Commentaar

EU wil sobere voorzitter

Slechts weinig Nederlanders zullen het zich realiseren maar de dinsdag na vier stemrondes gekozen nieuwe voorzitter van het Europees Parlement, de Ita’liaanse christen-democraat Antonio Tajani, is ook een beetje ‘onze’ voorzitter. Dat dit besef er nauwelijks is en dat de voorafgaande voorzittersstrijd grotendeels aan Nederland voorbijging – net als aan veel andere lidstaten van de Europese Unie trouwens – illustreert nog eens de marginale betekenis die het parlement wordt toegedicht.

Ten onrechte, want de rechtstreeks gekozen Europese volksvertegenwoordiging is een invloedrijke en op veel terreinen niet te passeren speler in het voor buitenstaanders maar moeilijk te volgen Brusselse besluitvormingscircuit. Weliswaar is het Europees Parlement niet volledig te vergelijken met een nationaal parlement maar de karikatuur die er soms van wordt gemaakt klopt ook niet. Helaas weet het parlement zelf maar al te vaak bij te dragen aan die negatieve beeldvorming: té opgewonden over zaken waar het nu net niet over gaat.

De nu vertrokken voorzitter van het Europees Parlement, de Duitse sociaal-democraat Martin Schulz, was hiervan een exponent. Als voorzitter van een 751 leden tellend orgaan, samengesteld uit politici van allerlei pluimage had van hem een bescheiden en politiek-neutrale rol mogen worden verwacht. Maar het tegendeel was het geval in de vijf jaar die Schulz leidinggaf aan het parlement. Als voorzitter permitteerde hij zich meer dan eens zeer vergaande politieke uitspraken die lang niet door alle leden werden gedeeld.

Bovendien eiste Schulz voor zichzelf plekken op die de voorzitter van het Europees Parlement in het geheel niet toebehoren. Zo zat hij aan tafel toen de voorzitters de Europese Raad en de Europese Commissie met de Turkse president Erdogan onderhandelden over een oplossing van de vluchtelingencrisis. Een parlement dat zichzelf serieus neemt dient een akkoord achteraf te beoordelen en niet vooraf samen met de andere Europese instellingen mee te onderhandelen.

De Europese Unie heeft geen behoefte aan nog een functionaris met onduidelijke bevoegdheden. Het is te hopen dat de nu gekozen voorzitter Tajani de eerder tijdens zijn kandidaatstelling gedane belofte gestand doet en zich niet als „premier van Europa” gaat gedragen. Laat hij doen wat hij moet doen: het hele parlement vertegenwoordigen. Dit betekent dat hij zichtbaar moet zijn als het gaat om het parlement als instituut, maar onzichtbaar wanneer Europese politieke kwesties aan de orde zijn.