Recensie

Een huis dat spreekt

Tentoonstelling

Gregor Schneider werd beroemd met een replica van zijn ouderlijk huis. Nu heeft de kunstenaar zijn eerste overzicht, in Bonn.

Bathroom, Londen 2006 Foto David Ertl

De voedingsbodem is voormalig. Voormalig zijn de wegen waarlangs de jongen naar school fietst – is hij een week ziek thuis, dan kan er plotseling een straat verdwenen zijn. Voormalig is de stad, die op zekere dag niet meer bestaat omdat ze is ingelijfd bij een grotere stad. Voormalig zijn de daken van de schoongepoetste huizen, de kerken, de winkels met rolluiken, de tuintjes met grint, de brievenbussen en straatlantaarns. Met een sloophamer wordt alles tegen de vlakte geslagen, bulldozers schrapen de aardkorst kaal en vreten zich een weg de diepte in totdat ze stuiten op miljoenen jaar oude, dikke lagen bruinkool.

u r 8, Total Isolierter Toter Raum. Giesenkirchen, 1989

Wie, zoals de Duitse kunstenaar Gregor Schneider, is opgegroeid in de streek tussen Mönchengladbach en Keulen, midden in een van de grootste bruinkoolbekkens van Duitsland, weet niet beter dan dat de wereld er ’s ochtends heel anders uit kan zien dan de avond ervoor. In dit gebied veranderen dorpen in spookdorpen, worden huizen en scholen leeg achtergelaten, veranderen glooiende heuvels in gele maanlandschappen. Alles is uiteindelijk weg – honderden vierkante kilometers, opgeslokt door de bruinkoolindustrie. Alles is uiteindelijk voormalig.

Maar Gregor Schneider (1969) houdt vast. Hij keert terug naar het huis van zijn jeugd in de niet meer bestaande plaats Rheydt. Het huis ‘spreekt’ volgens Schneider. Zijn gedachten en die van zijn ouders en drie broers hebben vorm gekregen in de materie daar. Dat voelt hij. Hij nestelt zich in het huis aan de Unterheydenerstraße 12, en maakt er zijn woonruimte, atelier en ten slotte hele universum van.

Hij maakt het kaal, bouwt het vol, muur voor muur, muur achter muur, plafond onder plafond, een gang in een kamer, een kelder onder de begane grond. Er ontstaan kamers in kamers – perfecte replica’s van ruimtes die niet meer gezien, niet meer betreden kunnen worden. Er ontstaan kelders met deuren die gesloten blijven, kamers in lood verpakt en met isolatiemateriaal geluiddicht gemaakt. Er ontstaan gangen die zo smal zijn dat je je adem moet inhouden en moet persen om te kunnen voortbewegen.

Niemand weet meer hoe het huis er in werkelijkheid uitzag, ook Schneider uiteindelijk niet: daarvoor zijn er te veel verdwenen plekken ontstaan.

Onzichtbare kunst

Kinderzimmer (No. 2). Rheydt, 2008

Gregor Schneider was feitelijk piepjong toen hij in 1985 in zijn voormalig ouderlijk huis trok en dat gaandeweg de jaren transformeerde tot het mythische Haus u r. Schneider zat nog op school, de kunstacademie lonkte, zijn eerste tentoonstelling (ook in 1985) bestond uit werken op papier van nachtmerrie-achtige tronies. Het was kinderspel als je daar nu op terugkijkt – letterlijk. Zijn latere werk heeft niets met figuratie op papier. Zijn latere werk is ‘onzichtbare kunst’, zoals de kunstenaar het noemt. Een vorm van minimalistische, anarchistische architectuur. „Ik maak kunst die men niet kan herkennen. Ik maak kunst die onvermijdelijk is.”

Onvermijdelijk is Haus u r geworden. Niet alleen groeide het van buiten zo doodnormaal ogende huis in de jaren negentig van de vorige eeuw uit tot een absolute must seen in de internationale kunstjetset. Ook voor Schneider zelf is Haus u r onvermijdelijk. Het is de basis van waaruit de rest van zijn oeuvre vorm heeft gekregen, het is zijn inspiratiebron, referentiepunt, het is geliefd én diep gehaat. Haus u r moet er zijn met al zijn schimmen, zijn lege en verborgen plekken – het moet er zijn om er ook afstand van te kunnen nemen.

