ik, naast Hollandse ook Poolse en Russische wortels hebt, ben je tijdens dit soort ijskoude dagen het liefst continu in de buitenlucht. Dankzij onze wodkaslurpende voorouders hebben wij antivries in het bloed en in de winter proberen we toch minstens één keer per week een fikse arctische avondwandeling te maken. Geen handschoenen, geen muts – gewoon doorstappen, dan gaat die centrale verwarming vanzelf wel op stand vijf. In IJsland worden baby’s als het sneeuwt buiten in de box gelegd en die gaan er meestal ook niet stuk van.

„Weet je wat ik nou echt leuk vind aan de kou?” vraagt mijn zus.

„Dat het voelt alsof je in elk neusgat een mentholsigaret hebt?” raad ik.

„Nee”, zegt mijn zus.

„Dat sneeuwvlokken eigenlijk traag vallende werpsterren van ijs zijn?”

Mijn zus duwt op mijn neus en zegt dat de dichtknop uit moet.

„Ik vind kou fantastisch omdat het je verjongt”, zegt ze.

„Inderdaad, die Ötzi-ijsmummie ziet er voor iemand van 5.300 jaar nog vrij datebaar uit.”

„Zo bedoel ik het niet”, grinnikt ze. „Tegenwoordig wordt er in de schoonheidsindustrie gebruikgemaakt van bevriezen als huidbehandeling. David Beckham en Ronaldo doen het al jaren!”

Dat verandert de zaak, ik wil er ook zo goed uitzien als Ronaldo. Een snelle swipe toont dat de methode als volgt gaat: er wordt een masker op je gezicht aangebracht, en daarna wordt er een luchtstroom van -140 graden Celsius op je hoofd gericht. Volgens getuigen is het een behoorlijk nare ervaring, maar het resultaat schijnt wonderbaarlijk te zijn: je hebt na afloop een strakkere huid dan Disneyprinses Elsa.

„Ik weet niet hoor”, zeg ik tegen mijn zus, als ik het zoveelste getuigenverslag lees van iemand die na deze behandeling voorgoed getraumatiseerd is en haar koelkast de deur uit heeft gedaan.

„Maar verjongen mag toch wel wat kosten?” zegt mijn zus, wier toilettafel uitpuilt van de potjes leeftijdsremmers. „Kijk, hier lees ik dat het geen pijn doet, dat het alleen maar verdooft!”

„Dus er jong uitzien is hetzelfde als verdoofd zijn?”

„Is dat het niet altijd?”

We lopen zwijgend verder door de stikstofkille nacht die ons met iedere stap verjongt. Langs bevroren plasjes water, zo troebel als de fluim van een sterspeler.

„Dus eigenlijk”, zegt mijn zus na een tijdje, „is verouderen hetzelfde als ontdooien. Dat is eigenlijk best een mooie gedachte.”

„Behalve dan dat iedereen ontdooiing zo lang mogelijk probeert uit te stellen”, zucht ik, en een wolkje ontsnapt uit mijn mond, als kruitdamp na een schot.