De tekst gaat verder na de video

Afstand heeft Schneider schoksgewijs gedaan, door bepaalde ruimtes uit het huis elders op te bouwen en te tonen, maar vooral door zijn legendarische inzending voor de Biënnale van Venetië in 2001. Daarvoor transporteerde hij het complete Haus u r naar het Duitse paviljoen. Totes Haus u r, zoals Schneider zijn inzending hernoemde, was een aanslag op al je zintuigen. Je moest je hoogtevrees overwinnen op steile trappen, afdalen in gruwelkelders, en op je buik door gaten in de muur manoeuvreren. Alles was kraakhelder, steriel, maar ook boordevol associaties: verdwijning, identiteitsverlies, misbruik, rationaliteit, vertrouwde knulligheid – alles door elkaar. Totes Haus u r was als werkplek voor Schneider gestorven.

Het is gruwelijk en bekend van Guantánamo, maar hier in Bonn krijg je zelf de verschrikking van white torture mee

Essen. Rheydt, 2014

Maar dat er na sterven nog veel meer komt, blijkt op een groots overzicht – het eerste – dat nu van Schneider in de Bundeskunsthalle in Bonn is te zien. Over zo’n vijfentwintig zalen is een labyrintische totaalconstructie opgebouwd die voert langs de belangrijkste ijkpunten uit dertig jaar werk. Natuurlijk zijn delen van Totes Haus u r opnieuw opgebouwd. Er zijn druppelende douches, dubbele garages, gangen. Er is een wonderkamer, een slaapkamer, een kinderkamer die lijkt op een isoleercel in een jeugdgevangenis, een steriel wit ‘liefdesnestje’ van een monomaan ordelijke monnik. Ook is de beruchte Sterberaum (2005-2007) opgebouwd, berucht vanwege de doodsbedreigingen die de kunstenaar naar aanleiding hiervan ontving. Deze perfect nagebouwde replica van een door Mies van der Rohe gebouwde zaal in Museum Haus Lange in Krefeld is leeg. Je kunt niet naar binnen, je kunt alleen door de ramen kijken en je voorstellen hoe Schneiders plan eruit had moeten zien. In een modernistische toonzaal zou een mens zijn eigen dood tegemoet gaan – en wij zouden toekijken. Omdat dood niets engs is, vindt Schneider. Dood is de geboorte van een nieuwe fase.

Nazi-huis

u 30, Treppenhaus. Rheydt 1989-1993

Er zijn films: sommige schokkerig en amateuristisch; andere, zoals die van een verlaten hoofdstraat in een van de inmiddels verdwenen dorpen, adembenemend in hun precieuze nostalgie. Verkillend is Odenkirchener Straße 202 (2014), een film over het geboortehuis van nazipropagandaminister Joseph Goebbels in Rheydt. Schneider kocht het huis op, trok erin, at, sliep er – en sloopte vervolgens het complete inwendige, totdat alleen de muren, vloerdelen en balken in het dak nog over waren. Schneider noemt dit proces ‘ontkernen’: een geestesbezwering in zijn meest letterlijke vorm.

Het meest indrukwekkende werk op deze tentoonstelling is Korridor Nr. 1 (2006-2016), een letterlijke gang met celdeuren, nagemaakt van foto’s die Schneider op internet vond van Guantánamo Bay. Een strak grijze gang is overspoeld met tl-licht, een geur van latex en metaal stijgt op uit de vloer, geen geluid dringt door. Acht bordeauxrode celdeuren flankeren de gang. Ze hebben geen ramen. Je weet niet wie er achter de deuren zit.

De tekst gaat verder na de video

Het is gruwelijk en bekend van Guantánamo, maar hier in Bonn krijg je zelf de verschrikking van white torture mee. Je loopt tussen de celdeuren naar het eind van de gang, je duwt een witte deur open en denkt: ik ben bevrijd, ik ben weer iemand. Maar je staat in een wet cel, een kooi van aluminium, bedoeld om recalcitrante gevangenen nat te spuiten. Daarna betreed je een koelcel. Niets heeft identiteit, alles is opgelost en ijskoud verdwenen. Ook jij als kijker bent onzichtbaar geworden, onherkenbaar gemaakt: en dat is onvermijdelijk als je rondloopt in het werk van Gregor Schneider.